Wat weten we over leren op de werkplek?
In Zwitserland rekenen economen uit wat een leerling een bedrijf oplevert. In Engeland ontdekken onderzoekers dat veel leerlingen al jaren in dienst zijn en vooral een nieuwe naam krijgen. Je kunt dus een heel opleidingsbeleid hebben terwijl er op de werkvloer weinig verandert. Hier lees je wat Europees onderzoek zegt over stages, begeleiden en werkplekleren, met steeds de vraag: wat kun je ermee in je eigen leerbedrijf?
Vijf dingen die blijven hangen.
van wat een Duits bedrijf aan een leerling uitgeeft, verdient de leerling zelf terug met zijn werk.
BIBB, opleidingsjaar 2022/23Bedrijven die niet opleiden, zouden vooral minder aan een leerling hebben. De verklaring zit minder in de kosten dan in het werk dat ze hem laten doen.
Wolter, Mühlemann & Schweri, 2003In het onderzochte Engelse leerlingwezen werk je vaak al jaren bij hetzelfde bedrijf en heet je ineens ‘leerling’. Maandag doe je hetzelfde werk als vrijdag, maar nu telt het als opleiding.
Unwin & Fuller, UCLhoger loon later voor jongeren die als tiener veel contact hadden met werkgevers via school.
Anthony Mann, Education and EmployersPraktijkopleiders begeleiden vaak op gevoel. Wat ze doen, hangt af van de student en van wat er op dat moment gebeurt.
Ceelen & De Vos, Hogeschool UtrechtWat levert een leerling een bedrijf op?
In Zwitserland en Duitsland rekenen economen al decennia uit wat opleiden kost en oplevert. Ook bedrijven zonder leerlingen doen mee aan het onderzoek. Dat levert een interessante vraag op: wat loop je mis als je niemand opleidt? Denk aan het werk dat een leerling al tijdens de opleiding doet, en aan de vakman die daarna kan blijven.
Stefan Wolter & Samuel Mühlemann
Wat ze onderzoeken. Wat bedrijven kwijt zijn aan opleiden en wat ze ervoor terugkrijgen. Ze gebruiken landelijke metingen uit Zwitserland, Duitsland en Oostenrijk en maken berekeningen voor andere landen.
Wat ze vinden. Een Zwitserse leerling doet al vroeg echt werk en verdient daarmee zijn opleiding meestal binnen de leertijd terug. De onderzoekers berekenen ook wat er zou gebeuren als bedrijven zonder leerlingen gingen opleiden. Die zouden vooral minder baten hebben: ze zouden een leerling minder echt werk laten doen. Daarmee wordt het lastig terugverdienen. Wie een leerling na de opleiding houdt, bespaart ook op het zoeken en inwerken van een vakman van buiten.
Voor je leerbedrijf: kijk eens naar het werk dat je een leerling geeft. Krijgt hij weinig verantwoordelijkheid omdat hij nog weinig kan, of leert hij weinig doordat je hem weinig verantwoordelijkheid geeft?
BIBB, Bundesinstitut für Berufsbildung
Wat ze onderzoeken. Al ruim veertig jaar rekenen ze uit wat opleiden kost en oplevert. De laatste meting, over 2022/23, bevat gegevens van meer dan 3.000 opleidende en meer dan 1.000 niet-opleidende bedrijven.
Wat ze vinden. Een bedrijf geeft gemiddeld zo'n 26.200 euro per jaar uit aan een leerling; ongeveer 70 procent verdient de leerling zelf terug. In een op de vier bedrijven brengt hij meer op dan hij kost. Driekwart van de opleidende bedrijven wil zo mogelijk al zijn leerlingen houden.
Voor je leerbedrijf: kijk ook naar de opbrengst ná de leertijd. Bespreek halverwege de opleiding of de leerling wil blijven. Bij de afscheidstaart ben je aan de late kant.
Wat maakt een werkplek een goede leerplek?
