Maarten Brand · de taal van het werkplekleren
stagewoordenboek
het (o) · meervoud: stagewoordenboeken · samenstelling van stage en woordenboek
- Naslagwerk met begrippen rondom stage, werkplekleren en begeleiding, van aanhaakmoment tot zone van naaste ontwikkeling. Ook pharmakon staat erin. En koffie halen, want ook dat verdient een eerlijke definitie.
- Spiekbriefje voor praktijkopleiders en stagebegeleiders die een stagiair verder willen helpen dan de kopieermachine. "Wat was ook alweer Blunderruimte? Even in het Stagewoordenboek kijken."
981 begrippen, en er komen er nog bij
Download als pdf
0-9
- 360-gradenfeedback de; m
- Feedback verzameld van collega’s, klanten, begeleiders én stagiair voor een compleet beeld van prestaties en groei.
- 5W1H-methode de; v
- Problemen analyseren door zes simpele vragen: Wie, Wat, Waar, Wanneer, Waarom en Hoe.
- 70/20/10-model het; o
- Vuistregel uit onderzoek van het Center for Creative Leadership (McCall, Lombardo en Eichinger) die stelt dat je ongeveer 70% leert door te doen, 20% via anderen en 10% via cursussen en boeken. Let op: de verhouding is niet wetenschappelijk onderbouwd en is vooral bedoeld als richtlijn.
- 80/20-regel de; v
- Vuistregel (paretoprincipe) dat ongeveer 80% van het resultaat voortkomt uit 20% van de inspanning; handig bij prioriteiten stellen.
A
- Aangepaste stage de; v
- Stage die doelbewust wordt ingericht op de mogelijkheden en behoeften van de stagiair (taakinhoud, tempo, werktijden, begeleiding, hulpmiddelen), zodat het leerdoel haalbaar blijft zonder de leerwaarde te verlagen. Zie ook: Inclusieve stage.
- Aangifte inkomstenbelasting de; v
- Jaarlijkse aangifte bij de Belastingdienst over je inkomen, inclusief stagevergoeding. Voor stagiairs is die vaak niet verplicht, maar wel slim: te veel ingehouden loonheffing krijg je dan meestal terug.
- Aanhaakmoment het; o
- Een gepland of spontaan moment waarop een stagiair actief wordt betrokken bij een taak, overleg of teamactiviteit.
- Aanmoediging de; v
- Iemand actief stimuleren en vertrouwen geven.
- Aanpakplan het; o
- Zie: Plan van aanpak.
- Aanpassingsvermogen het; o
- Het vermogen om flexibel om te gaan met nieuwe of veranderende situaties.
- Aansprakelijkheid de; v
- De vraag wie de schade betaalt als een stagiair schade oploopt of veroorzaakt. Meestal ligt die bij het stagebedrijf. Leg in de stageovereenkomst vast hoe de verzekering geregeld is.
- Aanspreekbaarheid de; v
- Verantwoordelijkheid nemen voor eigen handelen en openstaan voor feedback.
- Aanwezigheidslijst de; v
- Document waarmee aanwezigheid van de student bij het leerbedrijf wordt vastgelegd.
- Academische reflectie de; v
- Reflectie waarbij je je eigen handelen onderzoekt met behulp van theorie, bronnen en onderbouwde argumenten, en niet alleen op basis van gevoel of ervaring.
- Acceptatieproces het; o
- Het innerlijke proces waarbij iemand leert omgaan met een moeilijke boodschap of situatie.
- Actiebias de; v
- De neiging om in te grijpen of iets te doen, ook als afwachten of niets doen de betere keuze is. Bijvoorbeeld een begeleider die direct een oplossing geeft terwijl de stagiair zelf nog aan het zoeken is.
- Actief luisteren het; o
- Luistertechniek waarbij met aandacht, samenvatting en doorvragen ruimte wordt geboden aan de ander.
- Adaptievermogen het; o
- Zie: Aanpassingsvermogen.
- Advies het; o
- Aanbeveling of raad binnen het begeleidingsproces.
- Adviesrelatie de; v
- Relatie waarin mentor en mentee elkaar met regelmaat opzoeken voor reflectie en richting.
- Adviseur (rol) de; m/v
- Begeleider die op afstand advies geeft, alleen wanneer gevraagd, en fungeert als vangnet en klankbord.
- Adviseur praktijkleren de; m/v
- Functionaris van SBB die leerbedrijven ondersteunt en adviseert over erkenning, begeleiding en samenwerking met het onderwijs.
- Affective events de; mv
- Volgens de Affective Events Theory (Weiss & Cropanzano, 1996) zijn het kleine gebeurtenissen op het werk die emoties oproepen en zo gedrag en prestaties sturen. Een compliment, een conflict of een grapje bij de koffie: het zijn juist deze affective events die het emotionele klimaat van de dag bepalen.
- Affinity bias de; v
- Voorkeur voor stagiairs die op de begeleider lijken of dezelfde interesses delen.
- Afronding stage de; v
- Zie: Exit (offboarding).
- Afspraken nakomen ww
- Het op tijd en correct uitvoeren van gemaakte afspraken en taken.
- Afstudeeropdracht de; v
- Praktijkopdracht binnen bedrijf waarmee student afstudeert, meestal onderzoek of project met eindrapport.
- Afstudeerstage de; v
- Laatste stage van de opleiding, meestal in het laatste studiejaar, waarin de student een grote afstudeeropdracht, een project of een scriptie uitvoert.
- Agency de; v
- De ervaren handelingsruimte van de stagiair: kan en mag ik initiatief nemen, keuzes maken en invloed hebben op mijn werk en leren? Agency groeit door duidelijke kaders, vertrouwen en echte verantwoordelijkheden.
- Alternerende stage de; v
- Stage waarbij afgewisseld wordt tussen school en werk.
- Ambassadeurschap het; o
- Stagiairs stimuleren om de organisatie positief te vertegenwoordigen na afloop van de stage.
- Amygdala de; v
- De amygdala is de stressradar van de hersenen: een amandelvormige structuur die gevaar signaleert en emoties zoals angst en boosheid activeert. Ze speelt een sleutelrol in leren en geheugen, omdat emotionele gebeurtenissen sterker worden opgeslagen en beter worden herinnerd. Je kunt haar zien als de rookmelder van je brein: altijd alert, soms iets té gevoelig, maar onmisbaar voor overleving en herinnering.
- Analytisch vermogen het; o
- Het vermogen om informatie te doorgronden, verbanden te leggen en logisch te redeneren. Zie ook: Probleemoplossend vermogen.
- Anchoring bias de; v
- Ankereffect: de neiging om bij een oordeel te veel te leunen op de eerste informatie die je krijgt, bijvoorbeeld de eerste week of het eerste cijfer van een stagiair.
- Apprenticeship model het; o
- Zie: Meester-gezelprincipe.
- Arbeidsbegeleider (BBL) de; m/v
- De persoon op de werkvloer die de BBL-student dagelijks aanstuurt en meeneemt in tempo, normen en routines. Niet per se de formele praktijkopleider, wél degene die het werkend leren dagelijks mogelijk maakt.
- Arbeidsmarktcommunicatie de; v
- Alle communicatie van een organisatie gericht op het aantrekken van talent, waaronder stagiairs.
- Arbeidsplaats de; v
- De concrete werkplek of functie waar iemand werkt. Zie ook: Beroepspraktijk.
- Arbeidsrechtelijk kader het; o
- De juridische regels die bepalen of een stagiair werknemer is.
- Arbeidstijden jongeren de; mv
- Extra regels uit de Arbeidstijdenwet voor werknemers en stagiairs onder de 18, zoals maximale werktijden, pauzes en geen nachtwerk.
- Arbowet de; v
- Wet die regelt dat werk gezond en veilig moet zijn. Geldt ook voor stagiairs: de stageverlener zorgt voor een veilige werkplek, instructie en toezicht.
- Arrival training de; v
- Introductieprogramma dat stagiairs helpt te landen in een nieuw land of bedrijf.
- Assertiviteit de; v
- Het opkomen voor eigen belangen op een respectvolle en duidelijke manier.
- Associate degree (Ad) de; m/v
- Tweejarige hbo-opleiding, vaak in deeltijd of duaal, met veel leren in de praktijk.
- Auditief leren het; o
- Leren door te luisteren, bijvoorbeeld naar uitleg of een podcast. Zoals goed onthouden wat iemand vertelt. Let op: het idee dat mensen vast een auditieve, visuele of kinesthetische leerstijl hebben, is wetenschappelijk niet onderbouwd. Iedereen leert het best als je die vormen combineert.
- Authentic assessment (praktijk) het; o
- Zie: Werkplektoetsing.
- Authenticiteit de; v
- 1. Echt en oprecht jezelf zijn in je rol. 2. Bij toetsing: de mate waarin de toetsing plaatsvindt in een situatie die lijkt op de echte beroepspraktijk. Zie ook: Authentieke toetsing.
- Authentieke toetsing de; v
- Toetsvorm waarbij de student wordt beoordeeld in een realistische beroepscontext.
- Autonomie de; v
- Het ervaren van vrijwilligheid en zeggenschap: je staat achter wat je doet, ook wanneer je hulp krijgt of binnen afspraken werkt. Binnen de zelfdeterminatietheorie is autonomie een psychologische basisbehoefte, waarop ook het EIF voortbouwt. Autonomie is niet hetzelfde als alles zelfstandig doen. Zie ook: Competentie, Verbondenheid, Zelfdeterminatietheorie, Zelfstandigheid.
- Autonoom functioneren het; o
- Handelen op basis van eigen keuzes, waarden en prioriteiten zonder externe druk.
- Autoriteit de; v
- Gezag dat je verdient op basis van kennis, houding en betrouwbaarheid, en niet per se vanwege je functietitel.
- AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) de; v
- Europese privacywet die regels stelt aan het gebruik van persoonsgegevens binnen organisaties, inclusief stagebedrijven en onderwijsinstellingen.
B
- Bandura, Albert eigennaam
- Canadees-Amerikaanse psycholoog (1925-2021) en grondlegger van de sociaal-cognitieve leertheorie. Bekend van het concept ‘observational learning’: mensen leren door het gedrag van anderen te observeren, na te bootsen en de gevolgen daarvan te zien. Centraal in zijn werk staat het begrip ‘self-efficacy’: het geloof in eigen kunnen bepaalt of iemand actie onderneemt, doorzet en leert van feedback. Bandura’s theorie vormt de basis voor moderne inzichten over motivatie, rolmodellen en stagebegeleiding. Zie ook: Sociaal leren, Motivatie, Zelfdeterminatietheorie, Self-efficacy.
- Bandwagoneffect het; o
- Meegaan met de mening van anderen over een stagiair zonder eigen oordeel.
- Barnumeffect het; o
- De neiging om vage, algemene uitspraken op te vatten als een treffende persoonlijke beschrijving. Algemene feedback voelt dan specifiek, terwijl die op iedereen past.
- Base rate fallacy de; v
- Negeren van algemene stageprestaties ten gunste van een specifieke ervaring.
- BBL de; v
- Beroepsbegeleidende Leerweg. Leerweg in mbo, combinatie werken en leren.
- BBL-contract het; o
- De combinatie van een arbeidsovereenkomst met het leerbedrijf en een praktijkovereenkomst (pok) tussen student, school en leerbedrijf, waardoor een student in de bbl werkt en leert. Zie ook: Praktijkovereenkomst (POK).
- BBL-loon het; o
- Het loon van een BBL-student met een arbeidsovereenkomst: minimaal het wettelijk minimum(jeugd)loon, of meer als de cao dat bepaalt.
- BBL-praktijkdag de; v
- De vaste dag (of dagen) waarop de BBL-student op de werkplek leert en werkt. Het ankerpunt voor ritme: hier plan je instructie, oefentijd en check-ins omheen.
- BBL-salaris het; o
- Zie: BBL-loon.
- BBL-traject het; o
- Zie: Leerbaan (BBL).
- Beauty bias de; v
- Voorkeur voor aantrekkelijke stagiairs, ongeacht hun vaardigheden.
- Bedrijfsmentor de; m/v
- Persoon binnen het stagebedrijf die de stagiair begeleidt op inhoudelijk, praktisch en persoonlijk vlak, vaak zonder formele rol als praktijkopleider.
- Begeleiden ww
- Een stagiair of medewerker ondersteunen, sturen en motiveren tijdens het leer- of werkproces, met aandacht voor praktische aanwijzingen, persoonlijke ontwikkeling en reflectie.
- Begeleider de; m/v
- Persoon die een stagiair tijdens de stage ondersteunt bij leren en werken, bijvoorbeeld als praktijkopleider, werkbegeleider of stagedocent.
- Begeleider op de werkvloer de; m/v
- Zie: Werkplekbegeleider.
- Begeleiderstraining de; v
- Training voor begeleiders van stagiairs gericht op coaching, feedback en rolduidelijkheid.
- Begeleiding de; v
- Het ondersteunen en sturen van iemand in diens ontwikkeling of proces.
- Begeleidingscadans de; v
- Zie: Begeleidingsritme.
- Begeleidingsgesprek het; o
- Gesprek tussen begeleider en stagiair over voortgang, doelen en leermomenten.
- Begeleidingspartner de; m/v
- Persoon of organisatie die stagiairs begeleidt tijdens internationale stages in het buitenland.
- Begeleidingsplan het; o
- Document waarin doelen en aanpak van de begeleiding zijn vastgelegd.
- Begeleidingsritme het; o
- De vaste cadans van korte check-ins, oefenmomenten en reflectie, waardoor begeleiding niet ‘gebeurt’ maar bestaat. Ritme maakt leren voorspelbaar en dus veiliger.
- Begeleidingsstructuur de; v
- De manier waarop begeleiding van stagiairs binnen een organisatie is georganiseerd.
- Beginbespreking de; v
- Zie: Startgesprek.
- Begingesprek het; o
- Zie: Startgesprek.
- Behoefte de; v
- Wat een stagiair nodig heeft om goed te werken of leren, bijvoorbeeld duidelijkheid of extra begeleiding.
- Bekwaamheid de; v
- Mate waarin iemand in staat is om een taak of functie adequaat uit te voeren.
- Belangenconflict het; o
- Situatie waarin jouw eigen belang, of dat van iemand die je na staat, kan botsen met je taak als begeleider of beoordelaar. Bijvoorbeeld als je een familielid als stagiair moet beoordelen.
- Belangenverstrengeling de; v
- Situatie waarin persoonlijke belangen botsen met professionele taken of verantwoordelijkheden.
- Beleving de; v
- Hoe iemand iets persoonlijk ervaart. Bijvoorbeeld hoe een stagiair zich voelt bij bepaalde feedback.
- Belevingskloof de; v
- Zie: Gap-analyse (stage).
- Belevingskwaliteit de; v
- Zie: Ervaringskwaliteit.
- Belonging het; o
- Het gevoel erbij te horen op de werkplek. Niet als warm bad, maar als: ik word gezien, ik mag vragen stellen, en ik tel mee in het team.
- Bemiddelingsinstantie de; v
- Zie: Stagebureau.
- Beoordelaar de; m/v
- Persoon die de prestaties of producten van een stagiair of student beoordeelt.
- Beoordelen in de praktijk ww
- Zie: Werkplektoetsing.
- Beoordeling de; v
- Het vaststellen in hoeverre een stagiair voldoet aan vooraf bepaalde criteria, vaak met een cijfer of oordeel als uitkomst. Zie ook: Feedback, Summatieve evaluatie.
- Beoordeling op werkprocessen de; v
- Zie: Werkprocesbeoordeling.
- Beoordelingscriteria de; mv
- Normen of uitgangspunten waarmee prestaties objectief worden beoordeeld.
- Beoordelingsformulier het; o
- Formulier waarop de prestaties van de student systematisch worden beoordeeld.
- Beoordelingsgesprek het; o
- Formeel gesprek waarin de begeleider of beoordelaar een onderbouwd oordeel geeft over het functioneren van de stagiair aan de hand van vooraf bekende criteria, vaak met gevolgen voor het eindresultaat.
- Beoordelingsinstrumenten de; mv
- Hulpmiddelen waarmee je stagiairs beoordeelt, zoals rubrics, feedbackformulieren en observatielijsten.
- Beoordelingsrubric de; m/v
- Tabel met niveaubeschrijvingen bij beoordelingscriteria, bedoeld voor transparante beoordeling. Zie ook: Rubrics.
- Beroepscompetentie de; v
- Combinatie van kennis, vaardigheden en houding nodig voor het uitoefenen van een beroep.
- Beroepservaring de; v
- Zie: Werkervaring.
- Beroepsethiek de; v
- Normen en waarden die richting geven aan professioneel handelen binnen een beroep.
- Beroepshouding de; v
- Gedrag en instelling die van iemand in een beroepscontext worden verwacht, zoals betrouwbaarheid, verantwoordelijkheid en samenwerking.
- Beroepsonderwijs het; o
- Onderwijs dat opleidt voor een beroep, in Nederland vooral het mbo en het hbo. Zie ook: MBO, HBO.
- Beroepspraktijk de; v
- De werkelijke werkomgeving van een beroep, waarin studenten leren en toetsen in echte beroepssituaties. Zie ook: Beroepspraktijkvorming (bpv), Arbeidsplaats.
- Beroepspraktijkvorming (bpv) de; v
- Officiële term in het mbo voor praktijkleren binnen het curriculum van de opleiding.
- Beroepsproduct het; o
- Concreet werkresultaat van de stagiair dat beoordeeld kan worden.
- Beroepssituatie de; v
- Reële of gesimuleerde context waarin beroepshandelingen worden uitgevoerd.
- Beroepsvolwassenheid de; v
- De mate waarin je professioneel handelt en verantwoordelijkheid neemt op je werk of stage. Zie ook: Taakvolwassenheid.
- Beschikbaarheidsheuristiek de; v
- De neiging om te oordelen op basis van voorbeelden die snel in je opkomen, zoals een opvallende fout of een recent incident, in plaats van op basis van het totaalbeeld.
- Beslisruimte de; v
- De mate van vrijheid die iemand heeft om eigen keuzes te maken binnen een context.
- Beslissingsmoeheid de; v
- Minder goede keuzes maken bij stagiairs na een lange dag begeleiden.
- Besluitvaardigheid de; v
- Het vermogen om snel en effectief beslissingen te nemen.
- Betrokkene de; m/v
- Degene van wie de persoonsgegevens worden verwerkt, zoals een stagiair.
- Betrokkenheid de; v
- Actieve deelname en emotionele verbondenheid met een groep, taak of organisatie.
- Betrouwbaarheid de; v
- Eigenschap dat iemand afspraken nakomt en consistent handelt.
- Bewijsmateriaal het; o
- Het geheel van verslagen, opdrachten, observaties en beoordelingen waarmee de student aantoont dat hij competent is. Zie ook: Examendossier.
- Bewust leren het; o
- Leren door actief op te letten en bewust keuzes te maken. Zie ook: Ervaringsleren.
