Het blauwe mapje

Stagebegeleiding als noodverband

Finse onderzoekers maken onderscheid tussen initiatief dat ontstaat uit ruimte en initiatief dat ontstaat uit gebrek. In de stagepraktijk lijken die twee als twee druppels water op elkaar.

Een blogpost daarom over praktijkopleiders, stagiairs en het woordje ‘ondernemer’.

Ruud heeft een map. Blauw karton, elastiekje eromheen, en binnenin zestien geplastificeerde A4'tjes die duidelijk al een tijdje in gebruik zijn. Op het eerste staat in Comic Sans: Week 1. Wie is wie. Daaronder foto's van collega's, uitgeknipt uit een oude personeelsgids, met pijltjes naar hun naam. "Een paar zijn al weg," zegt hij. "Maar de meesten zitten er nog."

Ruud maakt die map thuis. Op zondagavond, aan de keukentafel, met het plastificeerapparaat van zijn dochter.

Terwijl hij hem doorbladert, loopt de vestigingsmanager langs. Hij tikt met twee vingers op het karton en zegt. "Ruud is onze stagevader. Echt een ondernemer, die man."

De manager loopt door, Ruud glimlacht en slaat de map dicht.

Wat Fins onderzoek zegt over initiatief op de werkvloer

In Jyväskylä, een universiteitsstad in Midden-Finland, zit onderzoeker Pauliina Rikalaj met een serie interviews rondom volwasseneneducatie, werkplekleren en professionele handelingsruimte. Samen met collega's van de afdeling Onderwijs sprak ze veertien professionals uit twee Finse zorg- en welzijnsorganisaties. De vraag: wanneer nemen mensen op hun werk zelf het initiatief om te leren en te verbeteren, en waar komt dat vandaan?

De voorwaarden die ze vinden zijn geen verrassing, dat is maar goed ook: Leiderschap is heel belangrijk, die relatie met collega’s ook: de vraag of je een collega kunt vertrouwen en iets samen kunt oppakken (‘relationeel klimaat in vakjargon). Het meeste gewicht hangt aan de structurele kant: tijd, werkdruk, onboarding en training. Wie dat deel op orde heeft, heeft mensen die in beweging komen.

Proactive en compensatory agency

Het interessante zit in een onderscheid dat de Finse onderzoekers onderweg maken rondom agency: Proactive agency is initiatief dat mensen nemen omdat ze ruimte en steun ervaren. Ze hebben tijd, ze worden gezien, ze durven. Compensatory agency is initiatief dat mensen nemen omdat er iets ontbreekt. Een procedure bestaat niet, een middel is er niet, de leidinggevende is onvindbaar. Dus knutselen ze zelf een noodverband. De organisatie kijkt op haar beurt naar dat noodverband en ziet ‘ondernemerschap.’

Van buitenaf zijn de twee niet te onderscheiden. Allebei zie je iemand die iets regelt wat niemand hem vroeg te regelen. Allebei levert het een collega op die je op een congres zou willen voorstellen. Het verschil zit in wat eraan voorafging.

Hoe een stagebegeleider een introductieprogramma bouwt

Ruud begon jaren eerder aan die map nadat een stagiair op maandagochtend om half acht bij de roldeur stond en niemand wist dat hij zou komen. Die jongen stond vervolgens een uur in de hal, TikTok was er nog niet dus dat moet saai zijn geweest. Toen Ruud hem vond, had hij zijn jas nog aan maar geestelijk had hij het pand al verlaten Een introductieprogramma is er niet. In het rooster staat Ruud als monteur, voor veertig uur, en de begeleiding doet hij ertussendoor. Op het papier van de erkenning staat zijn naam als praktijkopleider. SBB heeft een sticker op de deur.

Daar houdt het papier op.

Ruud’s map is dus geen hobby. Het is het introductieprogramma dat het bedrijf niet heeft, gemaakt door de enige die het gat zag omdat hij er elke keer in stapte.

Al is het dat inmiddels ook een beetje geworden. Ruud weet welke foto de stagiairs het eerst herkennen. Vorig jaar voegde hij een A4'tje toe over waar je parkeert als het terrein vol staat, en eentje over de koffieautomaat, waar je koffiekopjes op een rare plek onder de machine moet zetten zodat de koffie er niet naast gaat. Vraag hem of hij het uit onvrede doet of uit liefhebberij, en hij kijkt je aan alsof je iets heel raars vraagt.

In de titel van Rikala's artikel in Vocations and Learning staat het woord intertwined. Het noodverband en de liefhebberij zitten in dezelfde map. Ruud zou ze zelf niet uit elkaar kunnen halen.

Leren via YouTube

Stagiairs doen precies hetzelfde. Goed nieuws voor de energietransitie, trouwens: de versterking is onderweg. Hij heet Daan, zeventien jaar oud, en hij leert op zijn stage warmtepompen aansluiten. Het is wel heel druk, dus de dagelijkse begeleiding schiet er meestal bij in. Want druk. Daan leert daarom vooral veel van een man op Youtube met een werkplaats in Utrecht die elk filmpje begint met "Oké jongens, even snel." Daan kijkt op anderhalve keer de snelheid. Dat scheelt tijd, en tijd is schaars. Dat weet hij van zijn stagebedrijf, waar iedereen het zoals gezegd druk heeft.

