Het Schip van Theseus, stages en bedrijfscultuur
‘Oh nee hoor wij vinden het heerlijk als studenten binnenkomen en met een frisse blik naar onze organisatie kijken’ hoor ik iemand zeggen in een Teamsmeeting , vervolgens laat diegene via schermdeling hun nieuwe werkenbij site zien. Ik zie een foto waarop zes medewerkers naar een laptop staan te lachen. Niemand weet wat er op die laptop staat. Vermoedelijk Dumpert, of het wachtwoord voor de printer, dat sinds 2014 niet meer werkt. Maar uit die foto zou je kunnen opmaken: sfeer is duidelijk open, de lijnen lijken kort en nieuwe ideeën zijn altijd welkom.
En toch valt dit vaak tegen als een stagiair met ‘die frisse blik’ een idee of suggestie heeft. Bijvoorbeeld wanneer die student vraagt waarom het begeleidingsgesprek nu al voor de vierde keer uit de agenda kukelt. Of waarom de collega die steeds over haar borsten (die van de stagiair welteverstaan) begint hier bekend staat als ‘iemand met gewoon een heel eigen soort humor, hoort erbij, niet zo moeilijk doen joh’.
Dan is het vooral de student die nog even mag ‘wennen aan de bedrijfscultuur’.
Het is opvallend dat zodra iets ‘bedrijfscultuur’ heet, het bespreken van ideeën en kritische noten een stuk lastiger en minder eenvoudig worden. Alsof je bij het aanspreken van een collega op diens ‘humor’ persoonlijk een standbeeld uit de zeventiende eeuw van zn sokkel staat te rukken
Om dat te duiden introduceer ik je aan heel oud schipL Het schip Van Theseus. Theseus is delegendarische held die op Kreta in het Labirinth de Minotaurus verslaat en de gevangen Atheense jongeren redt uit de klauwen van die geflipte stier. Mooie kerel dus. Ter herinnering aan hem willen ze zijn schip bewaren dus ze onderhouden het zorgvuldig: oud hout eruit, nieuw hout erin. Staat trouwens in het ‘Leven van Theseus’, (hoofdstuk 23),
Dat conserveren gaat op zich lekker, maar het roept na een tijdje wel de vraag op bij filosofen (het blijft het oude Griekenland natuurlijk) of het nog hetzelfde schip is. Want als alle oorspronkelijke planken weg zijn, wat maakt dit dan nog het schip van Theseus?
Goeie vraag. En die vraag gaat natuurlijk niet over boten, die gaat over identiteit. Wat moet hetzelfde blijven om iets ook hetzelfde te laten zijn? De onderdelen, de vorm, de geschiedenis, het ‘idee’ van mensen dat dit het schip van Theseus is? Je kunt dan de naam op de boeg laten staan, maar daarmee ben je er filosofisch nog niet.
Bij een organisatie werkt dat ook zo: Er gaan mensen weg, daar komen anderen voor terug. De directeur gaat met pensioen, de werkplaats verhuist naar een saai bedrijventerrein en de oprichter hangt inmiddels alleen nog als morsige zwart-witfoto bij de receptie achter een schaal gratis pepermuntjes.. Toch bestaat het bedrijf op zichzelf nog steeds. Blijkbaar kunnen er heel wat onderdelen veranderen zonder dat het bedrijf ophoudt ‘zichzelf’ te zijn.
Dan komt een stagiair binnen en hoort diegene: ‘Je moet wel bij ons passen.’ Zeker. Een student moet natuurlijk leren samenwerken, afspraken nakomen en begrijpen waarom je bepaalde dingen zorgvuldig doet. Een ervaren collega weet vaak de dingen die die student moet ontdekken. Dat je bijvoorbeeld eerst even belt voordat je bij deze klant op de stoep staat. Dat je een controle nog een keertje extra herhaalt omdat een foutje serieusz=e gevolgen kan hebben. Dat een werkwijze misschien een hoop onnodig gedoe ijkt, maar een probleem voorkomt dat de nieuwkomer nog nooit heeft meegemaakt (en ook echt niet wil, want ‘potverdorie’, aldus een ervaren collega) .Daar is werkplekbegeleiding voor bedoeld: uitleggen, voordoen, oefenen, samen afwegen. Proberen. Dat kost tijd.
Je kunt die tijd ook overslaan en iedere vraag beantwoorden met ‘dat voel je vanzelf aan’, maar dan geef je de student vooral een cursus gedachtenlezen.
Maar zoals je waarschijnlijk wel aanvoelt: Tussen al die waardevolle kennis kunnen ook in decennia opgebouwde gewoonten zitten die hun houdbaarheidsdatum ruimschoots hebben overschreden. De vergadering op maandag van 2 uur waarin niemand iets durft te zeggen, dat grapje waar altijd dezelfde persoon ‘toevallig’ het onderwerp van is. Het ‘toch nog even afmaken terwijl het al tijd is’ dat ‘vrijwillig’ heet zolang iedereen vrijwillig blijft, toevallig altijd op maandagmiddag tot 19.00. Daarover begint de student vragen te stellen. En ineens gaat het dan over zijn houding.