- BHV de; v
- Bedrijfshulpverlening: georganiseerde hulp binnen een organisatie bij bijvoorbeeld ongevallen, brand en ontruiming. De medewerkers die deze hulp verlenen heten bhv’ers.
- Bias de; v
- Een systematische vertekening in waarneming, denken of oordelen. Bij stages kan die bijvoorbeeld selectie, begeleiding of beoordeling beïnvloeden. Een bias hoeft geen vooroordeel over een persoon of groep te zijn. Zie ook: Vooroordelen, Confirmation bias, Selectiebias.
- Bias blind spot de; v
- Denken dat je zelf niet bevooroordeeld bent in stagebeoordeling.
- Bijsturen ww
- Helpen verbeteren zonder streng te corrigeren.
- Bikeshedding het; o
- Focus op kleine details in plaats van op belangrijke stageprestaties.
- Blended learning het; o
- Een doordachte combinatie van fysieke en online leeractiviteiten binnen een leertraject. Bijvoorbeeld oefenen op de werkplek, aangevuld met online uitleg en een gezamenlijk reflectiegesprek. Zie ook: Hybride leren, Werkplekleren.
- Blokstage de; v
- Aaneengesloten stageperiode van meerdere weken.
- Blunderruimte de; v
- Afgesproken ruimte om fouten te maken zonder dat daar direct consequenties aan hangen. Wie weet dat een misser mag, durft te proberen. Zie ook: Foutenbudget.
- BOL de; v
- Beroepsopleidende Leerweg. Leerweg in mbo, studenten leren vooral op school met stages.
- Boodschap overbrengen ww
- Het helder en empathisch communiceren van informatie, ook als die pijnlijk is.
- Boundary crossing het; o
- Leren of schakelen tussen verschillende omgevingen, zoals school en werk. Bij stages gaat het om wennen aan andere regels, gewoontes of verwachtingen. Zie ook: Hybride leren.
- BPV de; v
- Beroepspraktijkvorming. Stageperiode waarin studenten praktijkervaring opdoen binnen het mbo.
- BPV (afkorting) de; v (afk.)
- Zie: Beroepspraktijkvorming (bpv).
- Bpv-begeleider de; m/v
- Persoon binnen het leerbedrijf die verantwoordelijk is voor de dagelijkse begeleiding van de stagiair (BPV: beroepspraktijkvorming). De BPV-begeleider ondersteunt, geeft feedback en bewaakt de voortgang tijdens de stageperiode.
- BPV-contract het; o
- Zie: Praktijkovereenkomst (POK).
- BPV-coördinator de; m/v
- Persoon, meestal op school, die de bpv organiseert: plaatsing van studenten, overeenkomsten, contact met leerbedrijven en bewaking van de kwaliteit. In grotere bedrijven kan een bpv-coördinator alle stagiairs coördineren. Zie ook: Bpv-begeleider.
- BPV-gesprek (3-partijen) het; o
- Zie: Driehoeksgesprek.
- BPV-overeenkomst de; v
- Zie: Praktijkovereenkomst (POK).
- BPV-plan het; o
- Zie: Stageplan.
- Breinleren het; o
- Leren dat aansluit bij hoe het brein informatie verwerkt, onthoudt en toepast. Vaak gebruikt om onderwijs of begeleiding te koppelen aan inzichten uit de neurowetenschap.
- Breinpaadje het; o
- Een automatische gewoonte of gedachte over stagiairs of leerlingen die je onbewust blijft herhalen, bijvoorbeeld bij begeleiding of beoordeling. Bijvoorbeeld denken: "Stagiairs snappen het toch nooit meteen" of "Zo hebben we het altijd gedaan." Zie ook: Bias.
- Bruner, Jerome eigennaam
- Amerikaanse psycholoog (1915-2016), een van de grondleggers van de cognitieve psychologie en een belangrijke constructivistische denker. Bruner zag leren als een actief proces van betekenis geven, waarin de leerling kennis construeert op basis van bestaande ervaringen. Introduceerde samen met Wood en Ross (1976) het 'scaffolding'-principe: de begeleider biedt tijdelijke steun die afneemt naarmate de leerling competenter wordt. Bouwde voort op Vygotski en beschreef ook drie representatieniveaus van leren: enactief (doen), iconisch (beelden) en symbolisch (taal). Zie ook: Sociaal-constructivisme, Vygotski, Lev, Zone van naaste ontwikkeling, Scaffolding.
- Buddy de; m/v
- Collega die stagiair informeel begeleidt en wegwijs maakt.
- Buddy (structureel) de; m/v
- Zie: Werkplektutor.
- Buddycheck de; m/v
- Check na een bepaalde periode of de match tussen buddy en stagiair nog goed werkt.
- Buddysysteem het; o
- Systeem waarbij een stagiair wordt gekoppeld aan een collega of medestudent die hem informeel wegwijs maakt, bijvoorbeeld bij een internationale stage.
- Buitenlandverzekering de; v
- Aanvullende verzekering voor stagiairs in het buitenland, bijvoorbeeld voor zorgkosten, aansprakelijkheid en repatriëring. Vaak eist de school of het programma zo'n verzekering.
C
- Campusrecruiter de; m/v
- Recruiter gespecialiseerd in aantrekken van studenten en starters voor stages.
- Cao de; v
- Collectieve arbeidsovereenkomst waarin afspraken over stages kunnen staan.
- Carrière de; v
- Professionele loopbaan of ontwikkelroute van iemand binnen of buiten een organisatie.
- Carrouselstage de; v
- Stagevorm waarbij een student in korte tijd bij meerdere afdelingen of bedrijven meeloopt.
- Centrale tendentie de; v
- De neiging om bij twijfel iedereen in het midden te scoren, zodat verschillen tussen stagiairs verdwijnen.
- Certificering stagebedrijf de; v
- Erkenning voor organisaties die voldoen aan kwaliteitsnormen voor stagebegeleiding.
- Check-in de; m/v
- Dagelijkse korte bespreking met stagiair voor overleg en ondersteuning.
- Check-in-formulier het; o
- Informeel formulier voor korte terugblik of dagstart tussen student en begeleider.
- Check-in-ritme het; o
- Zie: Begeleidingsritme.
- Check-out de; v
- Kort afsluitmoment (2 tot 5 minuten) aan het einde van de dag of dienst: wat ging goed, wat was lastig, wat is de eerste stap morgen? Mini-ritueel dat de stage ineens een verhaal maakt.
- Co-stages de; mv
- Stages waarbij meerdere studenten samen op stage gaan.
- Coach (rol) de; m/v
- Begeleider die groei stimuleert door vragen te stellen en feedback te geven.
- Coachen ww
- Begeleiden gericht op het ontwikkelen van vaardigheden of gedrag.
- Coachende houding de; v
- Open, nieuwsgierige houding gericht op het stellen van vragen in plaats van geven van antwoorden.
- Coaching de; v
- Vorm van begeleiding gericht op persoonlijke of professionele groei.
- Cognitief meesterschap (cognitive apprenticeship) het; o
- Model waarin de vakman zijn denken zichtbaar maakt terwijl hij werkt: voordoen, begeleiden, ondersteuning afbouwen en laten reflecteren (Collins, Brown en Newman, 1989).
- Cognitieve dissonantie de; v
- Onprettige spanning als je gedachten, overtuigingen of gedrag met elkaar botsen (Festinger, 1957). Bijvoorbeeld: je vindt een stagiair zwak, maar ziet hem iets heel goed doen.
- Collegialiteit de; v
- De bereidheid om collega’s te steunen, samen te werken en elkaar te helpen, ook buiten de eigen taken. Een houding die zorgt voor vertrouwen en een gezonde werk- en leeromgeving.
- Commentaar het; o
- Een reactie of opmerking op iemands werk of gedrag, vaak met de bedoeling om te verduidelijken, verbeteren of bij te sturen. Kan opbouwend zijn, maar wordt soms ervaren als kritiek.
- Communicatieve vaardigheden de; mv
- Het geheel van schriftelijke, mondelinge en non-verbale communicatievaardigheden.
- Competentie de; v
- 1. Het samenhangende geheel van kennis, vaardigheden en houding waarmee iemand in een bepaalde situatie adequaat handelt. 2. Binnen de zelfdeterminatietheorie: de psychologische basisbehoefte om je bekwaam en effectief te voelen. Die tweede betekenis komt ook terug in het EIF. Zie ook: Beroepscompetentie, Autonomie, Verbondenheid, Zelfdeterminatietheorie.
- Competentieanalyse de; v
- Analyse van welke competenties de stagiair beheerst en welke nog ontwikkeld moeten worden.
- Competentiebeoordeling de; v
- Beoordeling van of iemand de juiste vaardigheden in de praktijk laat zien.
- Competentiedoel het; o
- Een concreet leerdoel gericht op het ontwikkelen of aantonen van een specifieke competentie, zoals samenwerken, plannen of probleemoplossen. Vaak gebruikt in stage- en onderwijscontext om groei zichtbaar te maken.
- Competentiegericht leren het; o
- Onderwijsvorm waarin vaardigheden, kennis en houding samen centraal staan.
- Competentieontwikkeling de; v
- Ontwikkeling van beroepscompetenties.
- Competentieprofiel het; o
- Overzicht van de vaardigheden en gedragingen die nodig zijn voor een bepaalde functie of rol.
- Complimenten de; mv
- Positieve erkenning; extra belangrijk voor pubers.
- Concentratie de; v
- Vermogen om de aandacht bij een taak te houden.
- Confidentialiteitsverklaring de; v
- Zie: Geheimhoudingsverklaring.
- Confirmation bias de; v
- Zoeken naar informatie die je beeld van een stagiair bevestigt.
- Conflicthantering de; v
- De vaardigheid om conflicten op een constructieve manier aan te pakken en op te lossen.
- Conservatism bias de; v
- Vasthouden aan eerdere beoordelingen van een stagiair.
- Constructieve kritiek de; v
- Feedback geven zodat iemand beter wordt, zonder te kwetsen.
- Constructivisme het; o
- Onderwijskundige en epistemologische stroming die stelt dat kennis niet wordt overgedragen, maar actief wordt opgebouwd door de lerende zelf. Leren is volgens het constructivisme een proces van betekenisgeving: mensen verbinden nieuwe ervaringen aan bestaande kennis en context. De rol van de begeleider verschuift daarmee van uitlegger naar ontwerper van leeromgevingen. Belangrijke denkers zijn Jean Piaget, Lev Vygotski en Jerome Bruner. Zie ook: Dewey, John; Kolb-leercyclus; Sociaal leren; Sociaal-constructivisme.
- Contactmomentenstructuur de; v
- Zie: Begeleidingsritme.
- Context de; v
- De omgeving waarin een stagiair leert en werkt. Niet alleen de begeleider bepaalt hoe goed een stage verloopt, maar ook collega’s, cultuur en omstandigheden. Zie ook: Verbondenheid, Motivatie.
- Contrasteffect het; o
- Je beoordeelt iemand strenger of milder door de vergelijking met wie je net daarvoor zag, bijvoorbeeld de vorige stagiair.
- Copingstrategie de; v
- Aanpak die iemand gebruikt om met stressvolle of lastige situaties om te gaan.
- Creatief denken het; o
- Het vermogen om nieuwe, originele ideeën of oplossingen te bedenken. Zie ook: Creativiteit, Probleemoplossend vermogen.
- Creativiteit de; v
- Het vermogen om originele en bruikbare ideeën te bedenken.
- Crebo het; o (afk.)
- Centraal Register Beroepsopleidingen. Register van alle erkende mbo-opleidingen; elke opleiding heeft een eigen crebonummer.
- Criteriumgericht beoordelen ww
- Beoordelen aan de hand van vooraf vastgestelde en transparante criteria, gericht op objectiviteit en betrouwbaarheid.
- Criteriumgericht interview (CGI) het; o
- Gestructureerd gesprek waarin de beoordelaar aan de hand van vastgestelde criteria doorvraagt op het handelen van de student, vaak als onderdeel van een proeve van bekwaamheid (PvB).
- Cross-culturele communicatie de; v
- Effectieve communicatie tussen mensen met verschillende culturele achtergronden.
- Cultureel aanpassingsproces het; o
- Proces waarbij een student zich leert aanpassen aan een andere leef- en werkcultuur.
- Culturele sensitiviteit de; v
- Het vermogen om respectvol en effectief om te gaan met culturele verschillen.
- Cultuur de; v
- Cultuur is de gezamenlijke manier van doen in een groep: de mix van normen (wat hoort) en waarden (wat belangrijk is) die zichtbaar wordt in gedrag, taal en gewoontes.
- Cultuurinwerking de; v
- Zie: Werkpleksocialisatie.
- Cultuurschok de; v
- Verwarring of stress die ontstaat bij het wennen aan een andere cultuur.
- Curriculum het; o
- Geheel van leerstof en activiteiten binnen een opleiding of cursus.
- Cursist de; m/v
- Iemand die een cursus of training volgt. Zie ook: Deelnemer.
D
- Dagafsluiting de; v
- Zie: Check-out.
- Dagboek van verbazing het; o
- Reflectie-instrument waarin een stagiair of begeleider opmerkelijke, verrassende of verwarrende ervaringen vastlegt tijdens de stage. Helpt bij bewustwording en dialoog over verwachtingen, aannames en leerprocessen.
- Datalek het; o
- Incident waarbij persoonsgegevens onbedoeld beschikbaar komen voor onbevoegden.
- Debrief de; v
- Zie: Check-out.
- Decoy effect het; o
- Het verschijnsel dat een toegevoegde, minder aantrekkelijke keuzeoptie de voorkeur verschuift naar een bepaald alternatief. De lokoptie is duidelijk slechter dan dat alternatief, maar niet op dezelfde manier slechter dan de andere optie (Huber, Payne en Puto, 1982). Alleen iemand vergelijken met een zwakkere stagiair is eerder een contrasteffect. Zie ook: Contrasteffect.
- Deelnemer de; m/v
- Zie: Stagiair.
- Dewey, John eigennaam
- Amerikaanse filosoof en pedagoog (1859-1952), een van de belangrijkste denkers van het pragmatisme en bekend van het concept 'learning by doing'. Dewey zag onderwijs als een sociaal proces waarin ervaring, reflectie en handelen onlosmakelijk verbonden zijn. Leren ontstaat volgens hem niet door kennisoverdracht, maar door actief omgaan met echte situaties. Zijn ideeën vormen de basis voor ervaringsgericht leren, projectonderwijs en stagebegeleiding. Zie ook: Kolb-leercyclus, Ervaringsleren, Constructivisme.
- Diagnostische beoordeling de; v
- Beoordeling aan het begin om te zien wat iemand al kan of weet.
- Didactiek de; v
- De kunst en wetenschap van lesgeven: hoe kennis, vaardigheden en houding het best overgedragen en ontwikkeld kunnen worden.
- Dienstbetrekking de; v
- Formele arbeidsrelatie waarbij loonheffing en werkgeversverplichtingen gelden.
- Diep leren (deep learning) het; o
- Leren waarbij je de betekenis en samenhang van stof echt begrijpt en kunt toepassen in nieuwe situaties, in plaats van alleen te onthouden (oppervlakkig leren).
- Digitale stage op afstand de; v
- Internationale stagevorm waarbij de stagiair op afstand meewerkt vanuit eigen land.
- Digitale vaardigheden de; mv
- Het effectief en verantwoord kunnen gebruiken van digitale middelen en informatie.
- Diplomasupplement het; o
- Internationaal erkend document bij diploma’s waarin behaalde competenties en internationale ervaringen worden vermeld.
- Discipline de; v
- Vermogen om zich aan regels en afspraken te houden en taken vol te houden.
- Discretie de; v
- Het zorgvuldig omgaan met gevoelige of vertrouwelijke informatie.
- Diversiteit & inclusie de; v
- Beleid gericht op een diverse en inclusieve werkomgeving waarin elke stagiair zich welkom voelt.
- Doelbewust oefenen (deliberate practice) het; o
- Gericht oefenen op wat je nog niet kunt, met directe feedback en herhaling (Anders Ericsson). Iets anders dan gewoon veel uren maken.
- Doelstelling de; v
- Het concrete resultaat dat je met een stage, opdracht of begeleidingstraject wilt bereiken.
- Doorgroeimogelijkheden de; mv
- Kansen voor stagiairs om door te groeien naar een functie of vervolgstage binnen de organisatie.
- Doorzettingsvermogen het; o
- Het blijven proberen ondanks moeilijkheden of herhaalde mislukkingen.
- Driehoek (student-school-bedrijf) de; v
- Zie: Driehoeksgesprek.
- Driehoeksgesprek het; o
- Gesprek tussen student, school en leerbedrijf om verwachtingen, voortgang en knelpunten expliciet te maken. Werkt pas echt als het gaat over bijsturen, niet alleen over ‘evalueren’.
- Duaal contract het; o
- Zie: BBL-contract.
- Duale opleiding de; v
- Opleiding waarbij werk en studie gecombineerd worden, vaak met arbeidscontract.
- Duale stage de; v
- Stage als onderdeel van een duale opleiding; student combineert structureel werken en leren.
- Duidelijke verwachtingen de; mv
- Heldere communicatie over wat verwacht wordt.
- Dunning-krugereffect het; o
- Het verschijnsel dat mensen met weinig kennis of ervaring hun eigen kunnen overschatten, omdat ze niet zien wat ze nog niet weten. Bij stagiairs zie je dit vaak aan het begin van de stage.
- DUO de; m (afk.)
- Dienst Uitvoering Onderwijs, uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW in Groningen. Verzorgt onder meer studiefinanciering, het diplomaregister en de inschrijving van studenten.
E
- Ebbinghaus (vergeetcurve van) de; v
- Het model dat beschrijft hoe mensen informatie snel vergeten als die niet wordt herhaald. Deze vergeetcurve, ontwikkeld door de Duitse psycholoog Hermann Ebbinghaus (1885), laat zien dat gespreid herhalen cruciaal is om kennis vast te houden. Zie ook: Vergeetcurve, Herhalen.
- ECTS het; o (afk.)
- European Credit Transfer and Accumulation System: Europees studiepuntensysteem in het hoger onderwijs. Een voltijds studiejaar telt 60 EC. In Nederland staat 1 EC voor 28 uur studielast; Europees wordt doorgaans uitgegaan van 25 tot 30 uur per EC.
- EIF het; o (afk.)
- Emergent Internship Framework; flexibel begeleidingsmodel ontwikkeld door Maarten Brand.
- Eigen initiatief het; o
- Zelfstandig taken oppakken; te ontwikkelen eigenschap.
- Eigenaarschap het; o
- Zelf verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leerproces, taken en resultaten.
- Eindbeoordeling de; v
- Beoordeling aan het einde van een leertraject of stage.
- Einde-dagreflectie de; v
- Zie: Check-out.
- Eindgesprek het; o
- Zie: Exit (offboarding).
