De stagiair als held

Luke Skywalker staat buiten en kijkt naar de twee zonnen boven planeet Tatooine. Hij woont daar bij zijn oom en tante, kent het leven daar en heeft serieus de behoefte om weg te gaan. Er moet meer zijn dan deze plek en het werk dat op hem wacht. Hij weet alleen nog niet hoe hij daar komt. Hij zal onderweg nog het een en ander tegenkomen.
Zijn vader, om maar eens een plottwist te noemen.

Dat verlangen is een bekend begin van een avonturenroman, een antiek heldenepos of een big budget Hollywoodproductie. Er moet dan iets gebeuren waardoor de hoofdpersoon eindelijk vertrekt. Een noodsignaal, een brief per uil, een bebaarde man die ineens voor de deur staat. Kennelijk kan het nooit even per mail. De bestemming verschilt per verhaal, maar rustig is het meestal niet. Zo’n held kan zomaar in een bos belanden waar de bomen terugpraten en iemand zegt dat hij al jaren op hem wacht. Hij krijgt een zwaard dat net te groot is en de mededeling dat hij in zichzelf moet geloven. Dat laatste idee probeert hij heel pro-actief vast te houden wanneer er iets uit een grot komt dat groter is dan de grot en overduidelijk een slechte nacht heeft gehad.

Het doel waar de hoofdpersoon naar op reis moet kan een bijzonder voorwerp zijn, maar ook bepaalde kennis of een vaardigheid die hij eerder nog niet had. Joseph Campbell beschrijft dat patroon al in 1949 in de klassieker ‘The Hero with a Thousand Faces’. In dat boek probeert hij overeenkomsten te begrijpen tussen veel oudere verhalen. Later maakt Christopher Vogler,een Amerikaanse verhaaladviseur die bijvoorbeeld voor Disney gewerkt er een praktisch vertelmodel voor schrijvers van. Hij beschrijft zijn aanpak in ‘The Writer’s Journey’. Luke dus, Karate Kid. Maar neem bijvoorbeeld ook Harry Potter: Er staat ineens een enorme man met een woeste baard voor hem die beweert dat Harry een tovenaar is. Oké. Je dacht dat je vooral een vervelende oom had, maar blijkbaar moet je ook nog een duistere tovenaar verslaan. Gelukkig kent die bebaarde man de weg.

Denk eens na over heldenverhalen die je kent? Dikke kans dat ze allemaal diezelfde opbouw volgen.

Een stage laat zich (op kleinere schaal) ook zo bekijken. Dat lijkt een nogal grote gewaagde stap, maar dat valt best mee.

Stel je een student voor die op zijn eerste dag bij de receptie aanklopt. Tien minuten te vroeg, weet met wie hij heeft afgesproken en hoopt vooral dat hij niet meteen iets stoms doet. Voor hem liggen een paar maanden waarin hij moet ontdekken hoe het werk gaat, wat mensen eigenlijk van hem verwachten en of hij dit vak wel aankan. Wat voor jou een alledaagse maandagochtend is, is voor de stagiair het begin van een nieuwe wereld.

Want de student kent de lokalen op school, de docenten en de mensen naast wie hij gaat zitten. Hier moet hij nog ontdekken wie ergens over beslist en wanneer hij iemand mag onderbreken. Een collega zegt dat hij vandaag eerst even meeloopt. Dat lijkt hem een uitstekende regeling.

Maar er moet ook iets te bereiken zijn. Een heldenverhaal met iemand die lekker rondloopt is geen heldenverhaal: Zo’n verhaal krijgt spanning doordat de hoofdpersoon iets wil en daar nog niet zomaar bij kan. De prinses en de draak zijn bekende vormen van zo’n opgave. Voor de student ligt ze dichterbij: die wil aan het einde van zijn stage bijvoorbeeld zelf een klant kunnen helpen met een lastig probleem. Hij wil merken dat hij iets kan betekenen in dit bedrijf. Tegelijk is hij bang dat iedereen ontdekt hoeveel hij nog niet weet. Dat laatste maakt zijn avontuur ingewikkelder dan de taakomschrijving die je maakt doet vermoeden.