Twee studenten halen hetzelfde diploma. De een mag steeds meer zelf doen, de ander wordt vooral heel goed in hetzelfde klusje. Wat je leert, hangt sterk af van hoe het bedrijf het werk organiseert. Onderzoekers uit Engeland, Nederland en Duitsland laten zien waar je op kunt letten.
Lorna Unwin & Alison Fuller
Wat ze onderzoeken. Hoe het leerlingwezen er in bedrijven aan toegaat. Ze kijken daarvoor onder meer mee in de industrie, de zorg en softwarebedrijven.
Wat ze vinden. Op een expansieve werkplek krijg je steeds meer te leren, met vakkundige begeleiding en ruimte om ook buiten je eigen werkplek kennis op te doen. Aan de restrictieve kant worden vooral bestaande vaardigheden van een certificaat voorzien. Binnen hetzelfde bedrijf kan de ene afdeling veel meer leerruimte bieden dan de andere. Het logo op de gevel vertelt je dus nog weinig.
Voor je leerbedrijf: vergelijk je afdelingen. Waar krijgt een student nieuwe taken, andere collega's en meer verantwoordelijkheid? En waar doet hij na drie maanden nog precies hetzelfde?
Loek Nieuwenhuis
Wat hij onderzoekt. Wat een werkplek te leren biedt in het mbo en hbo, en hoe school en bedrijf dat samen organiseren.
Wat hij vindt. Over wat er misgaat tussen school en praktijk kunnen we inmiddels een flinke boekenkast vullen. Onderbouwde ideeën over hoe je het werkplekleren vervolgens goed inricht, zijn een stuk schaarser.
Voor je leerbedrijf: spreek vóór de start met school af wie de student in de eerste week opvangt en wie hem wanneer beoordeelt. Dan hoeft de student dat tenminste niet zelf uit te zoeken.
Jeroen Onstenk
Wat hij onderzoekt. Wat vakbekwaamheid is en hoe je die op de werkplek leert. Zijn proefschrift Lerend leren werken (Universiteit van Amsterdam, 1997) is in Nederland een standaardwerk over het leerpotentieel van de werkplek. Later werkte hij bij CINOP en werd hij lector bij Inholland.
Wat hij vindt. Een vak beheersen vraagt ook dat je samenwerkt, problemen oplost, blijft leren en je werk verbetert. Of je dat op een werkplek leert, hangt af van het werk dat je krijgt: hoeveel afwisseling zit erin, wat mag je zelf beslissen en met welke collega's kom je in contact?
Voor je leerbedrijf: geef een student afwisseling en iets waarover hij zelf mag beslissen. Met eindeloos dezelfde taak oefent hij vooral eindeloos dezelfde taak.
Regina Mulder, voor de Onderwijsraad
Wat ze onderzoekt. Mulder is hoogleraar beroepsonderwijs en leren in organisaties aan de Universiteit Regensburg. Voor de Onderwijsraad zette ze in 2023 op een rij wat internationaal onderzoek zegt over werkplekleren in het mbo en hbo, gezien vanuit de student.
Wat ze vindt. Studenten leren meer met echte verantwoordelijkheid, begeleiding die bij hen past en het gevoel dat ze bij het team horen. Wie er een beetje bij hangt, leert minder en haakt sneller af. Veel studies naar de samenwerking tussen school en bedrijf zijn wel klein en beschrijvend. Dat vraagt om enige voorzichtigheid met grote conclusies.
Voor je leerbedrijf: laat vanaf de eerste week merken dat de student erbij hoort. Stel hem voor, neem hem mee in het overleg en leg uit bij wie hij waarvoor terechtkan.
Waar leiden we eigenlijk voor op?
Alle taken afgevinkt, beoordeling ingevuld. Maar heeft de student ook geleerd om zelf te oordelen? Gert Biesta stelt een vraag die makkelijk ondersneeuwt zodra het formulier op tafel komt: wat vinden we goed onderwijs? Hij biedt daarvoor een pedagogisch perspectief. De vertaling naar stages hieronder is van mij.