- ELBHO de; v (afk.)
- Stichting Erkenning Leerbedrijven Hoger Onderwijs; geeft een vrijwillig keurmerk aan bedrijven die goede hbo- en wo-stages bieden.
- Elicitation de; v
- Elicitation is het formuleren van een ontlokkingsvraag in de vorm van een stelling of prikkel, bedoeld om onderliggende kennis, ideeën of gevoelens expliciet te maken.
- Emergent bn.
- Wat gaandeweg ontstaat en zich ontwikkelt, in plaats van vooraf vast te liggen. In het EIF: begeleiding die je tijdens de stage flexibel bijstuurt op wat er gebeurt. Zie ook: EIF.
- Emotieregulatie de; v
- Het vermogen om eigen emoties te herkennen, begrijpen en beheersen.
- Empathie de; v
- Het vermogen om je in te leven in de gevoelens en beleving van anderen.
- Empathie tonen ww
- Het vermogen om je in te leven in de gevoelens van de ander en dat zichtbaar te maken.
- Empathiekloof de; v
- De neiging om te onderschatten hoe sterk emoties, zoals spanning of vermoeidheid, gedrag beïnvloeden als je die emoties zelf op dat moment niet voelt. Bijvoorbeeld: een ervaren begeleider vergeet hoe spannend een eerste klantgesprek is.
- Employer branding de; v
- Het imago van een organisatie als aantrekkelijke werkgever en stageplek, en alles wat je doet om dat imago op te bouwen.
- Empowerment het; o
- Iemand vertrouwen geven om zelf beslissingen te nemen.
- Endowmenteffect het; o
- De neiging om meer waarde te hechten aan iets omdat het van jou is, zoals een eigen werkwijze of je eigen stagiair, vergeleken met een gelijkwaardig alternatief.
- Entree-opleiding de; v
- Mbo-opleiding op niveau 1 voor studenten zonder vooropleiding. Bereidt voor op eenvoudig werk of een vervolgopleiding op niveau 2.
- Erasmus+ eigennaam
- Europees subsidieprogramma dat mobiliteit van studenten, docenten en stagiairs ondersteunt.
- Erbij horen het; o
- Zie: Belonging.
- Erkend leerbedrijf het; o
- Bedrijf dat door SBB is erkend om mbo-studenten op te leiden in de bpv of bbl. Zonder deze erkenning mag een mbo-student er geen bpv lopen.
- Erkenning van diploma’s de; v
- Officiële goedkeuring van buitenlandse diploma’s en studieresultaten voor gebruik in Nederland.
- Ervaren autonomie de; v
- De mate waarin een stagiair ruimte krijgt om zelfstandig te handelen en keuzes te maken.
- Ervaringsdeskundige de; m/v
- Iemand die door eigen ervaring deskundig is op een bepaald gebied.
- Ervaringskwaliteit de; v
- De kwaliteit van de stage zoals de stagiair die beleeft: bijvoorbeeld of begeleiding beschikbaar is, de relatie veilig voelt, het werk leerzaam is en afspraken worden nagekomen. Bespreek die ervaringen naast formele afspraken en kwaliteitscriteria. Zie ook: Stagebeleving, Leerklimaat.
- Ervaringsleren het; o
- Leerproces waarbij studenten leren door zelf taken uit te voeren, te reflecteren op hun ervaringen en de inzichten toe te passen in een realistische context, dus niet alleen uit boeken. Zie ook: Kolb-leercyclus, Bewust leren, Zintuigleren.
- Ervaringsplaats de; v
- Praktijkplek waar iemand leert door mee te draaien in een werkomgeving, vaak informeel of buiten het onderwijs om.
- Ervaringsscore de; v
- Zie: Ervaringskwaliteit.
- Escalatieladder de; v
- Afgesproken route voor als het schuurt: wanneer bespreek je het met de werkbegeleider, wanneer komt school erbij, wanneer pauzeer je de stage? Voorkomt dat alles pas bij paniek ‘incident’ heet.
- Escalatiepad het; o
- Zie: Escalatieladder.
- Ethisch dilemma het; o
- Situatie waarin je moet kiezen tussen twee waarden die niet samen kunnen worden gerealiseerd.
- Ethisch handelen het; o
- Keuzes maken die rechtvaardig en respectvol zijn voor stagiairs.
- Evaluatie de; v
- Moment of proces waarin je terugkijkt op het verloop, de prestaties en de ervaringen van een stage of begeleiding.
- Evaluatiebeleid het; o
- Manier waarop binnen de organisatie de begeleiding en prestaties van stagiairs worden geëvalueerd.
- Evaluatieformulier het; o
- Formulier waarop begeleiders en/of student de stage beoordelen.
- Examencommissie de; v
- Formele commissie die toeziet op de kwaliteit, toetsing en diplomering binnen een opleiding.
- Examendossier het; o
- Verzameling van bewijsmateriaal waarmee wordt aangetoond dat de student voldoet aan de exameneisen.
- Examenplan het; o
- Overzicht van welke examens een student wanneer en hoe aflegt, inclusief examens in de beroepspraktijk.
- Examinering de; v
- Het proces van beoordelen en vaststellen of een student voldoet aan de eisen uit het kwalificatiedossier of de opleidingscompetenties.
- Executieve functies de; mv
- Cognitieve vaardigheden voor planning, controle en doelgericht werken.
- Exit (offboarding) de; m/v
- Afronding van de stage, inclusief formele evaluatie en afscheid.
- Exitformulier het; o
- Document waarmee de stage formeel wordt afgerond, inclusief evaluatie, inleveren van spullen en afscheid.
- Exitgesprek het; o
- Zie: Exit (offboarding).
- Expectation gap de; v
- Zie: Gap-analyse (stage).
- Extrinsieke motivatie de; v
- Motivatie die ontstaat door externe factoren zoals beloningen, druk, waardering van anderen of verplichtingen.
- Extrinsieke motivatie bias de; v
- Aanname dat stagiairs alleen voor beloning komen, niet voor leren.
F
- Faalervaring de; v
- Moment waarop iets mislukt, vaak leerzaam bij reflectie.
- Faalruimte de; v
- Zie: Foutenbudget.
- Falen ww
- Het niet behalen van een doel of verwachting.
- Feed forward literacy de; v
- Zie: Feedforwardgeletterdheid.
- Feedback de; m
- Terugkoppeling over gedrag, leerproces of resultaat, bedoeld om te leren en te verbeteren.
- Feedbackcultuur de; v
- Een omgeving waar feedback geven en krijgen normaal en veilig is.
- Feedbackformulier het; o
- Formulier om gestructureerd feedback te geven of te verzamelen over het functioneren van de stagiair.
- Feedbackgesprek het; o
- Gesprek waarin de student terugkoppeling ontvangt op prestaties of gedrag, vaak na observatie of toetsmoment.
- Feedforward de; m
- Gerichte suggesties voor toekomstig gedrag en prestaties, bedoeld om vooruit te kijken en verdere ontwikkeling te stimuleren (onder meer Hattie en Timperley: Waar ga ik naartoe? Hoe sta ik ervoor? Wat is de volgende stap?).
- Feedforwardgeletterdheid de; v
- Het vermogen om vooruitkijkende terugkoppeling te vragen, te begrijpen en om te zetten in concreet gedrag. Niet: ‘wat ging er fout?’, maar: ‘wat doen we de volgende keer anders, en hoe merk je dat?’ In het echt is dit de upgrade van feedback: minder verdedigen, meer handelen. Let op: zonder duidelijke afspraken wordt feedforward een mooie spreuk met veiligheidshelm.
- Fictieve dienstbetrekking de; v
- Juridische status waarbij loonheffing geldt zonder formeel arbeidscontract.
- Fixed mindset de; v
- Het idee dat capaciteiten grotendeels vaststaan. Bekend van het werk van Carol Dweck. Iemand kan hierover per vaardigheid of situatie anders denken. Zie ook: Growth mindset.
- Flexibiliteit de; v
- Bereidheid en vermogen om mee te bewegen met veranderende omstandigheden of taken.
- Flow de; v
- Toestand waarin je volledig opgaat in een taak, zoals je stagewerk, doordat de uitdaging precies past bij je kunnen (Csikszentmihalyi). Je voelt je gefocust, de tijd vliegt en het werk gaat bijna vanzelf. Zie ook: Motivatie.
- Formatieve evaluatie de; v
- Informatie over het leren verzamelen en gebruiken om het vervolg van leren en begeleiden bij te sturen. Niet het moment of het formulier, maar het gebruik van de informatie maakt de evaluatie formatief. Zie ook: Feedback, Summatieve evaluatie.
- Formatieve jaren de; mv
- De periode in iemands leven, 15-25 jaar, waarin ervaringen, begeleiding en omgeving een blijvende invloed hebben op de vorming van karakter, waarden en professionele identiteit.
- Foutenbudget het; o
- Expliciete afspraak over hoeveel en welke fouten ‘mogen’ in de leerfase, en wanneer je ingrijpt. Een foutenbudget maakt veiligheid concreet en verlaagt schaamte.
- Foutenruimte de; v
- Zie: Foutenbudget.
- Framing het; o
- De manier waarop je een boodschap verpakt, bijvoorbeeld door woordkeus of volgorde. Die bepaalt mede hoe een stagiair je feedback opvat.
- Frustratietolerantie de; v
- Het vermogen om met teleurstellingen en obstakels om te gaan zonder op te geven. Dit vermogen ontwikkelt zich geleidelijk.
- Functietitel de; v
- Officiële benaming van iemands functie binnen een organisatie, zoals die in contract en organogram staat.
- Functional fixedness de; v
- Neiging om een voorwerp, hulpmiddel of werkwijze alleen te zien in de functie die je gewend bent, waardoor je andere oplossingen mist. Bijvoorbeeld een stagiair die een tool alleen gebruikt zoals het hem is voorgedaan.
- Functionaris gegevensbescherming (FG) de; m/v
- Persoon die binnen een organisatie toeziet op de naleving van de AVG.
- Functioneringsgesprek het; o
- Gesprek waarin prestaties, samenwerking en gedrag van de stagiair besproken worden.
- Fundamentele attributiefout de; v
- Gedrag van stagiairs toeschrijven aan karakter in plaats van situatie.
G
- Gap-analyse (stage) de; v
- Vergelijking tussen de huidige en de gewenste stagesituatie, bijvoorbeeld tussen wat het bedrijf denkt te bieden en wat de stagiair ervaart. Zo zie je waar je moet bijsturen.
- Gastorganisatie de; v
- De organisatie in het buitenland waar de student stage loopt.
- Geduld het; o
- Tijd gunnen voor ontwikkeling; essentieel bij pubers.
- Gegevensminimalisatie de; v
- AVG-principe dat je alleen persoonsgegevens verwerkt die echt nodig zijn voor het doel waarvoor je ze gebruikt.
- Gegevensverwerking de; v
- Elke handeling met persoonsgegevens, zoals verzamelen, opslaan, gebruiken of verwijderen.
- Geheimhoudingsverklaring de; v
- Schriftelijke afspraak waarin de stagiair belooft vertrouwelijke informatie van de organisatie niet met anderen te delen, ook niet na de stage.
- Gelijkwaardigheid de; v
- Principe dat mentor en mentee elkaar respecteren als gelijkwaardige gesprekspartners.
- Generatie de; v
- Een indeling van mensen naar geboorteperiode, vaak met veronderstelde gedeelde ervaringen. Grenzen verschillen per bron. Een generatie-indeling verklaart niet vanzelf het gedrag van een individuele stagiair; leeftijd, omstandigheden en persoonlijke verschillen spelen ook mee. Zie ook: Leeftijdsfase.
- Generatie X de; v
- Benaming voor mensen geboren in ongeveer 1965–1980. De grenzen verschillen per bron. De aanduiding beschrijft een geboortecohort, geen vast pakket eigenschappen. Zie ook: Generatie, Generatie Y, Generatie Z, Leeftijdsfase.
- Generatie Y de; v
- Ook millennials genoemd: mensen geboren in ongeveer 1981–1996. De grenzen verschillen per bron. Uitspraken over bijvoorbeeld zingeving of feedbackbehoefte gelden niet automatisch voor ieder individu. Zie ook: Generatie, Generatie X, Generatie Z, Leeftijdsfase.
- Generatie Z de; v
- Benaming voor mensen geboren in ongeveer 1997–2012. De grenzen verschillen per bron. Gebruik het label niet als verklaring voor alles wat een jonge stagiair doet. Zie ook: Generatie, Generatie X, Generatie Y, Leeftijdsfase.
- Generatieve AI de; v
- Kunstmatige intelligentie die tekst, beeld of code maakt, zoals ChatGPT. Kan het leren van een stagiair versterken of juist vervangen. Zie: pharmakon.
- Gesprekstechniek de; v
- Vaardigheid in het voeren van gesprekken, met aandacht voor structuur en empathie.
- Gespreksvaardigheden de; mv
- Het vermogen om effectief gesprekken te voeren, zoals feedback geven, vragen stellen of duidelijk uitleggen. Zie ook: communicatieve vaardigheden.
- Getuigschrift het; o
- Officiële verklaring van bedrijf over uitgevoerde werkzaamheden stagiair.
- Gevoeligheid de; v
- Mate waarin iemand sterk reageert op emotionele prikkels, zoals kritiek of afwijzing. Bij jongeren is die gevoeligheid vaak groter.
- Gezelmodel het; o
- Zie: Meester-gezelprincipe.
- Gezondheidsverklaring de; v
- Medisch document dat nodig kan zijn voor buitenlandse stages.
- Golemeffect het; o
- Het verschijnsel dat lage verwachtingen via de manier waarop iemand wordt behandeld kunnen bijdragen aan slechtere prestaties. Bijvoorbeeld wanneer een stagiair daardoor minder uitleg, oefenkansen of verantwoordelijkheid krijgt. Zie ook: Pygmalion-effect.
- Google-effect het; o
- Stagiairs onthouden minder omdat ze alles kunnen opzoeken.
- Grens aangeven het; o
- Het vermogen om aan te geven wat je wel of niet accepteert of aankan.
- Grensoverschrijdend gedrag het; o
- Gedrag waarbij iemands persoonlijke grenzen worden overschreden, zoals intimidatie, discriminatie of ongewenste aanrakingen. Als begeleider ben je alert op signalen en grijp je in.
- Grenzen aangeven ww
- Het duidelijk en respectvol communiceren over wat je wel of niet accepteert of aankan.
- Groen-oranje-roodmodel het; o
- Zie: Stoplichtmodel (begeleiding).
- Groepsdruk de; v
- Invloed van leeftijdsgenoten of collega's op iemands gedrag, ook op het werk. Engels: peer pressure.
- Groepsgevoel het; o
- Ervaren verbondenheid en gedeelde identiteit binnen een groep.
- Growth mindset de; v
- Het idee dat capaciteiten ontwikkeld kunnen worden, onder meer door oefenen, passende strategieën, feedback en ondersteuning. Bekend van het werk van Carol Dweck. Het gaat om ontwikkelbaarheid, niet om de belofte dat iedereen met genoeg inzet alles kan bereiken. Zie ook: Fixed mindset, Feedback.
H
- Halo-effect het; o
- De neiging om op basis van één positieve eigenschap een algeheel positief oordeel over een stagiair te vormen. Zie ook: Horn-effect.
- Handelingsruimte de; v
- Zie: Agency.
- Hardop denken (modeling) het; o
- Begeleider laat tijdens het werk z’n denkstappen horen: waarom doe je dit, waar let je op, wat check je? Maakt impliciete kennis zichtbaar voor de stagiair.
- hbo het; o (afk.)
- Hoger beroepsonderwijs; praktijkgericht hoger onderwijs.
- Heldere afspraken de; mv
- Zie: Wederzijdse verwachtingen.
- Herhalen het; o
- Het opnieuw doornemen of oefenen van kennis en vaardigheden om deze beter te onthouden en toe te passen. Sluit aan bij de vergeetcurve van Ebbinghaus: door gespreid te herhalen blijft informatie langer beklijven. Zie ook: Vergeetcurve, Ebbinghaus (vergeetcurve van).
- Herijken ww
- Zie: Tussentijds bijstellen.
- Herintredersstage de; v
- Stage voor mensen die na een tijd weer willen instromen op de arbeidsmarkt.
- Herstelvermogen het; o
- De mate waarin iemand na een tegenslag fysiek of mentaal weer in balans komt.
- Hindsight bias de; v
- Neiging om achteraf te denken dat je een uitkomst al zag aankomen, bijvoorbeeld "ik wist wel dat die stagiair zou afhaken".
- Hippocampus de; m
- De hippocampus is de geheugencoördinator van de hersenen: een zeepaardvormige structuur die nieuwe ervaringen en kennis vastlegt en helpt omzetten van het kortetermijn- naar het langetermijngeheugen, dat vooral in de hersenschors ligt. Hij speelt daarmee een cruciale rol bij leren. Je kunt hem zien als de archiefbeheerder van je brein: hij beslist wat in de la van vandaag mag blijven liggen en wat in het grote archief terechtkomt.
- Hoofdtaak de; v
- Zie: Kerntaak (mbo).
- Horn-effect het; o
- Negatieve eigenschap kleurt het hele beeld van een stagiair. Zie ook: Halo-effect.
- Hospitant de; m/v
- Iemand die korte tijd meeloopt en observeert om een beroep of organisatie te leren kennen, meestal zonder zelf taken uit te voeren.
- Host country mentor de; m/v
- Begeleider binnen het buitenlandse stagebedrijf.
- Houding en gedrag de; mv
- Combinatie van attitude en concreet observeerbaar gedrag in de beroepspraktijk.
- HR-beleid het; o
- Strategisch en operationeel beleid rondom instroom, ontwikkeling en behoud van personeel, inclusief stagiairs.
- HR-dashboard het; o
- Overzichtelijke tool waarmee gegevens over stages, begeleiding en instroom worden gemonitord.
- HRD de; v
- Human Resource Development. Ontwikkeling van werknemers door training en begeleiding.
- Hybride leren het; o
- In het beroepsonderwijs: leren waarbij onderwijs en beroepspraktijk doelbewust worden verweven, zodat leer- en werkprocessen elkaar versterken. De term wordt ook voor andere combinaties van leeromgevingen gebruikt; spreek daarom af wat je ermee bedoelt. Zie ook: Blended learning, Boundary crossing, Werkplekleren.
- Hybride stage de; v
- Combinatie van werken op kantoor en thuiswerken via digitale middelen.
- Hyperbolische afwaardering de; v
- Voorkeur van stagiairs voor directe beloning boven langetermijndoelen.
I
- IB de; m/v (afk.)
- Intern begeleider: coördineert binnen een school (vooral in het primair onderwijs) de leerlingenzorg en extra ondersteuning.
- IDP het; o (afk.)
- Individueel Ontwikkelplan; persoonlijk plan voor leerdoelen stagiair.
