Negativity Bias
“Ja, maar hij heeft toen wél die klant laten wachten.”
Een student komt wekenlang op tijd, helpt collega’s en levert keurig werk. Dan vergeet hij één klant terug te bellen. Vanaf dat moment is hij “slordig”. Tijdens het beoordelingsgesprek komt die vergeten klant vervolgens drie keer langs. De weken waarin alles goed ging, vatten we samen als “verder geen bijzonderheden, gewoon ok.” Goed functioneren heeft in onze hersenen eerst een incident nodig voordat we het opschrijven.
Wat is negativity bias?
Negatieve informatie krijgt vaak meer aandacht en gewicht dan positieve informatie van vergelijkbare omvang. Eén foutje kan daardoor harder doorwerken in je oordeel dan een reeks dingen die wel goed gaan.
Dat merk je aan wat je onthoudt, wat je bespreekt met collega’s en welke voorbeelden je gebruikt tijdens een beoordeling. Vraag een begeleider hoe een student functioneert en je krijgt soms onmiddellijk een uitgebreid verslag van afgelopen dinsdag. Inclusief tijdstip, aanwezigen en de gezichtsuitdrukking van de klant. Wat er de maandag ervoor goed ging, moet even worden opgezocht.
Zo kan een incident langzaam veranderen in een karakterbeschrijving. “Hij vergat een afspraak” wordt “hij neemt zijn werk niet serieus”. Daar zit nogal wat denkwerk tussen. Het brein slaat dat voor het gemak over.
Bij stagebegeleiding is dat extra onhandig. Een student komt iets leren en zal dus dingen verkeerd doen. Als iedere fout wordt behandeld als de ontmaskering van een verborgen persoonlijkheidsgebrek, wordt een stage vooral een oefening in zo weinig mogelijk opvallen. Daar kun je vervolgens weer “toont weinig initiatief” over opschrijven.
Op de stagevloer:
Levi werkt acht weken zorgvuldig. Op een dag voert hij een order verkeerd in. Hij merkt de fout op, meldt hem en herstelt hem met hulp van een collega. De schade blijft beperkt.
Tijdens de eindbeoordeling komt die order opnieuw ter sprake. “Nauwkeurigheid blijft wel een aandachtspunt.”
Levi noemt andere orders die goed gingen. “Ja, leuk geprobeerd “repliceert zn begeleider; “dat hoort gewoon bij het werk.”
Er verdwijnt zo nogal wat uit beeld. Hoe vaak gebeurt dit? Hoe ingewikkeld was de opdracht? Had Levi voldoende uitleg gekregen? En wat zegt het dat hij de fout zelf ontdekte en direct meldde? Ook interessant toch? Of nemen we dat voor lief?
Want laatste kan super professioneel gedrag zijn. Het is dus jammer dat het verstopt raakt achter een incident waar we nog steeds een beetje geïrriteerd over zijn en dat we met veel enthousiasme oppompen tot een springkussen waarop we iedere keer terugveren onder het mom van ‘kritische feedback’
Waar komt dit vandaan?
Negativity bias komt niet bij een solo ontdekker vandan die op een ochtend vaststelde dat mensen vooral onthouden wat er misgaat. Het begrip komt voort uit onderzoek naar onder meer aandacht, emoties, leren en de manier waarop we anderen beoordelen.
Wel goed om te benoemen zijn de Amerikaanse psychologen Paul Rozin en Edward Royzman. Die beschreven in 2001 verschillende vormen waarin negatieve informatie extra invloed krijgt. Een negatief onderdeel kan bijvoorbeeld het oordeel over een groter geheel aantasten. Eén onaangename ervaring met Frits van financiën en ineens deugt de hele afdeling niet meer. Bepaalde afdelingen hebben natuurlijk soms ook hard voor zon beroerd imago gewerkt, maar dat moet je afzonderlijk vaststellen.
In hetzelfde jaar publiceerden de Amerikaanse psycholoog Roy Baumeister en zijn collega’s een overzicht van onderzoek onder de titel ‘Bad Is Stronger Than Good’. Daarin beschreven ze hoe negatieve gebeurtenissen op uiteenlopende gebieden sterker kunnen doorwerken dan positieve.
Eén keer een klant vergeten terug te bellen is iets anders dan voor de derde keer zonder veiligheidsbril met een slijptol naast een open jerrycan benzine aan de slag gaan terwijl je met een hand een tiktok van een dansende Hamster kijkt met de zuchtende repliek: “Ik kijk wel uit.” Dat horen we graag, zeker nu uitkijken zo ongeveer de laatste veiligheidsmaatregel is die nog overblijft.
Kijk dus vooral wat er gebeurde, hoe vaak het gebeurt en last but zeker nog least: wat de student daarna doet. Wie zelf een fout meldt en herstelt, laat ook iets zien. Inzicht, leren, vertrouwen in een veilige leeromgeving.. Dat mag best in het beoordelingsformulier. Er is ruimte genoeg hoor op je blaadje, daar, naast die krabbel over die vergeten klant.
Zo bouwt de denkfout zichzelf op
Goed werk wordt de vanzelfsprekende achtergrond.
Een fout trekt de aandacht en wordt uitgebreid besproken.
Bij de beoordeling herinner je je vooral die fout.
Je gebruikt het incident om de hele student te typeren.
4 gouden tips
Schrijf ook op wat goed gaat. Leg gedurende de stage concrete voorbeelden vast van groei, zorgvuldig werk en goede beslissingen. Anders bouw je ongemerkt een dossier waarin de student uitsluitend bestaat op de dagen dat er iets misging.