Een vak leren, meedoen en zelf oordelen
Wat hij betoogt. Voordat je meet hoe goed onderwijs werkt, moet je weten wat je ermee wilt bereiken. Biesta onderscheidt drie doeldomeinen die samen aandacht vragen. Je loopt ze dus ook niet netjes van links naar rechts af.
Kwalificatie
Je leert het vak. Een storing oplossen, een klant adviseren of een patiënt verzorgen. Je leert wat je moet weten en kunnen om je werk goed te doen.
Socialisatie
Je leert hoe het eraan toegaat. Hoe overleg je met collega’s? Wanneer vraag je hulp? Wat vinden mensen in dit beroep belangrijk? Je leert meedoen in een team en een beroepsgroep.
Subjectificatie
Je leert zelf positie kiezen. Je ontdekt dat je ook zelf iets te zeggen en te beslissen hebt. Wat doe je als iets volgens jou niet klopt? Je vormt een eigen oordeel en neemt verantwoordelijkheid voor je handelen.
Waarom dat ertoe doet. Zelf positie kiezen gaat verder dan zelfstandig een taak uitvoeren. Een student mag ook vragen: ‘Ik begrijp dat jullie dit altijd zo doen, maar waarom eigenlijk?’ Juist als iedereen even stilvalt, heb je als begeleider iets te doen.
Voor je leerbedrijf: vraag naar een moment waarop de student dacht: klopt dit wel? Bespreek wat er gebeurde, wat de student ervan vond en of er ruimte was om daar iets mee te doen.
Wat doet een begeleider de hele dag?
Wat een praktijkopleider tijdens een gewone werkdag doet, krijgt in onderzoek relatief weinig aandacht. In Utrecht en Tampere kijken onderzoekers juist daarnaar. Duitsland heeft er ook een formele eis aan verbonden: wie opleidt, moet zijn pedagogische bekwaamheid aantonen met een examen.
Lectoraat Beroepsonderwijs, Hogeschool Utrecht
Wat ze onderzoeken. Lieke Ceelen en Marlies de Vos onderzoeken welke begeleidingsstrategieën praktijkopleiders gebruiken en hoe ze beoordelen. Erica Bouw en Ilya Zitter onderzoeken hybride leeromgevingen, waar school en beroepspraktijk in elkaar overlopen.
Wat ze vinden. Begeleiders doen veel op gevoel en passen hun aanpak aan de student en de situatie aan. In haar proefschrift uit 2024 laat Ceelen zien hoe dagelijks werk een leermoment kan worden. Begeleider en student hebben daar allebei hun eigen strategieën voor. Er gebeurt dus al van alles voordat iemand het een leeractiviteit noemt.
Voor je leerbedrijf: vraag een goede begeleider wat hij in de eerste week met een student doet, en vooral waarom. Schrijf het op, zodat een collega ermee kan werken.
Mikkonen, Pylväs, Rintala, Nokelainen & Postareff
Wat ze onderzoeken. Het team van de Universiteit van Tampere zet internationaal onderzoek naar begeleiding op de werkplek in het beroepsonderwijs op een rij. Het artikel uit 2017 is vrij toegankelijk.
Wat ze vinden. Begeleiden vraagt dat je werk plant, feedback geeft, beoordeelt en afstemt met school. Over hoe begeleiders zelf op die taak worden voorbereid, weten we veel minder. De student krijgt een opleiding; bij de begeleider hopen we blijkbaar graag dat het vanzelf gaat.
Voor je leerbedrijf: zet begeleiden in de taakomschrijving, met uren erbij. Een taak zonder tijd wordt al snel iets voor na het echte werk.
De Ausbilder-Eignungsverordnung
Wat het is. Wie in Duitsland een leerling opleidt, moet aantonen dat hij pedagogisch is toegerust, met een examen. Het BIBB schrijft met werkgevers en vakbonden het kader voor de cursussen, laatst vernieuwd in 2023.
Wat opvalt. In 2003 wordt de plicht vijf jaar opgeschort om meer leerplaatsen te krijgen, vooral bij kleine bedrijven. In 2009 keert ze in vernieuwde vorm terug.