- IKEA-effect het; o
- Stagiairs hechten meer waarde aan werk of projecten die ze zelf hebben gemaakt.
- Illich, Ivan eigennaam
- Oostenrijks filosoof en criticus van het onderwijssysteem (1926-2002), bekend van zijn boek Deschooling Society (1971). Illich betoogde dat leren vooral buiten formele instellingen plaatsvindt en pleitte voor 'learning webs': netwerken waarin mensen kennis delen op basis van wederkerigheid en nieuwsgierigheid. Hij waarschuwde dat scholen afhankelijkheid creëren in plaats van autonomie. Zijn denken inspireert moderne ideeën over informeel leren, stages en peer learning. Zie ook: Dewey, John; impliciet leren.
- Illusie van transparantie de; v
- Neiging om te overschatten hoe duidelijk je gedachten, gevoelens of bedoelingen voor anderen zijn. Een begeleider denkt bijvoorbeeld dat zijn verwachtingen helder zijn, terwijl de stagiair ze niet kent.
- Illusion of validity de; v
- Overschatting van eigen beoordelingsvermogen over stagiairs.
- Impliciet leren het; o
- Leren dat plaatsvindt zonder dat het bewust als leerproces wordt ervaren, vaak via observatie of imitatie.
- Impulsbeheersing de; v
- Het vermogen om een eerste reactie te onderbreken en gedrag af te stemmen op een doel of situatie. Dit ontwikkelt zich gedurende jeugd en jongvolwassenheid en hangt ook samen met ervaring, stress en omstandigheden. Er is geen vaste leeftijd waarop het voor iedereen voltooid is. Zie ook: Executieve functies, Puberbrein.
- Impulsiviteit de; v
- Neiging tot spontane handelingen; vermindert met leeftijd.
- Inbedding in het team de; v
- Zie: Belonging.
- Inclusie de; v
- Het actief betrekken van alle individuen, ongeacht achtergrond of identiteit.
- Inclusieve stage de; v
- Stage waarin studenten met verschillende achtergronden, mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften toegang hebben tot passend werk, begeleiding en deelname aan het team. Aanpassingen kunnen daarbij helpen, maar inclusie gaat ook over toegankelijkheid, gelijkwaardige deelname en erbij horen. Zie ook: Aangepaste stage, Inclusie, Belonging.
- Inclusiviteit de; v
- De mate waarin iedereen zich welkom en gewaardeerd voelt, ongeacht achtergrond of identiteit.
- Informeel leren het; o
- Leren dat buiten een georganiseerd programma gebeurt: door mee te kijken, te vragen, fouten te maken en met collega's te praten. Het grootste deel van wat een stagiair leert, gaat zo.
- Initiatief het; o
- Het vermogen om uit eigen beweging taken op te pakken of te starten.
- Inspiratie de; v
- Het opdoen van energie, ideeën of motivatie door interactie met de ander.
- Instroombeleid het; o
- Beleid gericht op het werven en verwelkomen van nieuw talent, inclusief stagiairs.
- Instructeur de; m/v
- Persoon die uitleg geeft en het leerproces begeleidt.
- Instructie de; v
- Uitleg of aanwijzing om iets te leren of uit te voeren.
- Intakegesprek het; o
- Zie: Stage-intake.
- Intakegesprek (start) het; o
- Zie: Stage-intake.
- Integriteit de; v
- Het trouw blijven aan morele en professionele principes, ook zonder toezicht.
- Interculturele competentie de; v
- De vaardigheid om succesvol samen te werken in internationale en multiculturele contexten.
- Interculturele feedback de; v
- Feedback gericht op hoe stagiairs omgaan met culturele verschillen tijdens internationale stages.
- Interculturele vaardigheid de; v
- Vaardigheid om effectief samen te werken met mensen uit verschillende culturen.
- Interdisciplinaire stage de; v
- Stage waarin de stagiair samenwerkt over de grenzen van vakgebieden heen.
- International student support de; v
- Ondersteuning vanuit onderwijsinstellingen voor studenten die naar het buitenland gaan.
- Internationale competentieontwikkeling de; v
- Het gericht ontwikkelen van vaardigheden voor functioneren in een mondiale werkomgeving.
- Internationale stage de; v
- Stage die (deels) plaatsvindt in het buitenland of bij een internationaal georiënteerde organisatie.
- Internationalisering de; v
- Proces waarbij onderwijsinstellingen studenten voorbereiden op werken en leren in een internationale context.
- Internationaliseringsbeleid het; o
- Beleid van scholen of bedrijven om stages en samenwerking met het buitenland te stimuleren.
- Interpretatie de; v
- Hoe je iets uitlegt of begrijpt. Bijvoorbeeld hoe een stagiair jouw feedback interpreteert.
- Interventieladder de; v
- Zie: Escalatieladder.
- Interventiestoplicht het; o
- Zie: Stoplichtmodel (begeleiding).
- Interviewer bias de; v
- Begeleider beïnvloedt stagegesprek door eigen verwachtingen.
- Intervisie de; v
- Gestructureerde vorm van collegiaal leren waarbij gelijkwaardige professionals zonder leidinggevende elkaars werkvraagstukken bespreken volgens een vaste methode.
- Intrinsieke motivatie de; v
- Motivatie vanuit persoonlijke interesse en plezier.
- Intrinsieke of extrinsieke motivatie de; v
- Zie: motivatie.
- Introductie de; v
- Zie: Onboarding.
- Introductieprogramma het; o
- Zie: Onboarding.
- Inwerken ww
- Zie: Onboarding.
- Inwerken in de cultuur het; o
- Zie: Werkpleksocialisatie.
- Inwerkleren het; o
- Zie: On-the-job training.
- Inwerkperiode de; v
- Zie: Onboardingproces.
- Inwerkprogramma het; o
- Zie: Onboardingproces.
- Inwerktraject het; o
- Zie: Onboardingproces.
- Inzet de; v
- De moeite en energie die iemand in taken of leerdoelen steekt.
J
- Johari-venster het; o
- Model met vier vakken over wat jij en anderen van je weten (Luft en Ingham, 1955). Feedback maakt je blinde vlek kleiner.
- Jongerenstrategie de; v
- HR-beleid gericht op het aantrekken en begeleiden van jonge professionals en stagiairs.
K
- Kaderen ww
- In context plaatsen van observaties voor betere begeleiding.
- Kalibreren ww
- Het samen afstemmen door beoordelaars hoe zij criteria uitleggen en toepassen, zodat hun oordelen vergelijkbaar worden.
- Kennis de; v
- Geheel van feiten, inzichten en informatie die iemand bezit.
- Kennismaking (stage) de; v
- Zie: Kennismakingsgesprek.
- Kennismakingsgesprek het; o
- Laagdrempelig gesprek waarin een student en organisatie elkaar verkennen. Lijkt op een sollicitatiegesprek, maar is informeler en gericht op wederzijdse kennismaking.
- Kernkwadrant het; o
- Model van Daniel Ofman: bij elke kernkwaliteit horen een valkuil, een uitdaging en een allergie. Handig in begeleidings- en reflectiegesprekken.
- Kerntaak (mbo) de; v
- Hoofdtaak binnen een kwalificatiedossier die beschrijft wat iemand in het beroep moet kunnen. Kerntaken vormen vaak de kapstok voor leerdoelen en beoordeling in BPV/BBL.
- Kerntaken (KD) de; mv
- Zie: Kerntaak (mbo).
- Keuzedeel het; o
- Onderdeel van een mbo-opleiding dat de student kiest naast het kwalificatiedossier, om zich te verdiepen of te verbreden.
- Keuzeruimte de; v
- De hoeveelheid opties waaruit iemand zelfstandig mag kiezen binnen een traject.
- Keuzestress de; v
- Overweldigd raken door te veel taken of opties, waardoor je slechter of helemaal niet kiest. Engels: choice overload.
- Kick-offgesprek het; o
- Zie: Startgesprek.
- Kijkstage de; v
- Stage waarbij alleen geobserveerd wordt.
- Kinesthetisch leren het; o
- Leren door zelf actief bezig te zijn. Zoals iets zelf uitproberen.
- Klachtenprocedure de; v
- Officiële route binnen een organisatie om misstanden of ongewenst gedrag te melden.
- Klantgerichtheid de; v
- Houding waarbij de wensen en behoeften van de klant centraal staan.
- Koffie halen uitdr.
- Het klassieke stagiairklusje dat symbool staat voor werk zonder leerwaarde. Af en toe koffie halen hoort erbij, dat doet iedereen. Wordt het de hoofdtaak, dan is de stage een bijbaan zonder loon. Zie ook: Ongeschreven regels.
- Kolb-leercyclus de; v
- Model van ervaringsleren ontwikkeld door David A. Kolb (1984), dat vier fasen onderscheidt: concrete ervaring, reflectieve observatie, abstracte conceptualisatie en actief experimenteren. Volgens Kolb ontstaat leren door deze cyclus herhaaldelijk te doorlopen: doen, nadenken, begrijpen, toepassen. Het model benadrukt dat mensen een voorkeur kunnen hebben voor bepaalde fasen, wat leidt tot verschillende leerstijlen. Zie ook: ervaringsleren, leerstijl, reflectie.
- Kortetermijndoelen de; mv
- Haalbare doelen voor de komende dagen of weken, die snel zichtbare vooruitgang geven.
- KPI de; v
- Key Performance Indicator: een meetbare indicator waarmee je volgt of een belangrijk doel wordt bereikt. Bijvoorbeeld het percentage stagiairs dat de stage afrondt; het bijbehorende doel is het percentage dat je nastreeft.
- Kritiek ontvangen ww
- Op een constructieve manier omgaan met negatieve feedback.
- Kritiekgesprek het; o
- Gesprek waarin negatieve feedback of kritiek wordt besproken.
- Kritisch denken het; o
- Het analyseren van informatie en het vormen van een onderbouwd oordeel.
- Kwalificatie-eis de; v
- Wat iemand minimaal moet laten zien om bekwaam te worden verklaard.
- Kwalificatiedossier (KD) het; o
- Officieel document waarin de landelijke eisen en eindtermen van een mbo-opleiding zijn vastgelegd, als basis voor beoordeling van stages en examens.
- Kwalificerend beoordelen ww
- Beoordelen met als doel een formeel oordeel over bekwaamheid vast te leggen.
- Kwaliteitsscan (stageplek) de; v
- Zie: Werkplekscan.
L
- Laaggeletterdheid de; v
- Moeite met lezen, schrijven of rekenen op het niveau dat werk en dagelijks leven vragen. Komt ook bij stagiairs voor en valt vaak pas laat op.
- Lag-effect het; o
- Informatie blijft beter hangen als de tijd tussen herhalingen geleidelijk groter wordt. Zie ook: herhalen.
- Lastige gesprekken de; mv
- Gesprekken die emotioneel beladen of moeilijk te voeren zijn.
- Law of the instrument de; v
- Vastzitten in één begeleidingsmethode voor alle stagiairs.
- Learning & development (L&D) het; o
- HR-domein gericht op opleiding, training en ontwikkeling van medewerkers en stagiairs.
- Leeftijdsfase de; v
- Gedragingen en kenmerken die niet specifiek bij een generatie horen, maar bij een bepaalde leeftijd. Ongeduld, onzekerheid en risico's nemen zijn bijvoorbeeld typisch voor jong zijn. Zie ook: generatie, puberbrein.
- Leerafsprakenformulier het; o
- Formulier waarop afspraken, doelen en begeleiding van buitenlandse stages vooraf duidelijk worden vastgelegd.
- Leerarbeidsovereenkomst de; v
- Verouderde term. In de BBL heeft de student een arbeidsovereenkomst met het leerbedrijf, naast een praktijkovereenkomst met school en leerbedrijf. Zie ook: POK.
- Leerbaan (BBL) de; v
- Het totaal van werken + leren in de beroepsbegeleidende leerweg: je ontwikkelt je in een baan-achtige context, met school als structurele ‘bijrijder’.
- Leerbedrijf het; o
- Organisatie waar iemand in de beroepspraktijk leert. Voor het verzorgen van mbo-beroepspraktijkvorming is erkenning door SBB vereist. In het hoger onderwijs bestaat onder meer vrijwillige erkenning door ELBHO; die heeft een andere status. Zie ook: Erkend leerbedrijf, ELBHO, Beroepspraktijkvorming (bpv).
- Leerbedrijf (erkend leerbedrijf) het; o
- Zie: Erkend leerbedrijf. Voor de vrijwillige erkenning van stagebedrijven in het hoger onderwijs: ELBHO.
- Leerbedrijfsbegeleider de; m/v
- Zie: Werkplekbegeleider.
- Leercurve de; v
- Grafische of figuurlijke weergave van hoe snel en in welke mate iemand nieuwe kennis of vaardigheden verwerft gedurende een periode.
- Leerdimensies (Illeris) de; mv
- Model van Illeris dat leren uitlegt vanuit drie invalshoeken: inhoud (kennis en vaardigheden), motivatie (drijfveren en emoties) en sociale context (interactie en omgeving). Zie ook: motivatie, verbondenheid, autonomie.
- Leerdoel het; o
- Specifiek resultaat dat men met leren wil bereiken.
- Leerdoel in context het; o
- Zie: Werkplekleerdoel.
- Leerdoelen de; mv
- Concreet omschreven doelen voor leerproces stagiair.
- Leerervaring de; v
- Ervaring waar iemand iets van opsteekt, ook bij mislukking.
- Leergierigheid de; v
- De wens om nieuwe kennis en vaardigheden op te doen.
- Leerklimaat het; o
- De mate waarin een organisatie ruimte en stimulans biedt om te leren en fouten te mogen maken.
- Leerling de; m/v
- Iemand die onderwijs volgt, vooral in het primair en voortgezet onderwijs. In het mbo spreek je van student of deelnemer.
- Leerlingbegeleider de; m/v
- Medewerker op school die leerlingen begeleidt bij hun studie, welzijn en loopbaan. Niet te verwarren met de begeleider op de werkplek. Zie ook: Werkplekbegeleider.
- Leerlingloon het; o
- Zie: BBL-loon.
- Leermateriaal het; o
- Hulpmiddel of bron die wordt gebruikt om te leren, zoals boeken of video’s.
- Leermeester de; m/v
- Vakmens op de werkvloer die het ambacht overdraagt in het echt: door voordoen, samen doen, feedback in context en het bewaken van kwaliteit en veiligheid.
- Leermethode de; v
- Manier waarop leren wordt vormgegeven, bijvoorbeeld klassikaal of online.
- Leeromgeving de; v
- Fysieke of digitale plek waar leren plaatsvindt.
- Leeropbrengst de; v
- Wat de stagiair aantoonbaar meeneemt: niet alleen taken kunnen, maar ook begrijpen waarom, in welk tempo, met welke norm en in welke samenwerking.
- Leerplaats de; v
- Zie: Leerwerkplek.
- Leerpotentieel het; o
- De ‘leer-ruimte’ in een werkplek: hoeveel kansen biedt het werk om te oefenen, fouten te bespreken, verantwoordelijkheden op te bouwen en te reflecteren?
- Leerproces het; o
- Het geheel van stappen en activiteiten die leiden tot leren.
- Leerrendement het; o
- Zie: Leeropbrengst.
- Leerresultaat het; o
- Zie: Leeropbrengst.
- Leerroute op de werkvloer de; v
- Zie: Werkplekcurriculum.
- Leerruimte voor fouten de; v
- Zie: Foutenbudget.
- Leerstijl de; m
- Voorkeursmanier waarop iemand leert, bijvoorbeeld door doen, nadenken, kijken of luisteren. Bekend van onder meer Kolb. Let op: onderzoek laat niet zien dat lesgeven afgestemd op iemands leerstijl beter werkt.
- Leerstrategie de; v
- De manier waarop je nieuwe dingen leert, zoals samenvatten of oefenen.
- Leertijd de; v
- Periode waarin iemand een vak leert, bijvoorbeeld tijdens opleiding of stage.
- Leeruitkomst de; v
- Wat een student aantoonbaar weet, kan of heeft geleerd na afloop van een leeractiviteit of stage.
- Leervermogen het; o
- Het vermogen om nieuwe informatie snel op te nemen, toe te passen en te ontwikkelen.
- Leerwaarde de; v
- Zie: Leerpotentieel.
- Leerwerkbaan de; v
- Zie: Leerbaan (BBL).
- Leerwerkdag de; v
- Zie: BBL-praktijkdag.
- Leerwerkplan het; o
- Document waarin leerdoelen en leeractiviteiten worden vastgelegd.
- Leerwerkplek de; v
- Werkplek die expliciet is ingericht om te leren: met tijd voor instructie, oefentaken, veilige foutenruimte en begeleiding. Dus niet alleen ‘meewerken’, maar ‘meewerken met leerlogica’.
- Leerwerkplekscan de; v
- Zie: Werkplekscan.
- Leerwerktraject het; o
- Praktijkgerichte leerroute binnen vmbo.
- Leerwinst de; v
- Zie: Leeropbrengst.
- Legitieme perifere participatie de; v
- Leren door eerst aan de rand van een beroepsgemeenschap mee te doen met eenvoudige maar echte taken, en daarna steeds meer naar het midden te schuiven (Lave en Wenger, 1991).
- Leren ww
- Het verwerven van kennis, vaardigheden of attitudes door studie of ervaring.
- Leren in de praktijk het; o
- Zie: On-the-job training.
- Leren op de werkvloer het; o
- Zie: Werkplekleren.
- Lintstage de; v
- Stage waarbij één vaste dag per week wordt gelopen.
- LOB de; v
- Loopbaanoriëntatie en -begeleiding. Activiteiten die studenten helpen bij loopbaankeuzes.
- Loonbelasting de; v
- Belasting die de organisatie inhoudt op het loon, ook op een stagevergoeding. Op een zuivere onkostenvergoeding wordt niets ingehouden.
- Loonheffing de; v
- Verzamelnaam voor loonbelasting en premies die de werkgever inhoudt.
- Loonheffingskorting de; v
- Korting op de ingehouden loonheffing waar iedereen recht op heeft. Je laat hem door één werkgever toepassen, bij een stagiair meestal de stageorganisatie.
- Loopbaan de; v
- Het geheel aan werkervaringen en ontwikkelmomenten die samen iemands professionele pad vormen.
- Loopbaanbegeleider de; m/v
- Persoon binnen de opleiding die studenten ondersteunt bij het maken van keuzes in hun leer- en loopbaantraject.
- Loopbaanoriëntatie de; v
- Verkennen van professionele toekomstmogelijkheden.
- Loopbaanpad het; o
- Het uitgestippelde of verwachte traject van een stagiair binnen een organisatie of sector.
- Luisteren het; o
- De kernvaardigheid van een begeleider: met volle aandacht horen wat een stagiair zegt én niet zegt, om zo ruimte te maken voor begrip, vertrouwen en ontwikkeling.
