Begrijp wat er op de stagevloer gebeurt.
Een student neemt weinig initiatief. Begeleiders lopen vast. School en bedrijf hebben andere verwachtingen. Met mijn methode onderzoek je wat er speelt en kies je een volgende stap die bij de situatie past.
Ik verbind mijn ervaringen bij ruim duizend leerbedrijven aan onderzoek naar stages en werkplekleren. Die aanpak komt terug in mijn boeken, trainingen en tools.
Het leren loopt vast. Wat speelt er?
Stel: een stagiair begint enthousiast. Na een paar weken stelt die steeds minder vragen, wacht op opdrachten en laat werk liggen. De begeleider moet steeds vaker aansporen en vraagt zich af waar het initiatief is gebleven. De stagiair vertelt weinig te leren en steeds minder zin te hebben om naar de stage te gaan.
Je onderzoekt samen wat er op de werkvloer gebeurt. Welk werk krijgt de stagiair? Is duidelijk wat er wordt verwacht? Is er ruimte om iets te proberen en hulp te vragen? Zo krijg je zicht op wat er nodig is om weer verder te komen.
In dit voorbeeld blijkt dat de stagiair vooral dezelfde taken doet. Die gaan inmiddels goed, maar het is onduidelijk hoe de volgende stap eruitziet. De begeleider wacht op initiatief. De stagiair wacht op toestemming. Beiden raken gefrustreerd en het leren staat stil.
Samen kiezen ze een nieuwe taak. Ze spreken af wat de stagiair zelf mag doen, wanneer hulp nodig is en wanneer ze terugkijken. Daarna bekijken ze of de stagiair weer initiatief neemt en iets nieuws leert. Zo wordt duidelijk of de verandering helpt en wat er verder nodig is.
Het EIF geeft je drie vragen.
Het Emergent Internship Framework, kortweg EIF, verbindt drie rollen van de begeleider, vijf brillen om de situatie te onderzoeken en vijf accu’s die het leren ondersteunen. Je gebruikt ze om een situatie te bespreken en te kiezen wat aandacht nodig heeft.
Met emergent bedoel ik hier dat een stage vorm krijgt tijdens het werk. De opdrachten, het team en de begeleiding beïnvloeden wat een student kan leren. Je kijkt daarom steeds opnieuw naar wat er gebeurt. Klik op een onderdeel van het model om het te verkennen.
Welke begeleiding past bij deze situatie?
Je kunt bij elke ring beginnen. Een student die weinig vooruitgang ervaart vraagt om onderzoek naar het werk en de begeleiding. Een begeleider die steeds alles regelt, kan onderzoeken waar de student zelf mag proberen.
De drie vragen helpen om je waarneming, je verklaring en je volgende stap met elkaar te verbinden. Je bespreekt wat je ziet met de student en andere betrokkenen.
Welke rol vraagt dit moment?
Als manager regel je de voorwaarden en maak je afspraken. Als coach ondersteun je het leren met vragen en feedback. Als adviseur breng je vakkennis en mogelijkheden in. Je kiest bewust welke rol de situatie vraagt.
In de praktijk Een student wil mee naar een klant. Je vraagt wat hij daar wil leren, bespreekt de voorbereiding en regelt vervolgens wat nodig is. In één situatie kun je verschillende rollen gebruiken.
Wat moet je beter begrijpen?
De vijf brillen helpen je onderzoeken wat iemand begrijpt, kan en doet, en hoe het werk is georganiseerd. Zo kijk je verder dan de eerste verklaring die bij je opkomt.
In de praktijk Hij monteert het foutloos, maar kijkt jou aan als de klant vraagt waarom het zo moet. Je onderzoekt of hij de achterliggende keuzes begrijpt en wat helpt om die zelf uit te leggen.
Wat helpt deze student leren?
Competentie, autonomie, verbondenheid, vooruitgang en betekenis geven woorden aan wat een student ervaart. Je onderzoekt samen welke accu aandacht vraagt en wat je in het werk of de begeleiding kunt veranderen.