Voor je leerbedrijf: ook zonder Nederlandse examenplicht kun je vaststellen wat je begeleiders moeten kunnen en hoe ze dat leren.
David Clutterbuck
Wat hij doet. Hij introduceerde begeleide mentoring in Europa begin jaren tachtig, richtte mee de European Mentoring and Coaching Council op en schreef ruim 75 boeken, waaronder Everyone Needs a Mentor.
Wat hij inbrengt. Een organisatie kan mentoring bewust organiseren door ervaren mensen aan jongere collega's te koppelen. Zijn werk gaat vooral over managers en bestuurders. De toepassing op leerlingen vraagt dus een vertaalslag.
Voor je leerbedrijf: heb je al een mentorprogramma voor medewerkers? Kijk wat je daarvan kunt gebruiken voor de begeleiding van studenten.
Wat levert contact tussen school en werkgevers op?
Een gastles, een bedrijfsbezoek, iemand die op school komt vertellen wat hij de hele dag doet. Wat houdt een jongere daaraan over? Onderzoekers volgen jongeren jarenlang en zien verbanden met hun latere loopbaan. Ze zien ook dat zulke ontmoetingen ongelijk verdeeld zijn.
Anthony Mann
Wat hij onderzoekt. Wat contact met werkgevers tijdens de schooltijd betekent voor het latere werkende leven. Hij gebruikt grote datasets waarin jongeren jarenlang worden gevolgd en leidde vanaf 2019 het project Career Readiness bij de OESO.
Wat hij vindt. Veel korte contacten hangen samen met hoger loon later, tot 18 procent bij een volledige baan, en met meer vertrouwen in de eigen loopbaan. De jongeren die het meest te winnen hebben, krijgen die contacten het minst.
Voor je leerbedrijf: onderschat een korte ontmoeting niet. Nodig ook scholen uit waarmee je nog geen vanzelfsprekend contact hebt, bijvoorbeeld uit een minder kansrijke wijk.
Wat doet Brussel met stages?
De EU telt ruim drie miljoen stagiairs. Sinds 2014 is er een Kwaliteitskader voor stages, en sinds 2024 ligt er een voorstel voor een richtlijn tegen schijnstages. Die richtlijn gaat over de open arbeidsmarkt. Beroepsonderwijs en leerlingwezen vallen erbuiten.
De Stagerichtlijn
Wat het is. Een voorstel van de Europese Commissie (maart 2024) voor gelijke behandeling van stagiairs met vergelijkbare werknemers en actieve opsporing van schijnstages.
Waar het staat. In 2026 nog in onderhandeling tussen Parlement en Raad. Vakbonden vinden het voorstel te mager.
Wat er al ligt. Twee aanbevelingen van de Raad: een kwaliteitskader voor stages (2014) en een kader voor het leerlingwezen (2018). Dat tweede kader gaat wél over beroepsonderwijs met werkplekleren. Het is niet bindend.
Voor je leerbedrijf: voor de bpv verandert er rechtstreeks niets. Voor hbo- en wo-stagiairs buiten de opleiding wel, als de richtlijn er komt.
Cedefop
Wat het is. Cedefop is het Europese agentschap voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding. Het vergelijkt hoe landen het leerlingwezen en werkplekleren organiseren. Wie over bpv wil nadenken met een blik over de grens, heeft hier veel te zoeken.
Wat het vindt. Europa heeft geen gedeelde definitie van leerlingwezen. Dezelfde jongere heet over de grens opeens stagiair of werknemer. Dat maakt vergelijken nogal een klus. Samen met de OESO onderzoekt Cedefop ook hoe technologie en andere manieren van werken het leerlingwezen veranderen.
Voor je leerbedrijf: benieuwd hoe een Duits of Deens leerbedrijf het organiseert? Hier kun je het per land opzoeken.
Open vraag. Of de richtlijn er komt en hoe breed hij wordt, is nog niet beslist. Dit overzicht wordt bijgewerkt zodra er een akkoord is.