- Luistervaardigheid de; v
- Het vermogen om actief, aandachtig en zonder oordeel te luisteren.
- LVS het; o (afk.)
- Leerlingvolgsysteem: systeem waarin school de voortgang van leerlingen bijhoudt.
M
- Maatschappelijke stage de; v
- Stage waarin scholieren vrijwilligerswerk doen ten behoeve van de samenleving.
- Maatschappelijke verantwoordelijkheid de; v
- Besef dat je gedrag impact heeft op anderen en de samenleving.
- Machtsmisbruik het; o
- Het misbruiken van je positie of invloed om iemand onder druk te zetten of te benadelen, bijvoorbeeld een begeleider die de beoordeling gebruikt als drukmiddel.
- Manager (rol) de; m/v
- Begeleider die structuur en duidelijke instructies biedt aan stagiair.
- Marktconform bn.
- Een stagevergoeding die past bij wat gebruikelijk is in de sector of functie.
- MAS de; v
- Afkorting voor maatschappelijke stage. Stage waarin de stagiair zich inzet voor een non-profitorganisatie of maatschappelijke activiteit, met als doel bij te dragen aan de samenleving en tegelijk sociale vaardigheden te ontwikkelen. Zie ook: sociale stage
- Masterstage de; v
- Stage binnen een masteropleiding.
- mbo het; o (afk.)
- Middelbaar beroepsonderwijs; sterk praktijkgericht onderwijs.
- Meekijkmoment het; o
- Gepland observatiemoment waarbij de begeleider meekijkt met de stagiair tijdens het werk.
- Meeloopstage de; v
- Stage waarbij de stagiair vooral observeert en taken van collega’s volgt om de praktijk te leren kennen.
- Meester de; m/v
- Zie: Leermeester.
- Meester-gezelprincipe het; o
- Manier van opleiden waarbij een leerling of gezel leert door naast de meester te werken: observeren, nadoen, oefenen, feedback krijgen, en steeds iets meer zelfstandigheid.
- Meester-leerlingmodel het; o
- Zie: Meester-gezelprincipe.
- Meewerkstage de; v
- Stage waarin de stagiair actief meewerkt binnen het team en operationele taken uitvoert.
- Meldpunt het; o
- Zie: Klachtenprocedure.
- Meldroute de; v
- Zie: Escalatieladder. Zie ook: Klachtenprocedure.
- Mentale beschikbaarheid de; v
- Het actief beschikbaar zijn voor de ander, ook emotioneel en relationeel.
- Mentee de; m/v
- Persoon die begeleiding ontvangt van een mentor.
- Mentor de; m/v
- Ervaren persoon die minder ervaren persoon (de mentee) begeleidt.
- Mentorgesprek het; o
- Gesprek tussen mentor en mentee over leervragen, doelen en ontwikkeling.
- Mentoring de; v
- Proces waarbij een mentor een mentee begeleidt in diens ontwikkeling.
- Mentormindset de; v
- Houding waarbij het succes van de mentee centraal staat en feedback motiverend wordt ingezet (cf. wise feedback).
- Mentorprogramma het; o
- Georganiseerd traject waarin mentoren en mentees volgens vaste afspraken samenwerken aan ontwikkeling.
- Mentorschap het; o
- Verantwoordelijkheid of taak van een mentor binnen een leercontext.
- Mere-exposure-effect het; o
- Stagiairs wennen aan taken door herhaling en waarderen ze meer.
- Metacognitie de; v
- Kennis over je eigen denken en leren, en het vermogen om die processen te plannen, te volgen en bij te sturen. Bijvoorbeeld vooraf een aanpak kiezen, tussendoor controleren of je iets begrijpt en achteraf nagaan wat werkte. Zie ook: Leerstrategie, Zelfreflectie.
- Micro-internship de; v
- Zie: Microstage.
- Microstage de; v
- Korte stage of ‘mini-opdracht’ (bijvoorbeeld 1 dag tot enkele weken) waarmee student en bedrijf snel kunnen testen of het werk past, en waarmee je drempels verlaagt om in te stappen.
- Mildheidseffect het; o
- De neiging om iedereen te gunstig te beoordelen, bijvoorbeeld omdat je de stagiair aardig vindt of een lastig gesprek wilt vermijden.
- Minimumjeugdloon het; o
- Wettelijk minimumloon voor werknemers jonger dan 21, als percentage van het volwassen minimumloon. Geldt voor bbl'ers met een arbeidsovereenkomst, niet voor bol-stagiairs.
- Ministage de; v
- Zie: Microstage.
- Mislukking de; v
- Het niet behalen van het gewenste resultaat, met mogelijkheid tot groei.
- Mobiliteitsbeurs de; v
- Financiële ondersteuning voor studenten die een buitenlandse stage volgen.
- Modelleren ww
- Zie: Hardop denken (modeling).
- Mondelinge communicatie de; v
- Het helder en overtuigend kunnen overbrengen van ideeën in gesproken vorm.
- Motivatie de; v
- De zin en energie hebben om iets te doen of proberen.
- Motiveren ww
- Het geven van redenen, uitleg of prikkels om iemand tot een bepaalde houding of handeling aan te zetten. In de context van stages: het stimuleren van de stagiair om actief te leren en betrokken te blijven bij het werk en de leerdoelen. Zie ook: feedback, begeleiden.
N
- Nauwkeurigheid de; v
- Zorgvuldigheid en aandacht waarmee taken worden uitgevoerd.
- Nazorg de; v
- Begeleiding na afloop van het hoofdtraject, ter ondersteuning van de voortgang.
- NDA de; v
- Afkorting van non-disclosure agreement, de Engelse term voor een geheimhoudingsverklaring. Zie: geheimhoudingsverklaring.
- Netheid de; v
- Verzorgde en ordentelijke manier van werken.
- Netwerk het; o
- Geheel van contacten die relevant zijn voor persoonlijke of professionele groei.
- Netwerkleren het; o
- Leren door kennis en ervaring te delen in een netwerk van mensen, binnen en buiten de eigen organisatie.
- Neurodiversiteit de; v
- Het idee dat verschillen in hoe hersenen werken, zoals bij autisme, ADHD of dyslexie, normale variatie zijn. Vraagt soms om andere afspraken op de werkplek.
- Neurowetenschap de; v
- De studie van het zenuwstelsel en de werking van het brein, met aandacht voor processen zoals waarneming, geheugen, leren en gedrag.
- Neutraliteit de; v
- Het onbevooroordeeld blijven in situaties met tegengestelde belangen of meningen.
- Niet-marktconform bn.
- Stagevergoeding die lager ligt dan wat gebruikelijk is of onder de cao-norm.
- Niet-oordelende taal de; v
- Communicatie zonder veroordeling; bevordert openheid.
- Non-verbaal gedrag het; o
- Gedrag waarmee zonder woorden informatie wordt overgebracht, zoals via lichaamstaal, mimiek en houding.
- Non-verbale communicatie de; v
- Informatie overbrengen via houding, mimiek, oogcontact en lichaamstaal.
- Normen de; mv
- Gedragsregels binnen je organisatie, bijvoorbeeld op tijd komen of netjes communiceren.
- Normgericht beoordelen het; o
- Beoordelen door de prestatie te vergelijken met die van anderen in de groep (relatieve norm). Tegenhanger van criteriumgericht beoordelen.
- NT2 (Nederlands als tweede taal) het; o (afk.)
- Nederlands leren als je moedertaal een andere taal is. Een stagiair met NT2 heeft baat bij heldere, korte instructies.
- Nuffic eigennaam
- Nederlandse organisatie die helpt bij internationalisering van onderwijs, buitenlandse stages en diploma-erkenning.
O
- Objectieve beoordeling de; v
- Beoordeling die gebeurt op basis van duidelijke en meetbare criteria.
- Observatie de; v
- Het gericht waarnemen van gedrag of processen als onderdeel van begeleiding.
- Observatiestage de; v
- Stage bestaande uit observatie-activiteiten.
- Observeren ww
- Gericht en zo objectief mogelijk kijken naar gedrag of uitvoering, bij begeleiding of beoordeling.
- Oefening de; v
- Herhaalde activiteit om een vaardigheid te verbeteren.
- Oefenkansen de; mv
- Zie: Leerpotentieel.
- Oefentijd de; v
- Tijd die je krijgt om een vaardigheid te oefenen voordat die beoordeeld wordt.
- OER (onderwijs- en examenregeling) de; v (afk.)
- Document van de opleiding met de regels over inhoud, examens en beroepspraktijkvorming. Ook de eisen aan de bpv staan erin.
- Offboarding het; o
- Zie: Exit (offboarding).
- OKR de; mv
- Objectives & Key Results. Manier om doelen duidelijk en meetbaar te maken.
- Omgaan met feedback ww
- Het op een constructieve manier kunnen ontvangen en gebruiken van feedback.
- On-the-job training de; v
- Leren tijdens het werk zelf, in real time. Niet in een lokaal, maar naast een collega, met echte klanten, echte deadlines en echte consequenties.
- Onbewust leren het; o
- Leren zonder dat je het zelf in de gaten hebt. Zoals je eerste dag op stage vanzelf leert hoe mensen zich gedragen.
- Onboarding de; v
- Het proces waarbij een stagiair wordt ingewerkt en kennismaakt met de organisatie en collega's.
- Onboardingproces het; o
- Proces waarin een stagiair wordt ingewerkt en wegwijs gemaakt binnen de organisatie.
- Ondernemend gedrag het; o
- Zelf kansen zien en benutten, ideeën voorstellen en uitvoeren.
- Ondersteuning de; v
- Het bieden van hulp of bijstand tijdens een proces of activiteit.
- Ondertekenlijst de; v
- Lijst waarop alle betrokkenen bevestigen dat afspraken zijn nagekomen.
- Onderzoeksstage de; v
- Stage waarin de stagiair zelfstandig of begeleid een onderzoek uitvoert binnen een organisatie.
- Ongeschreven regels de; mv
- Informele regels die nergens officieel staan. Bijvoorbeeld wie de koffie haalt of hoe laat je écht begint.
- Ongewenst gedrag (werkvloer) het; o
- Gedrag dat de sociale veiligheid schaadt, zoals pesten, discriminatie, intimidatie of ‘grapjes’ die alleen voor de grappenmaker leuk zijn. Voor stagiairs extra spannend door afhankelijkheid.
- Onkosten de; mv
- Zie: Onkostenvergoeding.
- Onkostenvergoeding de; v
- Vergoeding voor gemaakte kosten zoals reizen of materiaal. Die is onbelast als het gaat om werkelijk gemaakte kosten of als de vergoeding binnen de fiscale vrijstellingen blijft. Niet te verwarren met stagevergoeding. Zie ook: stagevergoeding.
- Onmiddellijke beloning de; v
- Directe bevrediging; pubers hebben hier meer behoefte aan.
- Ontlokkingsvraag de; v
- Vraag die bedoeld is om dieperliggende informatie, ideeën of gevoelens naar boven te halen. Wordt vaak gesteld na een eerste, open vraag om verdieping te krijgen. Zie ook: elicitation.
- Ontwikkelbehoefte de; v
- Wat iemand nog nodig heeft om een gewenste competentie te bereiken.
- Ontwikkelgesprek het; o
- Gesprek gericht op de groei en het potentieel van de stagiair.
- Ontwikkelingsgericht beoordelen ww
- Beoordelen gericht op het geven van feedback om groei te stimuleren, zonder formele kwalificatie.
- Ontwikkelingsgerichtheid de; v
- De mate waarin begeleiding en feedback gericht zijn op groei, leren en vooruitgang.
- Ontwikkelingsgesprek het; o
- Gesprek gericht op de persoonlijke of professionele ontwikkeling.
- Ontwikkelingsplan het; o
- Plan waarin leerdoelen en acties voor de mentee zijn vastgelegd.
- Ontwikkelplan het; o
- Persoonlijk plan met leerdoelen en acties, vaak als IDP aangeduid.
- Ontwikkelstapjes de; mv
- Zichtbare vooruitgang; motiveert jongeren.
- Onveilig gedrag (sociaal) het; o
- Zie: Ongewenst gedrag (werkvloer).
- Onzichtbare leerlijn de; v
- Zie: Werkplekcurriculum.
- Opbouwende kritiek de; v
- Constructieve feedback; moet zorgvuldig gegeven worden.
- Opbrengst van leren de; v
- Zie: Leeropbrengst.
- Open vragen de; mv
- Vragen die tot nadenken aanzetten; stimuleert reflectie.
- Opleidingsloon het; o
- Zie: BBL-loon.
- Opschalingsroute de; v
- Zie: Escalatieladder.
- Optimismemonster het; o
- Beeldspraak voor te optimistisch zijn over het succes van een stagiair zonder realistische inschatting.
- Ordelijkheid de; v
- Het gestructureerd en netjes werken.
- Oriëntatiestage de; v
- Stage om kennis te maken met het vakgebied.
- Overconfidence bias de; v
- Begeleiders of stagiairs overschatten hun eigen kunnen.
P
- PAP het; o
- Persoonlijk Activiteitenplan. Plan met concrete activiteiten aansluitend bij het POP.
- Participatiestage de; v
- Stage waarin de stagiair meedraait in het gewone werk en zelf taken uitvoert, als tegenhanger van een kijk- of observatiestage.
- PDCA de; v
- Plan-Do-Check-Act. Cyclische methode om processen te verbeteren.
- Peer assessment het; o
- Beoordeling door medestudenten of collega’s.
- Peer mentoring het; o
- Vorm van mentoring tussen gelijken, bijvoorbeeld collega’s of medestudenten.
- Perceptiekloof de; v
- Zie: Gap-analyse (stage).
- Perfectionisme het; o
- Neiging om alles foutloos te willen doen, wat kan leiden tot faalangst.
- Persoonlijk rolgedrag het; o
- Gedrag dat voortkomt uit je eigen persoonlijkheid en gewoonten, los van wat je rol of functie van je vraagt.
- Persoonsgegevens de; mv
- Alle informatie die herleidbaar is tot een natuurlijk persoon, zoals naam, e-mail of foto.
- Pharmakon het; o
- Grieks woord dat zowel medicijn als gif betekent. Een hulpmiddel dat het leren van een stagiair kan versterken, kan het ook vervangen. Denk aan AI: dezelfde tool helpt de een verder en laat de ander het denken overslaan.
- Piaget, Jean eigennaam
- Zwitserse ontwikkelingspsycholoog (1896-1980) die het cognitief constructivisme introduceerde. Piaget beschreef hoe kinderen kennis opbouwen via stadia van ontwikkeling: sensomotorisch, preoperationeel, concreet-operationeel en formeel-operationeel. Hij zag leren als een proces van assimilatie en accommodatie: bestaande schema’s worden aangepast aan nieuwe ervaringen. Zijn werk vormt de basis voor veel theorieën over zelfontdekkend leren en leerautonomie. Zie ook: Constructivisme, Bruner, Jerome, Ervaringsleren.
- Plan van aanpak het; o
- Gedetailleerd plan voor de uitvoering van de stage.
- Planningsvaardigheden de; mv
- Het kunnen opstellen en volgen van een efficiënte planning.
- POK de; v (afk.)
- Praktijkovereenkomst: verplichte overeenkomst tussen mbo-student, school en leerbedrijf met afspraken over de beroepspraktijkvorming (BPV).
- POK (praktijkovereenkomst) de; v (afk.)
- Zie: Praktijkovereenkomst (POK).
- POP het; o
- Persoonlijk Ontwikkelingsplan. Plan waarin student persoonlijke leerdoelen vastlegt.
- Portfolio het; o
- Verzameling van bewijzen van competenties, zoals verslagen, beoordelingen en reflecties.
- Portfolio-assessment het; o
- Beoordeling op basis van opdrachten, bewijs en reflecties die iemand heeft verzameld.
- Positieve bekrachtiging de; v
- Na gedrag iets toevoegen, zoals aandacht of een compliment, waardoor dat gedrag vaker voorkomt. Of iets een bekrachtiger is, blijkt uit het effect op het gedrag; een goedbedoelde beloning werkt niet automatisch zo. Zie ook: Feedback.
- Positieve feedback de; v
- Bevestigende terugkoppeling; extra effectief bij pubers.
- Pragmatisch leren het; o
- Leren door direct praktische oplossingen te zoeken.
- Praktijkbegeleider de; m/v
- Zie: Werkplekbegeleider.
- Praktijkbegeleider (werkvloer) de; m/v
- Zie: Werkplekbegeleider.
- Praktijkbegeleiding de; v
- Begeleiding op de werkplek gericht op werk uitvoeren én leren: instructie, oefenopbouw, veiligheid, reflectie en het bewaken van een haalbaar tempo.
- Praktijkbeoordeling de; v
- Evaluatie van het handelen van een student in een praktijksituatie.
- Praktijkcertificaat het; o
- Benaming die verschillende organisaties gebruiken voor een bewijs van praktisch leren of beheersing. Controleer wie het uitgeeft en welke waarde eraan is verbonden. Het is niet automatisch hetzelfde als een officieel mbo-certificaat of een praktijkverklaring. Zie ook: Praktijkverklaring.
- Praktijkcoach de; m/v
- Zie: Werkplektutor.
- Praktijkdag de; v
- Zie: BBL-praktijkdag.
- Praktijkexaminator de; m/v
- Persoon die namens de opleiding de proeve van bekwaamheid afneemt.
- Praktijkgemeenschap (community of practice) de; v
- Groep mensen die hetzelfde vak uitoefenen en van en met elkaar leren (Wenger). Een stagiair wordt er stap voor stap lid van.
- Praktijkleerdoel het; o
- Zie: Werkplekleerdoel.
- Praktijkleerling de; m/v
- Leerling die een groot deel van de opleiding in de praktijk leert, bijvoorbeeld in de BBL of het praktijkonderwijs.
- Praktijkleerplek de; v
- Zie: Leerwerkplek.
- Praktijkleren het; o
- Zie: Werkplekleren. Zie ook: Beroepspraktijkvorming (bpv).
- Praktijkopdracht de; v
- Opdracht die de stagiair uitvoert in de beroepspraktijk om competenties aan te tonen.
- Praktijkopleider de; m/v
- Begeleider binnen het leerbedrijf die verantwoordelijk is voor de dagelijkse aansturing en begeleiding van de stagiair op de werkvloer. In het mbo is een erkend leerbedrijf verplicht een deskundige praktijkopleider aan te wijzen.
- Praktijkovereenkomst de; v
- Zie: Praktijkovereenkomst (POK).
- Praktijkovereenkomst (POK) de; v
- Driehoeksovereenkomst tussen student, school en leerbedrijf met juridisch bindende afspraken over de stage (in het mbo de bpv).
- Praktijkperiode de; v
- Synoniem voor stage.
- Praktijkroute de; v
- Mbo-route waarbij iemand vooral op de werkplek leert en een mbo-certificaat of praktijkverklaring haalt, zonder volledige opleiding. Bedoeld voor werkenden en werkzoekenden.