Handig hoor: De organisatie hoeft haar gedrag pas te onderzoeken nadat de student heeft bewezen dat die voldoende professioneel kan omgaan met dat defensieve gedrag. Liefst zonder er al te moeilijk over te doen trouwens. Bij stages komt daar nog een element bij. Degene die moet leren hoe het bij een bedrijf hoort, krijgt vaak een beoordeling van degene die mede bepaalt hoe het hier hoort. De begeleider bij wie je wilt aangeven dat je te weinig begeleiding krijgt, moet straks ook beoordelen of je voldoende initiatief neemt. Veel succes met je ‘frisse blik’. Daar is het formulier. Vul maar in, als je durft.
Je hoeft dan niet verbaasd te zijn als studenten zich keurig aanpassen. Ze kijken hoe collega’s reageren, zoeken uit welke vragen ‘mogen’ en laten de rest maar liggen. Tegen het einde van de stage weten ze precies waarover je beter je mond kunt houden. In het eindgesprek constateren we dan met zn allen dat ze enorm zijn gegroeid.Misschien zijn ze dat ook. Maar het is de moeite waard om te onderzoeken wat we die ‘frisse blikken’ precies hebben aangeleerd.
Het schip van Theseus geeft geen keurmerk voor vernieuwing. Een nieuwe plank kan ook beroerd, knoestig hout zijn. Een student kan iets verkeerd begrijpen of een voorstel doen dat vorige maand al uitvoerig is geprobeerd. Dan leg je dat uit. Heb je geen cultuurtraject voor nodig.
Het gedachte-experiment stelt wel de vraag aan iedereen die ‘zo zijn wij nu eenmaal’ als heerlijk praktisch start én eindpunt van een gesprek gebruikt: wat probeer je precies te behouden?
Als vakmanschap bij je bedrijf hoort, moet je toch de werkwijzen kunnen verbeteren zonder moeilijke blikken als een student vragen stelt?
Als onderlinge voor elkaar zorgen echt belangrijk is, moet iemand kunnen zeggen dat de omgang hem dwarszit, niet dat de linies gesloten blijven om alles bij het oude te houden.
Als je jezelf een leerbedrijf noemt, mag je verwachten dat ook de mensen met een vast contract af en toe iets leren.
Daar kun je klein mee beginnen. Vraag een student na twee weken wat hier vreemd is. Kies één observatie en onderzoek die samen. Waarom doen we dit? Werkt die reden nog? Wie heeft er last van? Kunnen we iets proberen? Kom er daarna op terug, ook als je niets verandert.
Een dagboek van verbazing kan helpen. Als iemand het leest, tenminste. Anders heb je de student geleerd dat een organisatie zelfs van verwondering nog huiswerk kan maken.Vraag na een paar maanden ook eens: ‘Wat vind je hier inmiddels normaal waar je in het begin nog van opkeek?’Dat antwoord kan behoorlijk schuren want je hoort misschien dat de student gewend raakt aan haast, geroddel, steeds uitgestelde uitleg of het feit dat die bedrijfskleding nu ECHT maandag binnen is.
Je kunt ook horen dat die leert vertrouwen op collega’s, hulp durft te vragen en begrijpt waarom jullie zo zorgvuldig werken. Beide vertellen iets over wat de werkplek iemand aanleert.Een bedrijf kan oude gewoonten vervangen en op hetzelfde moment het bestaande vakmanschap bewaren. Het kan ook iedere gewoonte bewaken want dat doen we al jaren zo terwijl de aandacht voor het vak en voor elkaar langzaam uit beeld verdwijnt, of ingehaald wordt door ontwikkelingen. Dan staat de naam nog keurig op de boeg en krijgt de stagiair de schuld dat hij op de lekkage wijst.
Wil je een frisse blik? Vraag dan wat iemand ziet .En probeer het antwoord één keer aan te horen zonder meteen oogrollend uit te leggen dat ‘dit nu eenmaal zo is’ en de vorige stagiair daar helemaal geen moeite mee had.
Een student die ‘niet in het team past’ kan ook iemand zijn die vragen stelt waar we geen zin in hebben. En misschien juist daarom heel goed past.
Op mijn overzicht van biases bij stages:(https://www.maartenbrand.com/biases) vind je meer denkfouten bij het werven, begeleiden en beoordelen.
Meer lezen over het verhaal van Theseus ga je hier naartoe (of google zelf even, staat op meer plekken, ik keek in ieder geval hier. Plutarchus, Leven van Theseus, hoofdstuk 23, paragraaf 1.https://lexundria.com/plut_thes/23/prr