Vraag je actief af ‘hoe vaak’ en’hoe ernstig’. Een student kan een keer een verkeerde bijlage versturen. Als hij voor de derde keer het klantenbestand naar de hele mailinglijst stuurt, moet je wat uitgebreider praten. Kijk ook wat hij daarna doet. Wie zelf aan de bel trekt en de fout herstelt, neemt verantwoordelijkheid. Als je die vervolgens afbrandt waar de halve afdeling bij staat, leert hij vooral zijn mond te houden. Daarna krijg je minder meldingen. Kun je mooi in het jaarverslag zetten dat het aantal incidenten daalt.
Beschrijf waarneembaar gedrag. ““Vergat de klant terug te bellen” kun je bespreken. Bij “heeft geen verantwoordelijkheidsgevoel” heb je op basis van één gemist telefoontje de complete persoonlijkheid doorgelicht. Een psycholoog heeft daar gesprekken voor nodig. Jij had dus genoeg aan de oproepgeschiedenis. Knap hoor. Maar klopt het ook?
Controleer je oordeel op ontbrekend bewijs. Je noemt de student slordig. Goed, wanneer werkte hij wél zorgvuldig? Welke fout ontdekte hij zelf? Wanneer controleerde hij iets wat jij over het hoofd zag? Pak je aantekeningen erbij en vraag een collega om voorbeelden. Als je alleen die verkeerd verstuurde offerte kunt noemen, heb je voorlopig één verkeerd verstuurde offerte. Nog wat weinig voor een compleet oordeel.
Morgen doen
Pak je laatste notitie over een student. Staat daar alleen die vergeten afspraak? Schrijf dan ook op wanneer hij een fout zelf herstelde, een klant goed hielp of iets zelfstandig deed waarvoor hij eerst nog jouw hulp nodig had. Met concrete voorbeelden, dus “doet verder zijn best” mag terug in de la.
Die vergeten afspraak mag je gewoon bespreken. Maar als je een hele stage beoordeelt, is het wel handig om meer bewijs mee te nemen dan één lege stoel.
Onderzoek en bronnen
Rozin & Royzman (2001), Negativity Bias, Negativity Dominance, and Contagion:
https://doi.org/10.1207/S15327957PSPR0504_2
Baumeister en collega’s (2001), Bad Is Stronger Than Good:
https://doi.org/10.1037/1089-2680.5.4.323
Stoppen dan maar?
Nee. Optimisme is als chilisaus: een beetje maakt alles beter; te veel maskeert de smaak en brandt na. Achter elke succesvolle stage zit een begeleider die weet waar het mis kán gaan, zich daarop voorbereid, en tóch doorgaat. Dat is optimisme mét airbag.
Wie “ontdekte” dit fenomeen ?
Neil D. Weinstein (1980) beschreef het idee van onrealistisch optimisme systematisch: mensen denken dat goede dingen hén vaker overkomen en slechte dingen mínder. Dat is de start van het moderne begrip. Check voor meer: DECIMO UOMO+1
Tali Sharot (2011) liet zien waarom het blijft plakken: ons brein werkt selectief: wél gaat t updaten op goed nieuws, nauwelijks op slecht. Neurowetenschap bevestigd dat mechanisme. PMC+1
Ook relevant hier: Taylor & Brown (1988) toonden dat positieve illusies soms zich aanpassen zijn; Matlin & Stang (1978)beschreven het Pollyanna-principe: onze voorkeur voor positieve dingen. Handig om optimisme te doseren, niet te verbannen. Google Books+3faculty.washington.edu+3ResearchGate+3
Bottom line voor de werkvloer
Gebruik optimisme als startmotor, maar laat planning, base rates en reflectie de rem zijn. Dan stuurt het optimisme-monster de stoet vooruit, in plaats van eroverheen te walsen.
Bronnen & URLs
Weinstein, N. D. (1980). Unrealistic Optimism About Future Life Events. JPSP.
https://vittoriodublinoblog.org/wp-content/uploads/2025/07/weinstein_unrealistic-optimism-about-future-life-events.pdf
https://www.researchgate.net/publication/232559939_Unrealistic_optimism_about_future_life_events
Sharot, T. (2011). How unrealistic optimism is maintained in the face of reality. Nature Neuroscience.
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3204264/
https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0960982211011912
Taylor, S. E., & Brown, J. D. (1988). Illusion and Well-Being. Psychological Bulletin.
https://faculty.washington.edu/jdb/articles/Illusion%20and%20Well-Being.pdf
https://www.researchgate.net/publication/19872123_Illusion_and_Well-Being_A_Social_Psychological_Perspective_on_Mental_Health
Matlin, M. W., & Stang, D. (1978). The Pollyanna Principle.
https://archive.org/details/pollyannaprincip0000matl
https://books.google.com/books/about/The_Pollyanna_Principle.html?id=Jk8YAQAAMAAJ
Planning fallacy (context en verwant mechanisme).
https://en.wikipedia.org/wiki/Planning_fallacy
https://thedecisionlab.com/biases/planning-fallacy
🧠 Je brein fopt je dagelijks. Wil je leren terugfoppen? Boek mijn lezing Breinpaadjes en ontdek hoe gedrag, denkfouten en stagebegeleiding elkaar beïnvloeden.
🧩 Deze pagina hoort bij de Biases bij Stage-bibliotheek van Maarten Brand, over denkfouten, stagebegeleiding en praktijkleren.