Wie onderzoekt wat?
| Wie | Waar | Onderwerp | Wat het bedrijven oplevert |
|---|---|---|---|
| Stefan Wolter, Samuel Mühlemann | Zwitserland | Kosten en baten van opleiden | Opleiden betaalt zich vaak al tijdens de leertijd terug; wie niet opleidt, mist vooral baten |
| BIBB | Duitsland | Landelijke kosten-batenmeting; opleidersexamen | Zo'n 70 procent van de kosten verdient de leerling terug; winst zit in vakmensen die blijven |
| Lorna Unwin, Alison Fuller | Engeland | De werkplek als leeromgeving | Wat een leerling leert, hangt af van hoe werk en begeleiding zijn georganiseerd |
| Loek Nieuwenhuis | Nederland | Leerpotentieel van de werkplek | Knelpunten zijn bekend; inrichten vraagt gezamenlijke keuzes van school en praktijk |
| Jeroen Onstenk | Nederland | Brede vakbekwaamheid, leren op de werkplek | Werk met afwisseling, ruimte en contact leert meer dan herhaling |
| Regina Mulder (voor de Onderwijsraad) | Duitsland, Nederland | Werkplekleren in mbo en hbo (literatuurstudie) | Verantwoordelijkheid, passende begeleiding en erbij horen bepalen wat een student leert |
| Mikkonen e.a. | Finland | Begeleiden op de werkplek (literatuuroverzicht) | Begeleiden is plannen, feedback, beoordelen en afstemmen met school |
| Lectoraat Beroepsonderwijs HU | Nederland | Praktijkopleiders, beoordelen, hybride leeromgevingen | Begeleiding gebeurt vaak intuïtief en hangt af van de situatie |
| Gert Biesta | Nederland, Verenigd Koninkrijk | Doelen van onderwijs: kwalificatie, socialisatie en subjectificatie | Een pedagogisch perspectief: bespreek naast vakbekwaamheid ook deelname aan de beroepspraktijk en ruimte voor zelfstandig, verantwoordelijk handelen |
| David Clutterbuck | Verenigd Koninkrijk | Mentoring in organisaties | Bewust ingerichte koppeling van ervaren mensen aan jongere collega's |
| Anthony Mann | Engeland, OESO | Werkgeverscontact in het onderwijs | Veel korte contacten hangen samen met hoger loon; niet iedereen krijgt ze |
| Cedefop | EU (Thessaloniki) | Leerlingwezen en werkplekleren per land | Europa heeft geen gedeelde definitie van leerlingwezen; vergelijking per land |
| Europese Commissie en Raad | EU | Stages en leerlingwezen | Kaders uit 2014 en 2018; richtlijn tegen schijnstages in onderhandeling, bpv valt erbuiten |
Verder lezen? In de literatuurlijst staan veel meer bronnen over stage, begeleiding en werkplekleren, van Lave & Wenger tot de Inspectie van het Onderwijs.
Hoe meet je of een werkplek een leerplek is?
Met deze instrumenten bekijk je wat er van al dat onderzoek op één werkplek terug te zien is. Samen met school en student, want die kijken vaak allebei naar iets anders.
Stage-Kompas
Wat het doet. Een docent of stagecoördinator bekijkt een stageplek op afstand langs vijf dimensies. Bij elke uitspraak geef je aan of je iets hebt gezien, aanneemt of gewoon niet weet. Dat laatste mag dus ook. Zo wordt zichtbaar hoeveel je werkelijk van die werkplek weet.
Waar het op aansluit. Het leerpotentieel van de werkplek (Onstenk) en de schaal van expansief tot restrictief (Unwin & Fuller).
BPV Quickscan (Stagebooster)
Wat het doet. Organisatie, begeleider en student beantwoorden dezelfde vragen. De scan legt hun ervaringen naast elkaar. Dan blijkt hoe verschillend ‘het gaat goed’ kan klinken, afhankelijk van wie je het vraagt.
