De werkdag begint T.H.U.I.S.
THUIS checkt hoe iemand binnenkomt voordat je zegt wat 'ie moet doen.
Vijf vragen. Twee minuten. Elke ochtend.
Jij hebt geleerd om je rommelige ochtend achter je te laten. Een zeventienjarige nog niet.
Die komt binnen met ruzie, bus-te-laat, hoofd-vol. Dat bepaalt hoe de dag start.
T.H.U.I.S. meet dat. Voordat je zegt: "Doe dit."
Dit is de check-in aan het begin van de dag. Je stelt één vraag per letter. De voorbeeldvragen helpen alleen met formuleren. De mini-reactie maakt de start meteen werkbaar.
Thuis
Hoe was je start vanochtend?
Hoe voelde de ochtend? Goed geslapen of brak wakker? Die start bepaalt alles.
Meetvragen
- Hoe kom je binnen, in één woord?
- Was je start rustig of gehaast?
- Hoe vol zit je hoofd nu?
Hier
Ben je er al bij?
Is iemand al geland, of hangt de aandacht nog in de bus?
Meetvragen
- Ben je er al bij met je aandacht, of moet je nog landen?
- Op een schaal van 1 tot 10: hoe aanwezig ben je?
- Moet je eerst even opstarten, of kun je direct aan?
Uitvoering
Wat ga je als eerste doen?
Geen volgende stap = stilstand. Iemand weet wel wat 'ie moet, maar niet waar 'ie begint.
Meetvragen
- Wat is je eerste stap, letterlijk als je straks naar je plek loopt?
- Waar begin je mee, om 09:00 precies?
- Wat pak je als eerste op?
In je hoofd
Wat wordt vandaag het lastigst?
Waar zie je nu al tegenop? Die drempel kun je dan meteen lager maken.
Meetvragen
- Waar zit vandaag je grootste drempel: beginnen, doorvragen, of afmaken?
- Welke stap voelt nu al spannend?
- Waar verwacht je het meeste gedoe?
Steun
Bij wie begin je als je vastloopt?
Vastlopen zonder route = zoeken. Zoeken = tempo kwijt. Maak hulp een vaste plek.
Meetvragen
- Als je straks vastloopt: wie is je eerste aanspreekpunt?
- Wie mag je direct storen als je twijfelt?
- Wat is je plan als je er niet uitkomt?
PDF THUIS gespreksbriefje (A6, printbaar)
Een startkaartje. Print ze, leg ze bij de koffie.
Pak er elke start één en vul in.
Download kaartje als pdf (A5)
De meeste stages sturen bij als het al fout zit
Een stagiair komt niet blanco binnen. Die brengt zijn ochtend mee: zorgen, energie, hoofd vol.
Dat moment waarop 'ie van privé naar werk gaat heet boundary crossing: het moment dat iemand van thuiswereld naar werkvloerwereld wisselt.
Als je daar niets meet, doet de buitenwereld het voor je.
Thuis
- Ruzie, stilte, zorgen
- Slaaptekort, geldstress
- WhatsApp, notificaties
- Bus te laat, hoofd vol
Werkvloer
- Ongeschreven regels
- Tijdsdruk, planning
- Humor die net verkeerd valt
- Collega's die zelf op rood staan
Vijf letters. Vijf vragen. Elke ochtend.
Elke vraag raakt aan een accu die bepaalt hoe iemand functioneert op de werkvloer: competentie (kan ik het?), autonomie (kan ik het zelf?) en verbondenheid (hoor ik erbij?). Hieronder lees je precies hoe die accu's werken.
T.H.U.I.S. meet de situatie.
De accu's vertellen je wat je moet doen.
Drie accu's bepalen hoe iemand functioneert. THUIS laat zien welke leeg is. Dan weet je waar je moet opladen.
Ik kan het
Competentie
Snappen en kunnen. Heeft iemand het gevoel dat hij de taak aankan?
Ik kan het zelf
Autonomie
Durven kiezen en beginnen. Heeft iemand het gevoel van eigen regie?
Ik hoor erbij
Verbondenheid
Voel ik me veilig hier? Is er iemand die ziet dat ik er ben?
Twee groeiversnellers versterken de accu's
Zichtbare vooruitgang
"Ik ga vooruit."Benoem het klein en concreet: "Vorige week deden we stap 1 samen, vandaag doe jij hem alleen." Dat is brandstof.
Betekenisvol werk
"Dit doet ertoe."Koppel taak aan nut: "Als jij dit goed voorbereidt, kan de rest veilig door." Betekenis houdt mensen overeind.
Twee minuten, vijf vragen, elke dag
T.H.U.I.S. kost geen extra tijd. Het bespaart tijd.
Meer weten over mijn aanbod