Recency effect
“Ging de laatste weken prima, toch?”
Achttien weken stage. Honderden uren werk. Veertien verslagen, waarvan twaalf keurig en twee net iets slordiger. Welke bespreken we tijdens de beoordeling? Precies, die laatste twee. Die liggen nog op het bureau. De andere twaalf staan ergens in een map waar de begeleider nu even niet bij kan. “Nauwkeurigheid blijft een aandachtspunt.” Opslaan. Verzenden. Hop, pedagogische plicht voldoen: Professioneel oordeel afgerond. Nu eerst een koffie. Wel verdiend. Zegt de man die achttien weken observaties op de laatste middag uit zijn geheugen probeert te trekken.
Bij een andere student werkt het andersom. Maandenlang achter afspraken aan moeten bellen, de laatste twee weken ineens alles op tijd. “Hij kan inmiddels uitstekend plannen.” Misschien. Of hij heeft ontdekt wanneer jij het formulier invult. Ook een vorm van planning, moet je toch toegeven.
Wat is het recency effect?
Door het recency effect herinneren we informatie aan het einde van een reeks vaak beter dan informatie uit het midden. Wat net gebeurde, haal je gemakkelijker terug. Daardoor kan het ook zwaarder meewegen in je oordeel.
Vraag een begeleider hoe een student zich heeft ontwikkeld en je krijgt soms een uitgebreid verslag van afgelopen week. Inclusief wat de klant zei, wie erbij stond en dat de student ook nog zijn oplader kwijt was én naar zn schoenen keek. Vraag wat diezelfde student twee maanden geleden zelfstandig deed en het wordt stil. Ergens staat nog wel een mailtje, of die evaluatie was ergens mondeling besproken. Met een collega die inmiddels op vakantie is.
Dat gat vullen we dan graag met “mijn algemene indruk”. Een indrukwekkende benaming voor wat je nog weet zonder je laptop open te klappen. Afgelopen week dus.
Zo kan een sterke eindsprint maanden van matig functioneren oppoetsen. Een rommelige slotweek kan maanden van goed werk complet overschaduwen De student krijgt een beoordeling over zijn hele stage, vooral samengesteld uit flarden actieve herinnering uit de periode waarin school begon te dreigen met een herinneringsmail.
Het recency effect hoort bij wat wetenschappers het ‘serial-position effect’ noemen: informatie aan het begin en einde van een reeks wordt vaak beter onthouden dan informatie uit het midden. Het voordeel van het begin heet het primacy effect (zie de andere bias in de lijst) . Wie halverwege iets uitstekend doet, kan daar dus maar beter een foto van (laten) maken.
Lijkt dit op Halo & Horn?
Ja, ze kunnen elkaar uitstekend helpen bij het verpesten van een beoordeling. Bij recency telt iets zwaar omdat het pas gebeurde: “De laatste twee verslagen waren slordig”, terwijl de twaalf daarvoor keurig waren.
Bij de Halo & Horn-bias trekt één kenmerk andere oordelen mee: “Hij schrijft slordige verslagen, dus hij zal ook wel slecht plannen en weinig verantwoordelijkheid nemen.”
Bij recency verdwijnen eerdere prestaties uit beeld. Bij Halo & Horn vul je andere kwaliteiten alvast zelf in. Combineer ze en je bent zo klaar: twee slordige verslagen vlak voor het eindgesprek en ineens deugt zijn hele werkhouding niet meer. Scheelt weer zes competenties afzonderlijk beoordelen. Kun je op tijd naar huis.
Waar komt dit vandaan?
De Amerikaanse psycholoog Bennet Murdock onderzocht in 1962 hoe mensen woordenlijsten onthouden. Woorden aan het begin en aan het einde werden gemiddeld beter herinnerd dan woorden uit het midden. Dat leverde de bekende U-vormige herinneringscurve op.