Waar het op aansluit. Het onderzoek naar wat praktijkopleiders intuïtief doen (Hogeschool Utrecht) en de nadruk op erbij horen en passende begeleiding (Mulder).
Raamwerk hybride leeromgevingen (Fontys) en ontwikkelinstrument (mboRijnland)
Wat het doet. School en werkveld gebruiken deze instrumenten om samen een leeromgeving in te richten. Ze onderscheiden afstemming, incorporatie en hybridisering. Dat loopt van onderwijs en werk die afspraken met elkaar maken tot een leeromgeving waarin beide volledig verweven zijn.
Waar het op aansluit. Het onderzoek naar hybride leeromgevingen van Ilya Zitter, Erica Bouw en het lectoraat Beroepsonderwijs in Utrecht.
Handboeken voor de praktijkopleider
Er verschijnen stapels boeken over leiderschap. Voor wie op dinsdag een student moet begeleiden, is de plank aanzienlijk smaller. Deze handboeken richten zich op de praktijkopleider.
Ton Rijkers, Effectief opleiden voor praktijkopleiders
Over taakgericht instrueren, motiveren en wat je als praktijkopleider moet kunnen. Verscheen in 1999, met een derde druk in 2010. Een standaardwerk waar inmiddels wel wat jaren overheen zijn gegaan.
Tessel Mulder & Cornelie de Ruiter, Begeleider praktijkleren
Lesboek voor wie de mbo-opleiding tot praktijkopleider volgt. Tweede druk in 2026 bij Boom.
Maarten Brand, Het Kleine Stageboek voor Begeleiders
Voor wie een student begeleidt terwijl het werk gewoon doorgaat. Een praktisch handboek voor meer grip en minder gedoe op de werkvloer. Haystack, 2026.
Maarten Brand, Het Grote Stageboek voor Werkgevers
Een begeleider kan veel, maar moet ook ergens op kunnen rekenen. Dit boek gaat over de organisatie eromheen: hoe je als werkgever stages zo inricht dat ze iets opleveren. 2024.
Wat ga je ermee doen?
Je kunt dit overzicht bewaren voor later. Je kunt ook kijken naar die ene werkplek waar het al een tijdje schuurt. Ik help begeleiders, teams en organisaties om daar iets te veranderen.
Begeleiden met meer houvast.
We oefenen met situaties die begeleiders uit hun eigen werk meenemen. Wat zeg je, wat vraag je en wanneer grijp je in? Met instrumenten voor het eerstvolgende gesprek met een student.
Bekijk de trainingHoe gaat het hier volgens de student?
Stagebooster legt de ervaringen van organisatie, begeleider en student naast elkaar. Zo krijg je zicht op waar hun verhalen uiteenlopen en waar je het gesprek moet voeren.
Bekijk StageboosterWat doet je team maandag anders?
Je kiest met je team wat aandacht krijgt en werkt in één dag de eerste stappen uit. Met een naam en een datum erbij, zodat ‘we moeten hier iets mee’ ook ergens terechtkomt.
Bekijk de StagesprintOnderzoek naar jullie eigen situatie.
Waar loopt het vast in begeleiding, organisatie of samenwerking? Ik zoek het uit met de mensen die ermee te maken hebben en maak zichtbaar wie wat kan veranderen.
Bekijk advies en onderzoekElke maandag iets om over na te denken.
Werf Slim
Ik lees onderzoek, beleidsstukken en vakliteratuur over stages en werkplekleren. Wat de moeite waard is, bespreek ik in Werf Slim, met de reden erbij waarom je er iets aan hebt. Eén mail op maandag. Relevante studies krijgen daarna ook hier een plek.
Over dit overzicht. Ik selecteer onderzoek dat helpt begrijpen wat er op leerwerkplekken gebeurt en wat je eraan kunt verbeteren. De samenvattingen en praktische vertalingen zijn van mij; via de links lees je het origineel. Mis je een studie of onderzoeker? Mail naar info@bureau-brand.nl.