- Praktijktoetsing de; v
- Zie: Werkplektoetsing.
- Praktijkverklaring de; v
- Document waarmee iemand aantoont bepaalde werkprocessen of vaardigheden in de praktijk te beheersen, ook als een volledig diploma nog niet haalbaar is. Wordt gebruikt in verschillende mbo-contexten.
- Pre-boarding de; v
- Voorbereidende fase vóór de eerste stagedag waarin praktische zaken en verwachtingen worden afgestemd.
- Pre-examenstage de; v
- Stage in aanloop naar het examen, vaak bedoeld om praktijkervaring op te doen als voorbereiding op de eindbeoordeling.
- Prefrontale cortex de; v
- De prefrontale cortex is het regiecentrum van de hersenen: het gebied vlak achter het voorhoofd dat plannen maakt, keuzes afweegt en impulsen remt. Ze speelt een sleutelrol bij leren en begeleiden, omdat ze overzicht houdt en helpt om rationele beslissingen te nemen. Je kunt haar zien als de regisseur of dirigent van je brein: ze houdt de spelers in toom en zorgt dat alles in de juiste volgorde gebeurt.
- Premies volksverzekeringen de; mv
- Sociale premies die bij stage met dienstbetrekking worden afgedragen.
- Presentatie de; v
- Mondelinge toelichting door de stagiair over het eigen werk of leerproces.
- Presentatievaardigheden de; mv
- Het overtuigend en helder kunnen presenteren van informatie.
- Primacy effect het; o
- Het verschijnsel dat informatie die je als eerste krijgt zwaarder weegt en beter blijft hangen dan wat later komt. Bijvoorbeeld: de eerste indruk van een stagiair kleurt de hele beoordeling.
- Privacyverklaring de; v
- Document waarin wordt uitgelegd welke persoonsgegevens worden verzameld, waarom en hoe ze worden verwerkt.
- Proactiviteit de; v
- Zelf actie ondernemen zonder dat iemand erom vraagt: anticiperen op situaties en uit eigen beweging handelen.
- Probleemoplossend denken het; o
- Zie: probleemoplossend vermogen. Zie ook: analytisch vermogen.
- Probleemoplossend vermogen het; o
- Het vermogen om zelfstandig oplossingen te vinden voor vraagstukken.
- Processtap (KD) de; v
- Zie: Werkproces (mbo).
- Proefopdracht (kort) de; v
- Zie: Microstage.
- Proefstage de; v
- Korte stage of werkervaringstraject bedoeld om te kijken of er wederzijdse klik is tussen student en organisatie.
- Proeftijd de; v
- Periode aan het begin van een arbeidsovereenkomst waarin werkgever en werknemer het contract direct kunnen opzeggen. De proeftijd moet schriftelijk zijn afgesproken en duurt maximaal één of twee maanden, afhankelijk van het contract. Niet te verwarren met stage.
- Proeve van bekwaamheid (PvB) de; v
- Toetsmoment waarbij de student in de beroepspraktijk aantoont dat hij of zij beroepshandelingen zelfstandig en verantwoord kan uitvoeren.
- Professionele afstand de; v
- De balans tussen betrokkenheid en objectiviteit in werkrelaties.
- Professionele communicatie de; v
- Zakelijke, respectvolle en duidelijke communicatie in werksituaties.
- Professionele houding de; v
- Gedrag en uitstraling die passen bij de verantwoordelijkheden van een beroepsrol.
- Progressie de; v
- De ontwikkeling of groei die zichtbaar wordt in het leerproces van de stagiair.
- PSA (Psychosociale arbeidsbelasting) de; v (afk.)
- Verzamelterm uit de Arbowet voor factoren in het werk die stress veroorzaken: werkdruk, seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en discriminatie. Voor stagiairs extra relevant door afhankelijkheid en status.
- Psychologische veiligheid de; v
- De mate waarin iemand zich veilig voelt om zichzelf te zijn en zich uit te spreken binnen een groep.
- Psychosociale belasting de; v
- Zie: PSA (Psychosociale arbeidsbelasting).
- Puberbrein het; o
- Brein van jongeren dat nog volop in ontwikkeling is. Vooral de prefrontale cortex, die plannen en impulsen remmen regelt, rijpt door tot ver in de twintig. Dat verklaart deels waarom jonge stagiairs meer structuur en sturing nodig kunnen hebben.
- Punctualiteit de; v
- Het op tijd nakomen van afspraken en deadlines.
- PvB de; v (afk.)
- Zie: proeve van bekwaamheid (PvB).
- Pygmalion-effect het; o
- Het verschijnsel dat hogere verwachtingen via de manier waarop iemand wordt behandeld kunnen bijdragen aan betere prestaties. Bekend van onderzoek van Robert Rosenthal en Lenore Jacobson. Bij begeleiding kunnen verwachtingen bijvoorbeeld doorwerken in aandacht, uitdaging en feedback. Zie ook: Golemeffect.
R
- Ramennoedelseffect het; o
- Beeldspraak voor het verschijnsel dat studenten of starters extreme soberheid accepteren, bijvoorbeeld leven op instantnoedels, om een stage of carrièrekans mogelijk te maken. Symbool voor de offers die jonge mensen brengen om ervaring op te doen.
- Rapportage de; v
- Schriftelijke vastlegging van bevindingen binnen de begeleiding.
- Recency-effect het; o
- Wat je het laatst hebt gezien, weegt bij een beoordeling zwaarder dan de rest. De laatste week van de stage kleurt dan het eindoordeel. Zie ook: primacy effect.
- Reflectie de; v
- Bewust terugkijken op handelen en daarvan leren.
- Reflectief leren het; o
- Leren door rustig na te denken over wat je deed.
- Reflectiekaart de; v
- Hulpmiddel om gestructureerd terug te blikken op leerervaringen.
- Reflectieverslag het; o
- Schriftelijke reflectie op het eigen leerproces, vaak onderdeel van een beoordeling.
- Reflectieverslag internationaal het; o
- Verslag waarin stagiairs terugblikken op hun internationale leerervaringen en persoonlijke groei.
- Regelmatige check-ins de; mv
- Frequente gesprekken over voortgang; ondersteunt ontwikkeling.
- Regie de; v
- Zie: Zelfregie.
- Reis- en verblijfskosten de; mv
- Kosten voor vervoer, huisvesting en levensonderhoud tijdens een internationale stage.
- Reiskostenvergoeding de; v
- Zie: Onkostenvergoeding.
- Representativiteit de; v
- De mate waarin iemand zich passend gedraagt en presenteert namens een organisatie.
- Respectvol gedrag het; o
- Anderen behandelen met waardigheid, aandacht en zonder vooroordelen.
- Resultaatgerichtheid de; v
- Het gericht zijn op het behalen van concrete doelen en resultaten.
- Retentie de; v
- Het behouden van stagiairs na afloop van hun stage.
- Retentiebeleid het; o
- Beleid gericht op het behouden van talentvolle stagiairs na afloop van hun stage.
- Retrieval cue de; v
- Een retrieval cue is een herinneringshint: een prikkel zoals een woord, beeld of situatie die helpt eerder opgeslagen kennis of ervaringen op te halen.
- Reverse mentoring de; v
- Mentorvorm waarbij een jongere of minder ervaren collega een oudere begeleidt op thema’s zoals technologie, diversiteit of generatie-inzicht. Zie ook: mentoring.
- RIASEC-model het; o
- Psychologisch model van John L. Holland (1959) dat zes beroeps- en persoonlijkheidstypen onderscheidt: Realistic, Investigative, Artistic, Social, Enterprising en Conventional. Het model helpt bij het begrijpen van motivatie en beroepskeuze door mensen te koppelen aan werkomgevingen die passen bij hun voorkeuren en gedragsstijl. Wordt vaak gebruikt bij loopbaanoriëntatie, studiekeuze en stagebegeleiding. Zie ook: Loopbaanoriëntatie, Loopbaanbegeleider.
- Risicogedrag het; o
- Gedrag waarbij iemand bewust of onbewust kans loopt op schade voor zichzelf of anderen, zoals onveilig werken of regels negeren. Jongeren zijn daar gevoeliger voor, omdat ze beloning zwaarder laten wegen dan risico.
- ROA (Return on Attention) de; v
- Opbrengst van gerichte aandacht; bij stages verwijst dit naar de waarde die ontstaat wanneer stagiairs persoonlijke begeleiding, erkenning en betrokkenheid ervaren. Dat is vaak zichtbaar in motivatie, leercurve en loyaliteit.
- ROI (Return on Investment) de; v
- Rendement op een investering; in de context van stages verwijst het naar de waarde (bijv. instroom, productiviteit, innovatie) die een bedrijf terugkrijgt voor de tijd en middelen die in een stagiair zijn geïnvesteerd.
- Rolafbakening de; v
- Zie: Taakafbakening.
- Rolduidelijkheid de; v
- De mate waarin het voor de stagiair duidelijk is wat zijn of haar taken, doelen en verantwoordelijkheden zijn.
- Rolmodel het; o
- Persoon die als voorbeeld dient voor anderen.
- Rolverdeling de; v
- Wie doet wat in de begeleiding en beoordeling: werkbegeleider, praktijkopleider, schoolbegeleider en stagiair. Zie ook: rolduidelijkheid.
- Rosy retrospection de; v
- Verleden van stage positiever herinneren dan het was.
- RT de; v (afk.)
- Remedial teaching: extra, vaak individuele hulp voor leerlingen met leerproblemen, bijvoorbeeld bij lezen, spellen of rekenen.
- Rubrics de; mv
- Schema’s met duidelijke beoordelingscriteria en niveaus.
S
- Salience de; v
- Hoe opvallend iets is waardoor je aandacht erop gericht wordt. Bijvoorbeeld één fout die opvalt terwijl iemand verder goed werk levert.
- Salience bias de; v
- Focus op opvallende eigenschappen van stagiairs, ook als die niet relevant zijn.
- Samenwerken ww
- Het effectief en respectvol afstemmen met anderen om een gezamenlijk doel te bereiken.
- Samenwerking de; v
- Het effectief samen met anderen werken aan een gemeenschappelijk doel.
- Samenwerkingsplafond het; o
- Onzichtbare grens in de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, waarbij men blijft steken in gecoördineerde afspraken en er geen doorgroei plaatsvindt naar strategische of innovatieve co-creatie. Vaak veroorzaakt door uiteenlopende prioriteiten, cultuurverschillen of gebrek aan gezamenlijke regie.
- Sandwichmethode de; v
- Feedback geven door kritiek tussen twee complimenten te plaatsen. Let op: niet iedereen vindt dit effectief.
- Satisficing het; o
- Beslisstrategie (Herbert Simon) waarbij je kiest voor de eerste optie die goed genoeg is, in plaats van te zoeken naar de beste. Voorbeeld: de eerste de beste kandidaat aannemen die aan de minimumeisen voldoet.
- SBB de; v (afk.)
- Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven; erkent leerbedrijven voor mbo.
- Scaffolding de; v
- Ondersteuning die je geeft aan een stagiair en geleidelijk afbouwt naarmate die meer zelf kan (Wood, Bruner en Ross, 1976). Zie ook: Bruner, Jerome, Zone van naaste ontwikkeling.
- Schoolbegeleider de; m/v
- Docent of medewerker van de onderwijsinstelling die de voortgang van de stagiair volgt en ondersteunt tijdens de stageperiode.
- Schriftelijke communicatie de; v
- Het helder en correct kunnen schrijven van teksten.
- Scope-afspraken de; mv
- Zie: Taakafbakening.
- Selectiebias de; v
- Vertekening die ontstaat doordat de groep die je bekijkt of kiest niet representatief is. Bij stages bijvoorbeeld conclusies trekken uit alleen de stagiairs die bleven. Zie ook: similarity bias.
- Selectieve waarneming de; v
- Alleen opmerken wat past bij je verwachtingen of eerste indruk, en de rest over het hoofd zien. Zie ook: confirmation bias.
- Self-efficacy de; v
- Psychologisch begrip van Albert Bandura dat verwijst naar iemands geloof in het eigen vermogen om een taak succesvol uit te voeren. Hoge self-efficacy vergroot motivatie, doorzettingsvermogen en leerresultaten; lage self-efficacy leidt vaak tot uitstel of vermijding. In stagecontext bepaalt het mede of een student initiatief neemt, feedback durft te vragen en blijft leren bij tegenslag. Zie ook: Bandura, Albert, motivatie, zelfvertrouwen.
- Self-selection bias de; v
- Vertekening doordat mensen zelf bepalen of ze meedoen, zodat de groep niet representatief is. Bijvoorbeeld: alleen tevreden stagiairs vullen de evaluatie in.
- Similarity bias de; v
- Voorkeur voor stagiairs die op de begeleider lijken.
- Situationeel leiderschap het; o
- Model van Hersey en Blanchard: je stemt je stijl af op hoe bekwaam en gemotiveerd iemand is, van sturen naar delegeren.
- SLB de; v
- Studieloopbaanbegeleiding. Persoonlijke begeleiding op school gericht op studievoortgang en loopbaanontwikkeling.
- Slecht-nieuwsgesprek het; o
- Gesprek waarin negatieve of teleurstellende informatie op zorgvuldige wijze wordt overgebracht.
- SMART-doelen de; mv
- Concrete doelen formuleren die Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden zijn.
- Snelle snuffelopdracht de; v
- Zie: Microstage.
- Snuffelstage de; v
- Korte stage waarin een leerling of student vooral observeert en kennismaakt met een beroep of sector.
- Sociaal inzicht het; o
- Het begrijpen van sociale situaties en gepast kunnen handelen.
- Sociaal leren het; o
- Leren door anderen te observeren, na te doen en feedback te ontvangen. Volgens Albert Bandura leren mensen niet alleen uit eigen ervaring, maar ook door te zien wat werkt bij anderen. Sociaal leren vindt vooral plaats in teams, stages en werkplaatsen, waar gedrag voortdurend zichtbaar en bespreekbaar is. Belangrijk is een veilige leeromgeving waarin fouten gedeeld mogen worden. Zie ook: Bandura, Albert, self-efficacy, sociaal-constructivisme.
- Sociaal rolgedrag het; o
- Gedrag dat hoort bij je rol, zoals stagiair, begeleider of collega.
- Sociaal-constructivisme het; o
- Leer- en kennistheoretische benadering waarin kennisontwikkeling mede ontstaat door sociale interactie, taal en samenwerking. De lerende geeft zelf betekenis aan ervaringen, in wisselwerking met anderen en de omgeving. Voor begeleiders betekent dit onder meer: samen handelen, uitleggen, doorvragen en feedback organiseren. Belangrijke inspiratiebronnen zijn Vygotski en Bruner. Zie ook: Constructivisme, Vygotski, Lev, Bruner, Jerome, Zone van naaste ontwikkeling, Ervaringsleren.
- Social desirability bias de; v
- Stagiairs geven sociaal wenselijke antwoorden in plaats van eerlijk.
- Sociale cohesie de; v
- De mate van samenhang en verbondenheid binnen een groep of organisatie.
- Sociale integratie de; v
- De mate waarin een stagiair zich onderdeel voelt van het team en actief meedoet.
- Sociale media de; mv
- Online platforms waarop mensen informatie en berichten delen, zoals LinkedIn, Instagram en TikTok. Op stage kunnen ze afleiden, maar ook helpen bij netwerken en werving.
- Sociale stage de; v
- Zie: maatschappelijke stage.
- Sociale veiligheid de; v
- Werk- of leeromgeving waarin iemand beschermd is tegen ongewenst gedrag zoals pesten, intimidatie, discriminatie en geweld, en waar je dat veilig kunt melden. Zie ook: psychologische veiligheid.
- Sociale werkdruk de; v
- Zie: PSA (Psychosociale arbeidsbelasting).
- Socialisatie op de werkvloer de; v
- Zie: Werkpleksocialisatie.
- Spanningsveld het; o
- Situatie waarin tegenstrijdige belangen of gevoelens spelen.
- Spiraalcurriculum (praktijk) het; o
- Leerprincipe waarin je steeds terugkomt op hetzelfde onderwerp, maar elke keer iets dieper gaat. Zoals een spiraal die rondjes draait en langzaam omhoog klimt. Wat je in het begin oppervlakkig leert, begrijp je later beter omdat je meer ervaring hebt. Werkt goed bij stages: studenten herkennen situaties opnieuw en zien dan ineens wat ze eerder nog niet zagen. Zie ook: Bruner, Jerome, ervaringsleren, Kolb-leercyclus.
- Stage de; v
- Periode waarin student praktijkervaring opdoet binnen bedrijf.
- Stage als funnel de; v
- De visie waarin stages fungeren als voorportaal voor toekomstige instroom van medewerkers.
- Stage-audit de; v
- Toetsing van de kwaliteit en opzet van stages binnen een organisatie.
- Stage-evaluatie de; v
- Beoordeling van het verloop en resultaat van de stage.
- Stage-intake de; v
- Gesprek voorafgaand aan de stage waarin doelen, verwachtingen en randvoorwaarden worden besproken.
- Stagebegeleider de; m/v
- Persoon die een stagiair begeleidt en ondersteunt tijdens de stage.
- Stagebeleid het; o
- Interne richtlijnen en afspraken rondom stages.
- Stagebeleid als investering het; o
- Strategische benadering waarin stages worden gezien als waardevol HR-instrument.
- Stagebeleidsdocument het; o
- Officieel document waarin het stagebeleid van een organisatie is vastgelegd.
- Stagebeleving de; v
- Zie: Ervaringskwaliteit.
- Stagebezoek het; o
- Bezoek van de stagedocent aan het stagebedrijf om met stagiair en begeleider de voortgang te bespreken.
- Stagebooster de; v
- Tool voor snel en visueel inzicht in hoe jouw organisatie stages begeleidt, met praktische tips om slimmer en leuker te begeleiden. Zie ook: Stagecyclus, Stagesprint.
- Stagebureau het; o
- Afdeling of organisatie die stages helpt organiseren, bijvoorbeeld door studenten en stagebedrijven te verbinden, plaatsingen te ondersteunen en afspraken te coördineren. Een stagebureau kan onderdeel zijn van een onderwijsinstelling of zelfstandig werken. Zie ook: Stagecoördinatie, Bemiddelingsinstantie.
- Stagecanvas het; o
- Overzicht met afspraken en verwachtingen voorafgaand aan stage.
- Stagecoach de; m/v
- Zie: Werkbegeleider.
- Stagecontract het; o
- Contract tussen stagiair, school en bedrijf.
- Stagecontract (overeenkomst) het; o
- Zie: Stageovereenkomst.
- Stagecoördinatie de; v
- De organisatie en afstemming van stageprocessen binnen een organisatie.
- Stagecoördinator de; m/v
- Medewerker van de onderwijsinstelling die verantwoordelijk is voor de organisatie, afstemming en begeleiding van stageplaatsen voor studenten.
