← Terug naar de homepage

Waar de bedragen vandaan komen.

Een mislukte stage of leerbaan kost geld. Niet op een factuur, maar verspreid over drie posten die vaak apart worden geboekt. Hieronder de rekensom, per laag, met bronnen. Met stage bedoelen we hier beide vormen: de BOL-stage en de BBL-leerbaan. Juridisch zijn het andere overeenkomsten. Voor jou als werkgever zijn het allebei jonge mensen die je via het onderwijs binnenhaalt en waar je in investeert. Deze cijfers vormen ook de basis van de stagecalculator die we voor werkgevers hebben ontwikkeld.

01

Verloren investering in de stage zelf

Een stagiair is geen gratis arbeidskracht. Je investeert in begeleidingstijd, in werkplek, in inwerken. Daar staat productiviteit van de stagiair tegenover. Als de stage eindigt zonder aanname, is het verschil niet terug te verdienen.

Volgens onderzoek van ResearchNed uit 2024 kost een mbo-stagiair gemiddeld €4.750 netto over een stage van twintig weken. Voor vmbo-leerlingen ligt dat rond de €5.500. In dat bedrag zit de begeleidingsinvestering verdisconteerd, minus de productieve waarde die de stagiair zelf levert. Als de stage slaagt en er een aanname volgt, verdien je die investering ruimschoots terug. Als hij mislukt, is het verloren geld.

Rekensom laag 1 (mbo, twintig weken)
Netto stagekosten per mbo-stagiair€ 4.750
Subtotaal laag 1± € 4.750
Bronnen ResearchNed (2024), onderzoek naar netto stagekosten per onderwijsniveau. Begeleidingsnormen volgens SBB.
02

Nieuwe werving en inwerktijd

Als je stagiair niet blijft, moet je alsnog iemand anders binnenhalen. Dat kost geld op twee manieren. Eerst de werving zelf: extern bureau, interne uren, advertenties. Daarna de maanden die de nieuwe medewerker nodig heeft om productief te worden.

Intelligence Group rekende in 2019 €4.494 gemiddelde wervingskosten per nieuwe medewerker. De arbeidsmarkt is sindsdien niet soepeler geworden. Actuele cijfers voor schaarse profielen lopen op tot €10.000, en in de zorg zelfs €41.000. Voor een conservatieve rekening houden we de €4.494 aan, omdat zelfs dat lage bedrag aantoont hoe snel de stageroute zich terugverdient.

Daarnaast kost het een nieuwe medewerker tijd om volledig productief te worden. Hij start gemiddeld op 25% productiviteit in maand één en groeit stapsgewijs naar 100%, meestal tussen maand acht en twaalf. In de eerste zes maanden ligt de gemiddelde productiviteit rond de 50 tot 70%. Bij een mbo-salaris van €30.000 betekent dat een verlies van circa €4.500 tegenover een volledig ingewerkte collega.

Rekensom laag 2
Wervingskosten per nieuwe medewerker€ 4.494
Productiviteitsverlies eerste halfjaar (± 40%)€ 4.500
Extra interne tijd en kennisoverdracht€ 2.000
Subtotaal laag 2± € 11.000
Bronnen Wervingskosten volgens Intelligence Group (2019). Productiviteitsopbouw op basis van internationale onboarding-studies: eerste maand 25%, volledige productiviteit tussen maand acht en twaalf.
03

Gemiste retentie en herhaalde vervangingskosten

Medewerkers die via een stage zijn binnengekomen, blijven gemiddeld langer in dienst dan mensen die via reguliere werving zijn aangenomen. In onze modellen houden we een retentiebonus aan van ongeveer 32% over een gemiddelde dienstperiode van 2,9 jaar. Dat betekent concreet: de kans dat je binnen die periode opnieuw een vervanger moet zoeken, is bij een stage-route fors lager.

Vervanging kost gemiddeld 20% van het bruto jaarsalaris, een vuistregel die breed gedragen wordt in HR-studies. Bij een mbo-salaris van €30.000 betekent dat €6.000 per vervanging. Als je door slechte stagebegeleiding niet alleen deze aanname mist maar ook vaker nieuwe mensen moet zoeken, stapelen die kosten zich op. Drie jaar middelmatige stages op rij betekent één tot twee gemiste structurele instromers, en alle herhaalde wervingsrondes die daaruit volgen.

Rekensom laag 3 (per gemiste structurele instromer)
Herhaalde vervangingskost (20% × €30.000)€ 6.000
Retentieverlies over 2,9 jaar€ 5.000
Gemiste productiviteit ingewerkte medewerker€ 20.000+
Subtotaal laag 3± € 31.000+
Bronnen Vervangingskosten van 20% brutojaarsalaris als breed gedragen HR-vuistregel, bevestigd door Business-Wise. Gemiddelde dienstjaren via CBS. Retentiebonus voor oud-stagiairs op basis van vijfentwintig jaar veldonderzoek, met praktijkbevestiging via BPV-coördinatoren bij SBB, ROC's en diverse vakscholen.
04

Wat je kunt terugverdienen: de Subsidie Praktijkleren

De overheid compenseert een deel van je begeleidingsinvestering, maar alleen bij bepaalde leerwegen. Voor een BBL-leerling in het mbo is er maximaal €2.700 per jaar subsidie via RVO. Voor een HBO-student die een duale of deeltijdopleiding volgt in techniek, zorg of gedrag en maatschappij geldt hetzelfde maximum van €2.700. Voor een voltijd HBO-stagiair is er niks. En voor de grootste groep, de BOL-stagiair in het mbo, is er ook niks. Waarom, is ook mij een raadsel.