In de praktijk Een student kan haar taken zelfstandig uitvoeren en luncht vaak alleen. Dat kan een aanleiding zijn om te vragen hoe zij haar plek in het team ervaart. Je kijkt met haar naar wat ze nodig heeft.
Kies wat je in de begeleiding gaat doen.
Het Begeleiderswiel vertaalt de vijf accu’s naar zichtbare begeleidingshandelingen. Je vergelijkt wat je de afgelopen twee weken deed met wat deze student de komende twee weken nodig heeft.
Daaruit kies je één actie: iets vaker doen, anders aanpakken of ruimte geven. Je voert die uit en kijkt met de student wat het oplevert. In de training oefen je dat met een situatie uit je eigen praktijk.
Praktijkervaring en ideeën over leren.
Het EIF is ontstaan vanuit mijn werk met leerbedrijven en onderwijs. Ideeën over kennis, vakmanschap en leren helpen om die ervaringen te begrijpen. Ik breng ze samen in een aanpak voor stages en werkplekleren.
De vertaling naar stages en het samenbrengen in het EIF zijn mijn eigen werk.
- Michael Polanyi
- Polanyi beschrijft kennis die we gebruiken zonder haar volledig onder woorden te kunnen brengen. Bij stages roept dat de vraag op hoe een ervaren collega zichtbaar maakt waarop hij let.The Tacit Dimension ↗
- Jean Lave en Etienne Wenger
- Lave en Wenger beschrijven leren als deelnemen aan een praktijk. Voor stages kijk ik daarom naar welke taken, gesprekken en verantwoordelijkheden een student daadwerkelijk kan leren kennen.Situated Learning ↗
- Richard Sennett
- Sennett onderzoekt vakmanschap en de aandacht voor goed werk. Dat helpt mij kijken naar welke gelegenheid een student krijgt om vaardigheden te ontwikkelen en de kwaliteit van het werk te leren beoordelen.The Craftsman ↗
- Aristoteles
- Aristoteles verbindt praktische wijsheid aan het beoordelen van concrete situaties. In de begeleiding gebruik ik dat als ingang voor de vraag: wat vraagt dit moment van mij?Ethica Nicomachea · boek VI ↗
Waar wil je mee verder?
De vraag bepaalt welke aanpak past. Je kunt ervaringen in kaart brengen, een specifieke stage onderzoeken, begeleidingsvaardigheden oefenen of met een team verbeteracties uitwerken.
- Advies en onderzoekJe wilt begrijpen waar de stagepraktijk vastloopt. We onderzoeken het vraagstuk, duiden de bevindingen en bepalen welke vervolgstappen passen.Bekijk →
- StageboosterJe wilt verschillende ervaringen zichtbaar maken. Organisatie, begeleider en stagiair beantwoorden vragen over dezelfde stagepraktijk. Je bespreekt waar hun beelden uiteenlopen.Bekijk →
- Stage-KompasJe hebt een vraag over een specifieke stage. Je onderzoekt signalen, brengt de situatie in beeld en kiest welke stap of welk gesprek nodig is.Bekijk →
- Training stagebegeleidingJe wilt begeleidingsvaardigheden oefenen. Met eigen situaties werk je aan de drie rollen, de vijf accu’s en een concrete begeleidingsactie.Bekijk →
- StagesprintJe wilt met een team aan één afgebakend knelpunt werken. In één dag maak je keuzes en afspraken over wie waarmee begint.Bekijk →
- BegeleiderswielJe wilt je eigen begeleiding afstemmen op één student. Vergelijk wat je doet met wat deze student nodig heeft en kies één actie voor de komende twee weken.Bekijk →
- Het Kleine Stageboek voor BegeleidersJe wilt zelf verder lezen. Het model loopt als rode draad door tweeëntwintig dilemma’s uit de stagepraktijk.Bekijk →
Wat willen jullie beter begrijpen?
Vertel wat je ziet en waar je op vastloopt. We bespreken of onderzoek, een training of een werksessie kan helpen. Je hoeft vooraf nog niet te weten welk model of welke tool erbij past.