- Stagecyclus de; v
- Zes fases van stageproces: werving, selectie, onboarding, begeleiding, beoordeling, exit.
- Stagediscriminatie de; v
- Een student krijgt geen of moeilijker een stageplek vanwege afkomst, naam, geloof, handicap of een ander kenmerk dat niets met geschiktheid te maken heeft. Verboden, en een speerpunt van het Stagepact mbo.
- Stagedocent de; m/v
- Docent van de onderwijsinstelling die de stage begeleidt.
- Stagedoel het; o
- Het beoogde resultaat van de stage.
- Stagedoelstelling de; v
- Concreet leerdoel dat tijdens de stageperiode wordt nagestreefd.
- Stagefeedback de; v
- Terugkoppeling die de stagiair ontvangt over functioneren, houding en leerdoelen gedurende de stage.
- Stageklimaat het; o
- De mate waarin de omgeving tijdens de stage veilig, leerzaam en stimulerend is.
- Stagekompas het; o
- Instrument van Maarten Brand waarmee stagebegeleiders vanuit school de kwaliteit van een stageplek op afstand inschatten. Bij elke uitspraak kies je: gezien, aanname of onbekend. Zo wordt zichtbaar wat je echt weet over een stage en wat je alleen denkt te weten. Er is een korte scan met vijf uitspraken en een volledige met vijftien, voor jezelf of samen met je team. Zie stage-kompas.nl.
- Stagelogboek het; o
- Dagelijkse vastlegging van stageactiviteiten.
- Stageloper de; m/v
- Informele term voor stagiair.
- Stagemarkt de; v
- Website van SBB (stagemarkt.nl) waar mbo-studenten erkende leerbedrijven en stageplekken vinden.
- Stagementor de; m/v
- Werknemer van het bedrijf die het mentorschap van de stagiair op zich neemt.
- Stageoffboarding de; v
- Afronding van de stage, inclusief evaluatie, afscheid en overdracht.
- Stageopdracht de; v
- Specifieke opdracht die tijdens stage uitgevoerd wordt.
- Stageovereenkomst de; v
- Officieel contract met afspraken tussen stagiair, bedrijf en onderwijsinstelling. In het mbo heet dit de praktijkovereenkomst (POK); in hbo en wo spreekt men meestal van stageovereenkomst.
- Stageovereenkomst buitenland de; v
- Contract waarin afspraken worden vastgelegd over een internationale stage.
- Stagepact het; o
- Landelijke afspraken (Stagepact mbo) tussen OCW, onderwijs, studenten en werkgevers over voldoende stageplaatsen, goede begeleiding, een passende stagevergoeding en het tegengaan van stagediscriminatie.
- Stageparadox de; v
- De tegenstelling tussen het grote enthousiasme waarmee organisaties stagiairs werven en de moeite die ze vervolgens hebben om hen goed te begeleiden. Iedereen wil stagiairs, maar niemand heeft er écht tijd voor. Zie ook: stagebeleid, stagecoördinator, begeleiding.
- Stageplan het; o
- Document waarin student beschrijft wat hij wil leren en hoe hij dat aanpakt.
- Stageplek de; v
- Zie: Leerwerkplek.
- Stageportfolio het; o
- Verzameling van bewijsstukken, reflecties en opdrachten waarmee de stagiair zijn ontwikkeling aantoont.
- Stagerapport het; o
- Beoordeling van de stageprestaties.
- Stagescan de; v
- Zie: Werkplekscan.
- Stagesprint de; m
- Eendaagse werksessie van Maarten Brand. Een team brengt in acht uur de knelpunten in het stagebeleid in kaart, kiest wat voorgaat en zet dat om in concrete acties die binnen twee weken uitvoerbaar zijn. Onderdeel van het EIF-systeem.
- Stagetekort het; o
- Situatie waarin er minder stageplekken zijn dan studenten die er een nodig hebben, vaak per sector of regio verschillend.
- Stagevergoeding de; v
- Financiële vergoeding aan de stagiair voor de inzet tijdens de stageperiode. Wordt door de Belastingdienst als loon beschouwd en is belast.
- Stageverklaring de; v
- Verklaring van het stagebedrijf dat iemand stage heeft gelopen, met periode en werkzaamheden.
- Stageverslag het; o
- Eindverslag waarin de stagiair beschrijft wat hij of zij tijdens de stage heeft gedaan en geleerd, en het leerproces en de ervaringen documenteert.
- Stagevoorstel het; o
- Voorstel voor een stageopdracht.
- Stagevoorwaarden de; mv
- Formele afspraken over inhoud, begeleiding en vergoeding van de stage.
- Stagewerkplan het; o
- Plan waarin stageactiviteiten worden beschreven.
- Stagiair de; m/v
- Persoon die stage loopt om praktijkervaring op te doen.
- Stagiair als talentpool de; v
- Beleid waarin stagiairs worden gezien als toekomstige medewerkers.
- Stagiaire de; v
- Vrouwelijke vorm van stagiair.
- Stagiairsperspectief het; o
- De manier waarop een stagiair zelf de stage, begeleiding en werkplek ervaart.
- STARR-methode de; v
- Manier om een ervaring te beschrijven: Situatie, Taak, Actie, Resultaat en Reflectie. Veel gebruikt in stageverslagen en sollicitatiegesprekken.
- Startgesprek het; o
- Eerste gesprek waarin taken, leerdoelen, normen, werktijden, contactmomenten en ‘wat doe je als je vastloopt’ worden afgesproken. Startgesprek voorkomt dat je later ruzie krijgt over aannames.
- Startintake de; v
- Zie: Stage-intake.
- Startkwalificatie de; v
- Minimaal diploma dat je volgens de overheid nodig hebt voor een goede kans op werk: havo, vwo of mbo niveau 2.
- Stemmingswisseling de; v
- Snelle wisseling tussen emotionele toestanden. Komt vaker voor bij jongeren, onder meer doordat hun brein nog in ontwikkeling is. Zie ook: puberbrein.
- Stereotypering de; v
- Vooroordelen over stagiairs op basis van groep of achtergrond.
- Stille kennis (tacit knowledge) de; v
- Kennis die een vakman heeft maar moeilijk onder woorden brengt. 'We weten meer dan we kunnen zeggen' (Michael Polanyi, 1966). Je leert haar door mee te doen, niet uit een handboek.
- Stilte laten vallen het; o
- Bewust moment van rust in een gesprek om informatie te laten landen.
- STIP de; v (afk.)
- Stimuleringsregeling Praktijkbegeleiding: tegemoetkoming van Wij Techniek voor bedrijven in de installatietechniek die leerlingen of studenten in de praktijk begeleiden.
- Stoplichtmethode de; v
- Zie: Stoplichtmodel (begeleiding).
- Stoplichtmodel (begeleiding) het; o
- Simpel hulpmiddel om te bepalen hoeveel ruimte je geeft: groen = zelfstandig, oranje = samen/afstemmen, rood = stoppen en overnemen vanwege veiligheid of kwaliteit.
- Strategisch stagebeleid het; o
- Langetermijnvisie op de inzet van stages als onderdeel van HR-strategie.
- Stressbestendigheid de; v
- Het vermogen om onder druk effectief te blijven functioneren.
- Structuur de; v
- Duidelijke kaders, afspraken en vaste routines die houvast geven. Helpt vooral jonge stagiairs, bij wie plannen en overzicht houden nog in ontwikkeling is. Zie ook: puberbrein.
- Student-school-bedrijfgesprek het; o
- Zie: Driehoeksgesprek.
- Studieplanning de; v
- Plan waarin leeractiviteiten en -momenten zijn vastgelegd.
- Sturing de; v
- Het richting geven aan het handelen van een ander.
- Subjectieve beoordeling de; v
- Beoordeling die beïnvloed wordt door mening of gevoel van de beoordelaar.
- Subsidieregeling praktijkleren de; v
- Tegemoetkoming van het Rijk (via RVO) voor werkgevers die een praktijkleerplaats of werkleerplaats bieden, bijvoorbeeld aan bbl-studenten. Elk jaar opnieuw aan te vragen; check rvo.nl voor de actuele voorwaarden.
- Succeservaringen de; mv
- Positieve resultaten; essentieel voor motivatieopbouw.
- Summatieve evaluatie de; v
- Evaluatie waarmee een oordeel wordt vastgesteld over bereikte leerresultaten, bijvoorbeeld voor een cijfer, certificaat of diploma. Het doel en gebruik van de beoordeling zijn bepalend, niet alleen het moment waarop die plaatsvindt. Zie ook: Formatieve evaluatie, Beoordeling.
- Supervisie de; v
- Begeleiding waarbij een deskundige toezicht houdt en advies geeft.
- Surface learning het; o
- Iets oppervlakkig leren zonder echt begrip.
- Synapsen de; mv
- De verbindingen tussen zenuwcellen (neuronen) waarlangs signalen worden doorgegeven. Leren betekent in feite het versterken of aanmaken van nieuwe synapsen, waardoor informatie beter wordt opgeslagen en sneller terug te halen is.
T
- Taakafbakening de; v
- Helder afspreken wat wél en niet tot het takenpakket hoort, op welk niveau, met welke norm en met welke mate van zelfstandigheid. Maakt ‘meewerken’ meetbaar.
- Taakafspraken de; mv
- Zie: Taakafbakening.
- Taakgericht instrueren het; o
- Duidelijke instructies geven aan stagiairs zodat ze weten wat ze moeten doen, bijvoorbeeld: 'Kun je dit vóór 15.00 uur afmaken?'
- Taakgerichtheid de; v
- De focus op het afronden van taken en behalen van resultaten.
- Taakinitiatie de; v
- Het vermogen om uit jezelf aan een taak te beginnen zonder uitstel. Dit is een executieve functie die bij jongeren nog in ontwikkeling is. Zie ook: executieve functies.
- Taakvolwassenheid de; v
- De mate waarin je zelfstandig een specifieke taak goed kunt uitvoeren. Hangt samen met beroepsvolwassenheid.
- Taalbarrière de; v
- Problemen in communicatie die ontstaan door onvoldoende taalbeheersing.
- Taalinburgering de; v
- Het leren van basiscommunicatie en omgangsvormen in de taal van het gastland.
- Taalvaardigheid de; v
- Het vermogen om je mondeling en schriftelijk goed uit te drukken en anderen te begrijpen, in het Nederlands of in een andere taal.
- Takenpakket het; o
- De set taken en verantwoordelijkheden die bij een rol of stage horen. Helpt misverstanden voorkomen over wat ‘meewerken’ betekent. Zie ook: rolduidelijkheid.
- Takenverdeling de; v
- Afspraken over wie welke taken uitvoert binnen een team of project.
- Talentontwikkeling de; v
- Gerichte begeleiding van stagiairs en medewerkers in hun groei en loopbaan.
- Teamacceptatie de; v
- Zie: Belonging.
- Teamdynamiek de; v
- Hoe teamleden samenwerken, communiceren en op elkaar reageren.
- Teamgevoel het; o
- Het gevoel onderdeel te zijn van een hechte en samenwerkende groep.
- Teamintegratie de; v
- Het proces waarin een stagiair volwaardig onderdeel wordt van het team: meedoen, erbij horen en gezien worden. Zie ook: sociale integratie.
- Tegenslag de; v
- Onverwachte gebeurtenis die vooruitgang of succes belemmert.
- Telefoongebruik het; o
- Het gebruik van de smartphone tijdens werktijd. Vraagt om duidelijke afspraken over wat wel en niet kan.
- Testosterontime-out de; v
- Informele benaming, met een knipoog, voor het onderbreken van een gesprek wanneer emoties hoog oplopen. Spreek af wanneer je het gesprek hervat. Het is geen wetenschappelijk vastgesteld hormooneffect of vaste methode; wat helpt en hoeveel rust nodig is, verschilt per persoon en situatie. Zie ook: Emotieregulatie, Puberbrein, Leeftijdsfase.
- Think-aloud het; o
- Zie: Hardop denken (modeling).
- Thuisgevoel het; o
- Zie: Belonging.
- Thuisinstelling de; v
- De Nederlandse school of universiteit die de student uitzendt.
- Tijdsplanning de; v
- Het vermogen om beschikbare tijd effectief in te delen en deadlines te halen.
- Tijdsverschilafstemming de; v
- Het plannen van communicatie en begeleiding over tijdzones heen.
- Timemanagement het; o
- Het efficiënt omgaan met tijd en prioriteiten stellen.
- TLV de; v (afk.)
- Toelaatbaarheidsverklaring: verklaring voor toegang tot speciaal onderwijs.
- Toekomstgerichte terugkoppeling de; v
- Zie: Feedforward.
- Toestemming de; v
- Vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige instemming van iemand met het verwerken van diens persoonsgegevens (AVG).
- Toets de; v
- Instrument om te meten wat iemand geleerd heeft.
- Toetsmatrijs de; v
- Overzicht waarin zichtbaar is welke leerdoelen in een toets worden afgedekt.
- Trainee de; m/v
- Starter met een diploma die in loondienst een opleidingstraject volgt binnen een organisatie, vaak met rotaties en training. Anders dan een stagiair heeft een trainee een arbeidsovereenkomst en salaris. Zie ook: stagiair, Young Professional.
- Training on the job de; v
- Zie: On-the-job training.
- Transfer de; m
- Het toepassen van geleerde kennis of vaardigheden in een nieuwe situatie.
- Transparantie de; v
- Duidelijk zijn over verwachtingen en beoordelingscriteria naar stagiairs.
- Trialoog de; m
- Zie: Driehoeksgesprek.
- Tussenbeoordeling de; v
- Beoordeling halverwege de stage, bedoeld om voortgang te meten en bij te sturen.
- Tussenevaluatie de; v
- Moment halverwege de stage waarop stagiair, begeleider en school kijken hoe het gaat en wat er in de tweede helft moet gebeuren.
- Tussentijds bijstellen ww
- Het aanpassen van leerdoelen, taken of begeleiding op basis van wat je ziet in de praktijk. Niet omdat het plan slecht is, maar omdat de realiteit altijd meeschrijft.
- Tussentijdse evaluatie de; v
- Evaluatie halverwege de stageperiode.
- Tweede beoordelaar de; m/v
- Beoordelaar die los van de eerste beoordelaar een eigen oordeel geeft, om de beoordeling objectiever en betrouwbaarder te maken.
- Tweede lezer de; m/v
- Tweede beoordelaar van bijvoorbeeld een afstudeerscriptie, die onafhankelijk een oordeel geeft naast de eerste beoordelaar.
U
- Uitdagingsniveau het; o
- De balans tussen moeilijkheidsgraad van taken en vaardigheden van de stagiair. Te laag geeft verveling, te hoog stress. Zie ook: flow.
- Uitgestelde beloning de; v
- Beloning die pas later komt in plaats van direct. Het vermogen om daarop te wachten, en directe verleiding te weerstaan ten gunste van een groter doel, heet uitgestelde behoeftebevrediging. Belangrijk bij jongeren en motivatie. Zie ook: hyperbolische afwaardering.
- Uitlegvaardigheid de; v
- Het vermogen van een begeleider om complexe zaken helder en begrijpelijk uit te leggen. Zie ook: didactiek.
- Uitnodigende houding de; v
- Open, benaderbare houding van de begeleider waardoor stagiairs zich veilig voelen om vragen te stellen.
- Uitsprakenprotocol het; o
- Document waarin vastligt hoe een examencommissie of begeleider besluiten motiveert en vastlegt, bijvoorbeeld bij geschillen over beoordelingen.
- Uitstroom de; v
- De fase waarin stagiairs het leerbedrijf verlaten en doorgaan naar werk of vervolgopleiding. Belangrijk moment voor feedback, ambassadeurschap en alumni-contact.
- Uitstroommonitor de; v
- Instrument waarmee wordt gevolgd wat studenten na hun stage of opleiding doen: werk, vervolgstudie of uitval.
- Uitstroomroute de; v
- Vooraf vastgelegde richting waarin een student zich ontwikkelt naar werk of vervolgopleiding.
- Uitval de; v
- Wanneer een student voortijdig stopt met de stage of opleiding. Vaak gevolg van mismatch, onvoldoende begeleiding of persoonlijke omstandigheden.
- Uitvoeringskwaliteit de; v
- Mate waarin begeleiders, scholen en bedrijven de stageafspraken daadwerkelijk nakomen. Meetbaar via evaluaties en audits.
- Uitvoeringsovereenkomst de; v
- Formele overeenkomst tussen onderwijsinstelling en leerbedrijf over de uitvoering van stageafspraken.
- Uitvoeringsplan het; o
- Concreet plan waarin staat wie wat doet tijdens de uitvoering van de stageafspraken.
- Uitvoeringspraktijk de; v
- De manier waarop beleid of stageafspraken in werkelijkheid worden uitgevoerd. Zie ook: stagebeleid.
- Uitwisselingsstage de; v
- Stagevorm waarin studenten tijdelijk van land, school of bedrijf wisselen om ervaring op te doen in een andere context.
- Uurtarief het; o
- Bedrag per uur dat een begeleider, trainer of consultant rekent. Niet te verwarren met stagevergoeding.
V
- Vaardighedenmatrix de; v
- Overzicht waarin per persoon of functie wordt aangegeven welke vaardigheden aanwezig zijn of ontwikkeld moeten worden.
- Vaardigheid de; v
- Het vermogen om een handeling of taak goed uit te voeren.
- Vaardigheidstoets de; v
- Instrument om te meten in hoeverre iemand een vaardigheid beheerst.
- Vakbegeleider de; m/v
- Zie: Leermeester.
- Vakdeskundigheid de; v
- Mate van kennis en kunde over het vakgebied waarin de stagiair leert en werkt.
- Vakmanschap het; o
- Het vermogen om werk goed te doen omwille van het werk zelf, gegroeid door jaren oefenen en aandacht (Richard Sennett, De ambachtsman, 2008).
- Vakmentor de; m/v
- Zie: Bedrijfsmentor.
- Valkuil de; v
- Terugkerende fout of gedraging waar iemand in dreigt te vervallen.
- Valse consensus de; v
- Denken dat iedereen hetzelfde denkt over stagiairs of begeleiding.
- Vaststellingscommissie de; v
- Commissie die proeven van bekwaamheid goedkeurt voordat ze mogen worden afgenomen.
- Veerkracht de; v
- De mentale flexibiliteit om na een tegenslag terug te veren en door te zetten.
- Veilige leeromgeving de; v
- Omgeving waar fouten maken mag; bevordert leren.
- Veiligheidsprotocol het; o
- Richtlijnen voor veilig werken en reizen tijdens internationale stages.
- Verantwoordelijkheid de; v
- Het besef en de bereidheid om taken goed uit te voeren en gevolgen te dragen.
- Verantwoordelijkheid nemen ww
- Het accepteren van de gevolgen van eigen handelen en het nakomen van verplichtingen.
- Verantwoordelijkheidsgevoel het; o
- Het besef en de bereidheid om taken serieus te nemen en af te ronden.