De geheugenonderzoekers Murray Glanzer en Anita Cunitz lieten in 1966 zien dat een korte afleidende taak vóór het herinneren vooral het voordeel van de laatste woorden verkleinde. Dat ondersteunde het idee dat recente informatie tijdelijk gemakkelijker beschikbaar blijft.
Een stage is natuurlijk geen getypt woordenlijstje maar er is wel degelijk een praktisch effect uit dit geheugenonderzoek om rekening mee te houden: Hoe sterk recente informatie doorwerkt, hangt af van de situatie, de verstreken tijd en wat je hebt vastgelegd.
Daar zit ook een deel van de oplossing. Met concrete aantekeningen hoef je maanden werk minder uit het hoofd te reconstrueren. Je geheugen is uitstekend geschikt om je te herinneren dat er nog taart in de personeelskamer staat. Voor een onderbouwd oordeel over achttien weken ontwikkeling mag er best iets op papier. Jouw ‘dat weet ik heus nog wel’ heeft de houdbaarheid van een baquette.
Zo bouwt de denkfout zichzelf op
Tijdens de stage gebeurt van alles. Je schrijft weinig op, want je onthoudt het wel.
Eerdere gebeurtenissen worden lastiger terug te halen.
De laatste opdrachten, fouten of successen herinner je je nog uitstekend.
Die krijgen ongemerkt veel invloed op je eindoordeel.
Vervolgens begin je het gesprek met: “Als ik terugkijk op de hele periode.”
Herkenbaar?
Dacht ik al.
4 gouden tips
Schrijf onderweg iets op waar je later wat aan hebt. Welke opdracht doet de student zelfstandig? Waar vraagt hij nog hulp bij? Wat lukt inmiddels beter? Aan “prima week” heb je drie maanden later ongeveer evenveel als aan een vakantiefoto met je duim voor de lens. Je was erbij, zoveel is duidelijk.
Begin bij het begin. Echt bij het begin. Lees vóór het eindgesprek je aantekeningen in tijdsvolgorde terug. Wanneer kreeg de student iets onder de knie? Bleef dat daarna goed gaan? Ook de maanden vóór de bestelling van het afscheidsgebak horen officieel bij de stage.
Laat de student bewijsmateriaal meenemen. Werk, feedback en voorbeelden uit verschillende maanden. Wat lukte eerst met hulp en later zelfstandig? Dat geeft meer houvast dan samen ernstig knikken bij “je hebt echt stappen gezet”. Dat zegt mijn stappenteller ook als ik naar de koelkast loop. We willen even weten waarheen.
Bepaal wat je eigenlijk beoordeelt. Wat iemand nu kan, hoe hij groeide en hoe stabiel hij presteerde, zijn verschillende vragen. Een student kan inmiddels zelfstandig plannen nadat jij hem maanden achter zijn broek zat. Schrijf beide op. Twee weken keurig werk en een doos Merci wissen jouw 34 herinneringsmails niet uit.
Morgen doen
Pak de beoordeling die je binnenkort moet invullen. Zet bij ieder belangrijk oordeel een concreet voorbeeld en de periode waarin dat gebeurde.
Komt al je bewijs uit de laatste twee weken? Zoek dan eerdere aantekeningen, werk en feedback erbij. Anders krijgt de student een cijfer voor zijn hele stage op basis van de periode waarin jij toevallig wist dat er een cijfer moest komen.
En dan noemen we de stagiair slecht voorbereid.
Onderzoek en bronnen voor deze bias:
Murdock (1962), The Serial Position Effect of Free Recall:
https://doi.org/10.1037/h0045106
Glanzer & Cunitz (1966), Two Storage Mechanisms in Free Recall:
https://doi.org/10.1016/S0022-5371(66)80044-0
🧠 Je brein fopt je dagelijks. Wil je leren terugfoppen? Boek mijn lezing en ontdek hoe gedrag, denkfouten en stagebegeleiding elkaar beïnvloeden.
🧩 Deze pagina hoort bij de Biasesvan Maarten Brand, over denkfouten, stagebegeleiding en praktijkleren.