Deze asymmetrie maakt de rekensom per leervorm verschillend. Een BBL-leerbaan en een HBO-duaal traject winnen bijna een volledige laag-1-investering terug via de subsidie. Een BOL-stage niet. In de scenario-rekensommen verderop tel ik de subsidie daarom niet standaard mee, om aan te sluiten bij de grootste groep werkgevers. De regeling loopt in elk geval door tot eind 2028.

Subsidie per leerling, per jaar
BBL-leerling mbomax. € 2.700
HBO-student duaal of deeltijd, beperkte sectorenmax. € 2.700
Voltijd HBO-stagiair€ 0
BOL-stagiair mbo (meerderheid)€ 0
Bronnen Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Subsidieregeling Praktijkleren. Regeling verlengd tot en met december 2028. Sectoren voor HBO-duaal: techniek, gezondheidszorg, gedrag en maatschappij, landbouw en natuurlijke omgeving.

Een kanttekening. Deze bedragen zijn gemiddelden uit ons rekenmodel en uit erkend onderzoek (ResearchNed, Intelligence Group, CBS). Jouw situatie kan hoger of lager uitvallen, afhankelijk van sector, functieniveau en de staat van je arbeidsmarkt. Wat wél zeker is: een stage of leerbaan die ongemerkt misloopt, kost altijd meer dan op papier.

De bedragen op de homepage zijn voorzichtige afrondingen van de subtotalen hierboven. Aan de lage kant, omdat geloofwaardigheid zwaarder weegt dan het dramatische effect van een groot getal.

Zo kloppen de bedragen uit de drie verhalen.

De drie kaarten op de homepage vertellen elk een ander verhaal. Elk verhaal stapelt andere lagen op elkaar. Hieronder zie je per scenario welke kosten meetellen, en waarom het eindbedrag is wat het is. De scenario's werken hetzelfde voor stages en voor leerbanen. Begeleid je een BBL-leerling of een HBO-duaalstudent? Haal dan voor elk scenario de subsidie van €2.700 van het totaal af.

Scenario 1 op de homepage

De stagiair die stilletjes afhaakt.

De stage loopt door zonder dat iemand merkt dat het niet klikt. Er volgt geen contract. Je moet alsnog iemand anders werven. De verloren stage-investering stapelt zich op bij de kosten van een nieuwe medewerker via reguliere werving.

Verloren stage-investering (laag 1)€ 4.750
Wervingskosten vervanger (laag 2)€ 4.494
Productiviteitsverlies eerste halfjaar€ 4.500
Extra interne tijd en inwerking€ 2.000
Totaal scenario 1± € 15.500
Scenario 2 op de homepage

De begeleider die vergeet te vragen.

De stage wordt afgerond. De stagiair blijft zelfs werken. Alleen: wat zij eigenlijk denkt, hoort niemand. Na de stage vertrekt ze alsnog, of ze blijft kort en kiest dan voor een werkgever waar ze wél gezien wordt. De volledige wervingscyclus begint opnieuw, en door het mislukte retentie-effect sneller dan bij een stagiair die wél gehoord was.

Verloren stage-investering (laag 1)€ 4.750
Wervingskosten vervanger (laag 2)€ 4.494
Productiviteitsverlies eerste halfjaar€ 4.500
Extra interne tijd en inwerking€ 2.000
Gemist retentievoordeel (laag 3)€ 6.000
Totaal scenario 2± € 21.500
Scenario 3 op de homepage

De school die je stilletjes van de lijst haalt.

Dit is geen individuele stage, maar een meerjarig patroon. Drie jaar middelmatige stages op rij betekent dat de school je niet meer aanbeveelt aan de beste studenten. Je mist structureel instroom. De schade hier is geen optelsom van één mislukte plek, maar van een jaar gemiste structurele instromers.

Gemiste structurele instromer per jaargang€ 20.000
Herhaalde vervangingskosten (laag 3)€ 6.000
Extra werving via duurdere kanalen€ 5.000+
Totaal scenario 3 (per jaargang)± € 31.000+

Reken je liever mee met je eigen cijfers?

Deze pagina laat de gemiddeldes zien. In een kort gesprek van vijftien minuten kijken we samen naar jouw situatie: je stages, je salarisniveaus, je retentiecijfers. Je krijgt concreet inzicht in waar bij jou het geld wegloopt, en wat er aan te doen is.

Plan een gesprek →