- Verantwoordingsplicht de; v
- Uitleg kunnen geven waarom je een stagiair op een bepaalde manier beoordeelt.
- Verbaal gedrag het; o
- Communicatie met behulp van gesproken of geschreven taal.
- Verbondenheid de; v
- Het gevoel dat je erbij hoort, ertoe doet en betekenisvolle relaties met anderen hebt. Binnen de zelfdeterminatietheorie is verbondenheid een psychologische basisbehoefte, waarop ook het EIF voortbouwt. Zie ook: Autonomie, Competentie, Zelfdeterminatietheorie, Belonging.
- Vergeetcurve de; v
- De grafische weergave van het geheugenverlies in de tijd. Toont hoe kennis zonder herhaling snel wegzakt. Bekend geworden door het werk van Hermann Ebbinghaus en vaak gebruikt als onderbouwing voor het belang van herhalen. Zie ook: Ebbinghaus (vergeetcurve van), Herhalen.
- Verklaring praktijkervaring de; v
- Zie: Praktijkverklaring.
- Vertrouwelijkheid de; v
- Het niet delen van gevoelige informatie, bijvoorbeeld van stagiairs, met derden zonder toestemming.
- Vertrouwensband de; m
- Relatie gebaseerd op vertrouwen tussen begeleider en begeleide.
- Vertrouwenspersoon de; m/v
- Persoon bij wie een medewerker of stagiair vertrouwelijk terechtkan met klachten over ongewenst gedrag. Kan intern of extern zijn aangesteld.
- Verwachtingsafstemming de; v
- Zie: Wederzijdse verwachtingen.
- Verwachtingsmanagement het; o
- Zie: Wederzijdse verwachtingen.
- Verwerkersovereenkomst de; v
- Overeenkomst tussen een verwerkingsverantwoordelijke en een verwerker waarin afspraken over gegevensverwerking zijn vastgelegd.
- Verwerkingsdoel het; o
- De reden waarom persoonsgegevens worden verzameld en gebruikt.
- Verwerkingsverantwoordelijke de; m/v
- De partij die bepaalt waarom en hoe persoonsgegevens worden verwerkt (AVG).
- Verzekering buitenlandse stage de; v
- Verzekering die specifiek is afgesloten voor risico’s tijdens een buitenlandse stage.
- Verzekeringsverklaring de; v
- Officieel bewijs van verzekering, soms verplicht bij buitenlandse stages.
- Vierogenprincipe het; o
- Afspraak dat belangrijke beoordelingen of besluiten altijd door minstens twee personen worden gecontroleerd, zodat ze objectiever en zorgvuldiger zijn.
- Virtuele stage de; v
- Stage die op afstand wordt uitgevoerd via digitale middelen.
- Visueel leren het; o
- Leren door te kijken en lezen. Denk aan schema’s of filmpjes gebruiken.
- Visumvereisten de; mv
- Voorwaarden waaraan moet worden voldaan om legaal stage te mogen lopen in een land.
- Vmbo-b het; o (afk.)
- Basisberoepsgerichte leerweg.
- Vmbo-g het; o (afk.)
- Gemengde leerweg.
- Vmbo-k het; o (afk.)
- Kaderberoepsgerichte leerweg.
- Vmbo-t het; o (afk.)
- Theoretische leerweg.
- VOG de; v
- Verklaring Omtrent het Gedrag. Officieel document over gedrag, nodig voor stages in onderwijs of zorg.
- Volgehouden aandacht de; v
- Vermogen om focus vast te houden; ontwikkelt zich geleidelijk.
- Voorbeeldgedrag het; o
- Gedrag dat een positief voorbeeld geeft aan anderen en bijdraagt aan een professionele cultuur.
- Voorbereidingssessie de; v
- Bijeenkomst waarin studenten worden voorbereid op een stage in het buitenland.
- Voordenken het; o
- Zie: Hardop denken (modeling).
- Voordoen-samen doen-zelf doen de; v
- Begeleidingsmethode in drie stappen: jij doet de taak voor, daarna doe je hem samen en ten slotte voert de stagiair hem zelfstandig uit, terwijl jij op afstand meekijkt.
- Voorkennis de; v
- Kennis die iemand al bezit voordat nieuw leren plaatsvindt.
- Vooroordelen de; mv
- Vooraf gevormde meningen of aannames over stagiairs op basis van uiterlijk, afkomst of gedrag, zonder objectieve onderbouwing. Kunnen selectie, begeleiding en beoordeling onbewust beïnvloeden. Zie ook: bias, stereotypering.
- Voortgang de; v
- De mate waarin ontwikkeling of doelen worden bereikt tijdens begeleiding.
- Voortgangsgesprek het; o
- Gestructureerd moment om de ontwikkeling van de mentee te bespreken.
- Voortgangsverslag het; o
- Schriftelijk verslag waarin de ontwikkeling van de stagiair wordt beschreven.
- Voortijdig schoolverlaten (vsv) het; o
- Het verlaten van het onderwijs zonder startkwalificatie. In de Nederlandse beleidsaanpak gaat het sinds 1 januari 2026 om jongeren van 12 tot 27 jaar die geen onderwijs meer volgen en geen startkwalificatie hebben. Oudere cijfers hanteren vaak nog de leeftijdsgrens tot 23 jaar. Zie ook: Startkwalificatie, Uitval.
- Vraag achter de vraag de; v
- Dieperliggende behoefte of zorg die schuilgaat achter een gestelde vraag; cruciaal in goede mentoring.
- Vrijheid de; v
- De ruimte om zelfstandig te denken, handelen en leren.
- Vygotski, Lev eigennaam
- Lev Vygotski, internationaal vaak gespeld als Vygotsky (1896–1934), was een psycholoog uit het Russische Rijk en de Sovjet-Unie. Zijn werk vormt de basis van de cultuurhistorische benadering van ontwikkeling, waarin sociale interactie, taal en culturele hulpmiddelen een centrale rol spelen. Bekend van de zone van naaste ontwikkeling. Zie ook: Zone van naaste ontwikkeling, Sociaal-constructivisme, Scaffolding.
W
- Waarden de; mv
- Wat je belangrijk vindt in je organisatie, zoals eerlijkheid, respect en samenwerken.
- Waardering de; v
- Erkenning van iemands inzet, bijdrage of aanwezigheid.
- WEB de; v
- De Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB, 1996) vormt de basis van het mbo en volwasseneneducatie in Nederland. Daarin is ook de beroepspraktijkvorming (BPV) geregeld: de verplichte stage-onderdelen die studenten volgen bij een erkend leerbedrijf. Zie ook: BPV.
- Wederzijdse verwachtingen de; mv
- Expliciete afspraken over wat student, bedrijf en school van elkaar mogen verwachten: taken, leerdoelen, begeleiding, feedbackmomenten, bereikbaarheid en escalatie.
- Weerbaarheid de; v
- Het vermogen om met moeilijke situaties om te gaan en ervan te herstellen.
- Weerstand de; v
- Tegenreactie op een boodschap, vaak vanuit emotie of onbegrip.
- Welkom heten ww
- Handeling of houding die aangeeft dat iemand wordt geaccepteerd en gezien.
- Werk-leerroute de; v
- Zie: Leerbaan (BBL).
- Werkafspraken de; mv
- Praktische afspraken op de werkvloer over werktijden, pauzes, bereikbaarheid, tempo, communicatie en wie waarover beslist. Zie ook: wederzijdse verwachtingen.
- Werkbegeleider de; m/v
- Medewerker op de werkvloer die de stagiair inhoudelijk begeleidt en ondersteunt bij dagelijkse werkzaamheden.
- Werkbegeleider BBL de; m/v
- Zie: Werkplekbegeleider.
- Werkbegeleiding de; v
- Zie: Praktijkbegeleiding.
- Werkbelasting de; v
- Zie: Werkdruk.
- Werkdag (BBL) de; v
- Zie: BBL-praktijkdag.
- Werkdruk de; v
- De mate waarin een stagiair druk ervaart door werktempo, deadlines of verwachtingen.
- Werkervaring de; v
- Kennis, vaardigheden en inzichten die iemand opdoet door werk uit te voeren, bijvoorbeeld tijdens een baan of stage. Zie ook: Werkplekleren.
- Werkervaringsstage de; v
- Stage waarin je vooral werkervaring opdoet, vaak zonder vast opleidingsprogramma, bijvoorbeeld na je opleiding of bij een overstap naar werk.
- Werkgeheugen het; o
- Cognitief systeem voor tijdelijke opslag van informatie; beïnvloedt taakuitvoering.
- Werkgeversverklaring de; v
- Verklaring van de werkgever over je dienstverband en inkomen, bijvoorbeeld voor een hypotheek of huurwoning. Wil je een stage laten bevestigen? Gebruik dan een stageverklaring.
- Werkhouding de; v
- De manier waarop iemand taken aanpakt, inclusief inzet, tempo en motivatie.
- Werkleerplek de; v
- Zie: Leerwerkplek.
- Werkplekbegeleider de; m/v
- Persoon die de stagiair direct begeleidt op de werkvloer.
- Werkplekbegeleiding de; v
- Zie: Praktijkbegeleiding.
- Werkplekcultuur de; v
- De informele regels, omgangsvormen en waarden die heersen op de werkvloer.
- Werkplekcurriculum het; o
- De ‘onzichtbare syllabus’ van de werkplek: welke taken je wanneer leert, met welke opbouw, welke normen, welke routines en welke feedbackmomenten.
- Werkpleketiquette de; v
- De ongeschreven gedragsregels op de werkplek, zoals op tijd komen, groeten, afmelden en omgaan met telefoon en pauzes. Een stagiair leert die vaak al doende.
- Werkplekleerdoel het; o
- Leerdoel dat direct gekoppeld is aan werk in de praktijk, inclusief criterium: wanneer is het goed genoeg, en hoe vaak moet je het kunnen laten zien?
- Werkplekleerlijn de; v
- Zie: Werkplekcurriculum.
- Werkplekleren het; o
- Leren dat ontstaat door mee te draaien in het echte werk, met echte feedback en echte consequenties. Het is leren in context, niet leren over context.
- Werkplekscan de; v
- Snelle diagnose van de kwaliteit van een leerwerkplek: begeleiding, veiligheid, takenopbouw, ritme en ervaren leerwaarde. Doel: actie, niet papier.
- Werkpleksocialisatie de; v
- Het proces waarin een stagiair de ongeschreven regels, taal, normen en ‘hoe we het hier doen’ leert. Vaak belangrijker dan de inhoud in de eerste weken.
- Werkplektoetsing de; v
- Toetsen of beoordelen op de werkplek, gebaseerd op echte beroepshandelingen. Sterk als criteria helder zijn en observatie betrouwbaar gebeurt.
- Werkplektutor de; m/v
- Collega die structureel tijd maakt om een stagiair te coachen op het werk, vaak aanvullend op de formele praktijkopleider. Denk: menselijke handleiding met geduld.
- Werkproces (mbo) het; o
- Een samenhangende set handelingen in het beroep (bijv. ‘diagnose stellen’, ‘onderhouden’, ‘klantcontact’). Werkprocessen vormen vaak de basis voor BPV/BBL-beoordeling.
- Werkprocesassessment het; o
- Zie: Werkprocesbeoordeling.
- Werkprocesbeoordeling de; v
- Beoordeling die kijkt naar hoe iemand een werkproces uitvoert: niet alleen het eindresultaat, maar ook voorbereiding, veiligheid, samenwerking, tempo en kwaliteitscontrole.
- Werkprocesonderdeel het; o
- Zie: Werkproces (mbo).
- Werkrelatie de; v
- De professionele band tussen collega's, inclusief samenwerking en vertrouwen.
- Werktempo het; o
- De snelheid waarmee iemand werkt, passend bij de aard van de taak.
- Werktempoaanpassing de; v
- Het bewust afstemmen van het werktempo dat je van een stagiair vraagt op zijn of haar ontwikkelingsniveau, met een geleidelijke opbouw naar het normale tempo.
- Werkvergunning de; v
- Toestemming (tewerkstellingsvergunning, TWV) die een werkgever bij UWV aanvraagt om iemand van buiten de EU/EER te laten werken. Voor stagiairs gelden aparte regels. Stage als onderdeel van een Nederlandse opleiding vraagt meestal alleen een stageovereenkomst.
- Werkvloercoach de; m/v
- Zie: Werkplektutor.
- Wijze feedback de; v
- Kritische feedback waarin je hoge verwachtingen combineert met het vertrouwen dat de ander ze kan halen (wise feedback; Cohen, Steele en Ross; Yeager e.a.). Dat verhoogt de kans dat de feedback wordt aangenomen.
- WO het; o (afk.)
- wetenschappelijk onderwijs; opleidingen aan universiteiten, gericht op onderzoek en theoretische verdieping.
- Workplace learning het; o
- Zie: Werkplekleren.
X
- X-as (data-analyse) de; v
- De horizontale as in een grafiek waarop meestal tijd of volgorde staat. In stage- en onderzoekscontext gebruikt om voortgang of leerontwikkeling te visualiseren.
- X-theorie (McGregor) de; v
- Managementtheorie van Douglas McGregor (1960) die veronderstelt dat werknemers van nature lui zijn en externe sturing nodig hebben. Tegenhanger van de positievere Y-theorie, die ervan uitgaat dat mensen van nature verantwoordelijkheid willen nemen als ze de ruimte krijgen.
- Xerox-moment het; o
- Beeldspraak voor de eerste keer dat een stagiair zelfstandig een taak uitvoert zonder toezicht. Knipoog naar de kopieermachine die altijd net dan vastloopt.
Y
- Y-as (mentoring) de; v
- Beeldspraak voor de mate van sturing in een mentorrelatie: bovenaan stuurt de mentor alles, onderaan niemand. Goede begeleiding zoekt per situatie de juiste hoogte.
- Y-theorie (McGregor) de; v
- Mensbeeld van Douglas McGregor (1960): mensen willen van nature verantwoordelijkheid en werken graag als ze ruimte krijgen. Tegenhanger van de X-theorie.
- Yerkes-Dodson-wet de; v
- Verband tussen spanning en prestatie in de vorm van een omgekeerde U (Yerkes en Dodson, 1908): met wat spanning presteer je beter, met te veel slechter. Bij moeilijke taken ligt het optimale spanningsniveau lager.
- Yes-and-houding de; v
- De kunst om niet meteen 'ja maar' te zeggen. Komt uit het improvisatietheater en werkt wonderlijk goed bij stagiairs met wilde ideeën. Hint: soms moet je gewoon even meespelen.
- Yield curve (carrière) de; v
- Beeldspraak, geleend van de rentecurve uit de economie: een stagiair levert meestal pas later in de stage echt rendement op. Wie te vroeg stopt, mist die opbrengst.
- YOLO-effect het; o
- YOLO ("you only live once"): houding waarin iemand kiest voor het moment boven afspraken of lange termijn. Bespreek het als het werkafspraken raakt, zoals op tijd komen.
- Young Professional de; m/v
- Starter met een hbo- of wo-opleiding in de eerste jaren van zijn of haar loopbaan, vaak in een traineeship of startersfunctie.
- Youth guarantee de; v
- Jongerengarantie: EU-aanbeveling waarbij lidstaten ernaar streven dat jongeren tot 30 jaar binnen vier maanden na werkloosheid of het verlaten van school een goed aanbod krijgen: werk, opleiding, leerbaan of stage.
- Youthpass de; v
- Europees erkenningsinstrument waarmee deelnemers aan Erasmus+ Jeugd- en Solidariteitskorpsprojecten, zoals uitwisselingen en vrijwilligerswerk, beschrijven wat ze hebben geleerd.
Z
- Zachte vragen de; mv
- Open vragen die beginnen met ‘Hoe…’, ‘Wat…’ of ‘Kun je…’. Ze geven ruimte, voelen veilig en nodigen uit tot reflectie zonder dat het op een verhoor lijkt.
- Zelfbeoordeling de; v
- Beoordeling van het eigen functioneren door de stagiair zelf.
- Zelfbeschikking in het werk de; v
- Zie: Agency.
- Zelfdeterminatietheorie de; v
- Motivatietheorie van Edward Deci en Richard Ryan over de kwaliteit van motivatie en de psychologische basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid. Vervulling van die behoeften ondersteunt autonome motivatie: iets doen vanuit interesse of omdat je zelf achter het doel staat. Ook extrinsieke motivatie kan dus autonoom zijn. Zie ook: Autonomie, Competentie, Verbondenheid, Intrinsieke motivatie, Extrinsieke motivatie.
- Zelfevaluatie de; v
- Reflectie door de stagiair op eigen functioneren en leerproces.
- Zelfinschatting de; v
- Reflectie op eigen kunnen of vaardigheden, vaak als onderdeel van ontwikkelgesprek of portfolio.
- Zelfkennis de; v
- Bewustzijn van eigen sterke en zwakke punten.
- Zelfredzaamheid de; v
- Zelfstandig oplossingen bedenken en toepassen.
- Zelfreflectie de; v
- Het nadenken over eigen leerervaringen en -resultaten.
- Zelfregie de; v
- Het vermogen om eigen keuzes te maken en richting te geven aan het eigen leerproces.
- Zelfstandig werken ww
- Taken uitvoeren zonder voortdurende aansturing of begeleiding.
- Zelfstandige werkhouding de; v
- Werkhouding waarbij men zonder veel sturing taken oppakt en afrondt.
- Zelfstandigheid de; v
- Het vermogen om zonder hulp van anderen te functioneren.
- Zelfsturing de; v
- Het zelfstandig plannen, uitvoeren en bijstellen van taken of leeractiviteiten.
- Zelfvertrouwen het; o
- Het vertrouwen in het eigen kunnen en het maken van keuzes.
- Zij-instromer de; m/v
- Iemand die vanuit een ander vak of een andere sector overstapt en zich via leren en werken omschoolt.
- Zijinstroomstage de; v
- Stagevorm voor zij-instromers die in een nieuwe sector ervaring moeten opdoen.
- Zintuigleren het; o
- Leren via zien, horen, ruiken, voelen en proeven. Denk aan hoe je op stage leert omgaan met machines door ze te voelen en te horen.
- Zone van naaste ontwikkeling de; v
- Het verschil tussen wat een stagiair zelfstandig kan en wat hij of zij met begeleiding of samenwerking met een vaardigere ander kan uitvoeren. Het begrip komt van Lev Vygotski (ook gespeld als Vygotsky). Zie ook: Vygotski, Lev, Scaffolding.
Het hele woordenboek
Liever op papier of offline?
Download het Stagewoordenboek als pdf: 981 begrippen, een leeswijzer en een duimindex zodat je snel bij de juiste letter bent. Gratis, zonder formulier.
Download de pdfLiever een gedrukt exemplaar voor je team? Laat het me weten, dan hoor je het als het er is.
Niks gevonden. Probeer een ander woord, of stuur Maarten een mail: dan staat het er misschien volgende week in.