De man in de werkplaats is best goed, eerlijk gezegd. Hij legt rustig uit hoe je een buitenunit waterpas zet en waarom je een leiding niet te strak buigt. Of hij een F-gassencertificaat heeft, zegt hij er niet bij. In de beschrijving onder het filmpje staat het in elk geval niet, tussen de link naar zijn hoodies en een kortingscode voor een gereedschapswinkel. Na afloop raadt het algoritme Daan een volgend filmpje aan. Een man opent een meterkast met een botermes. Twee miljoen weergaven. Daan kijkt het ook, voor de volledigheid. Handig.

Ondertussen schrijft Den Haag rapporten. Er zijn te weinig technici, het net zit vol, de doelen schuiven op. In elk rapport staat het woord praktijkopleider. Het woord YouTube staat nergens en dat is slordig, want het is inmiddels het grootste leerbedrijf van het land.

Het heeft onbeperkt plek, werkt ook op zondag, en het heeft nooit een erkenning aangevraagd.

Aan het eind van de stage vult Daans begeleider het beoordelingsformulier in. Bij zelfstandigheid zet hij een vinkje in de hoogste kolom. Op het examen vraagt de examinator waar Daan het allemaal geleerd heeft.

"In de praktijk," zegt Daan.

Dat klopt ook. Geen woord gelogen.

Het vinkje bij zelfstandigheid doet hier hetzelfde werk als het woord ondernemer bij Ruud. Het maakt van een tekort een eigenschap. En een eigenschap hoef je niet op te lossen, die kun je alleen prijzen.

De houdbaarheid van zo’n noodverband

Rikala's (die Finse onderzoeker) onderscheid is geen oordeel over Ruud of over Daan. Hun initiatief is echt en het helpt. De stagiairs van Ruud staan niet meer in de hal met hun jas aan. Daan leert dingen. Dat lijkt op zich in orde. Maar het onderscheid verandert wel de vraag die je stelt als je een goede begeleider tegenkomt. Je vraagt dan niet meer alleen wat hij doet. Je vraagt ook waarom hij het moet doen, en wat er gebeurt op de dag dat hij het niet meer doet.

Intussen draait het beroepsonderwijs erop. Een mbo-student leert zijn vak voor een groot deel op de werkvloer. De school stuurt hem erheen, het bedrijf moet het vak leveren. Op veel werkplaatsen in het land ligt ergens zo'n map, of zit een collega die toevallig geduld heeft. Waar die collega ontbreekt, neemt de man uit de werkplaats in Utrecht het over. Hij begeleidt een paar honderdduizend stagiairs tegelijk en kent er niet één bij naam. Halverwege zijn uitleg over aarding komt een reclame voor een datingapp die je pas na 5 seconden kunt wegklikken. Wie een vraag heeft, kan die stellen in de reacties, tussen iemand die schrijft dat het bij hem precies zo ging en iemand die schrijft dat het bij hem precies zo ging totdat de brandweer kwam.

Het hele stelsel rondom het opleiden van een stagiair rekent op Ruud zonder te weten dat hij bestaat. In geen enkele begroting staat zijn zondagavond. Toch zijn hij en zijn avond ingecalculeerd.

De vestigingsmanager is intussen doorgelopen naar de werkplaats. Ruud legt de map terug in zijn kastje, bovenop een pak koffiefilters.

Hij gaat over anderhalf jaar met pensioen. Het elastiek om de map is al twee keer vervangen. Wie Ruud gaat vervangen denkt niemand over na.

FAQ

Wat is compensatory agency?
Compensatory agency is initiatief dat professionals nemen omdat procedures, middelen of leiding ontbreken. Ze vullen zelf een gat dat de organisatie laat liggen. De term komt uit onderzoek van Pauliina Rikala en collega's aan de Universiteit van Jyväskylä.

Wat is het verschil met proactive agency?
Bij proactive agency nemen mensen initiatief omdat ze ruimte en steun ervaren. Bij compensatory agency komen ze in actie omdat die ruimte en steun er juist niet zijn. Van buitenaf ziet het gedrag er vaak hetzelfde uit.

Welke voorwaarden bepalen of medewerkers initiatief nemen?
Het onderzoek onderscheidt leiderschap, structurele condities zoals tijd, werkdruk, onboarding en training, en een relationeel klimaat van vertrouwen en samenwerking.

Wat betekent dit voor stagebegeleiding?
Een praktijkopleider die zelf een introductieprogramma, werkinstructies of inwerkmap maakt, doet dat soms uit enthousiasme en soms omdat het bedrijf het niet regelt. In het tweede geval hangt de kwaliteit van de stage aan één persoon, en verdwijnt die kennis als hij vertrekt. Voor stagebedrijven loont het om te vragen welke begeleidingstaken officieel belegd zijn, en welke alleen bestaan omdat iemand ze uit zichzelf oppakt.

Is een zelfstandige stagiair altijd een goed teken?
Niet per se. Een stagiair die zichzelf alles aanleert via internet, kan ook een stagiair zijn die geen begeleiding krijgt.

Kan een mbo-student een vak leren via YouTube?
Instructievideo's kunnen goed aanvullen, zeker voor handelingen die je wilt terugzien. Ze vervangen geen begeleider die meekijkt, corrigeert en weet welke regels en certificeringen gelden. Bij technisch werk in de energietransitie, zoals warmtepompen en elektrische installaties, is dat verschil een kwestie van veiligheid.

Rikala, P., Ylönen, M., & Hämäläinen, R. (2026). Beyond enabling perspectives: How organizational conditions shape intertwined forms of professional agency in health and social care. Vocations and Learning. Advance online publication. https://doi.org/10.1007/s12186-026-09398-5.

Volgende
Volgende

Kevin in de Chinese kamer