Meeting the Mentor

In Voglers versie van de heldenreis heeft de ontmoeting met een mentor een eigen plek: Meeting with the Mentor. De hoofdpersoon krijgt training, advies of hulpmiddelen om verder te kunnen; om die grens tussen de bekende wereld en de nieuwe, onbekende wereld over te stappen. Luke heeft Obi-Wan. Daniel heeft meneer Miyagi. Harry Potter heeft… enfin je ziet het. De student krijgt een praktijkbegeleider die ook nog drie andere dingen moet doen.

Voor jou als begeleider zit daar een interessante vraag: Je kent het vak, maar hoe ontdek je wat deze student nodig heeft om het te leren? Als hij zegt dat hij het begrijpt, wat begrijpt hij dan precies? Wanneer hij stil blijft, kijkt hij dan aandachtig mee, durft hij iets niet te vragen of is hij de uitleg al een kwartier kwijt? En hoe maak je de tijd vrij? Je baas is al geïrriteerd als je een dubbele espresso haalt omdat dat ‘dubbel zo lang duurt’.

Dat kun je niet uit het gezicht van die student aflezen, zeker niet als die student heel erg zn best doet om ‘dat snap ik heus wel’ uit te stralen.. Je hoeft daarvoor ook niet in een wollen cape met je ogen dicht in een ruimte te zitten en rustig te knikken terwijl je ‘Do or do not. There is no try’ prevelt. Bij een klantgesprek kun je ‘m gewoon laten vertellen wat opvalt. Waarom denkt de student dat de klant boos is? Wat zou hij zelf vragen? Welk stukje van het gesprek wil hij de volgende keer proberen? Uit zijn antwoorden krijg je zicht op wat hij begrijpt en waar hij nog hulp nodig heeft. Misschien kent hij de procedure prima, maar vindt hij het moeilijk iemand aan te spreken. Dan helpt het weinig om de procedure nog eens uit te leggen, nu met extra volume.

Een mentor kent bovendien de betekenis van dingen die voor een nieuwkomer nog onbegrijpelijk zijn. Jij hoort in een klantgesprek misschien meteen dat iemand vooral ongerust is. Je stelt eerst een vraag, controleert wat er gebeurd is en kiest daarna je antwoord. Voor de student lijkt het alsof jij vanzelf op een of andere magische wijze weet wat je moet doen. Vertel dus waar je op let. Laat hem daarna een deel proberen en bespreek wat er gebeurt. Zo wordt jouw ervaring beschikbaar voor iemand die haar nog moet opbouwen.

In The Karate Kid laat Miyagi Daniel eerst zn auto poetsen. ‘Wax on, wax off ’ of het hek verven ‘Paint the fence’. Lekker dan, denkt Daniel. Pas later blijkt dat hij daarmee bewegingen oefent die hij bij de karatewedstrijd nodig heeft (die hij vanzelfsprekend wint op het nippertje, zoals dat gaat) Op de werkvloer mag die uitleg wel wat sneller komen komen: Jouw glimmende bedrijfswagen is heerlijk, voor jou, maar op zichzelf geen leerdoel. Een student heeft iets aan een begeleider die begrijpt waarom een taak bij zijn ontwikkeling past en dat ook kan uitleggen. Vervolgens kun je samen bekijken welke volgende stap haalbaar is. Als daar simpele eerste stappen nodig zijn prima! Maar leg dat uit.

De draak verslaan

Een paar weken later helpt onze student zelf een klant. Het gaat eigenlijk best lekker, maar dan komt er een Vraag-waarop-hij-het-antwoord-niet-weet. Hij zegt dat hij het wel even regelt. De klant wacht, hij zoekt in het systeem met zn beste pokerface maar merkt al snel dat hij niet verder komt. In een film is dit het moment waarop de held nog net voor de explosie het gebouw uit moet zien te komen. Onze student staat bij een balie met drie tabbladen open. Zijn begeleider is dichtbij, maar hem erbij halen voelt als toegeven dat hij het blijkbaar toch niet kan. 5…4…. 3…

Daar krijgt de opgave twee kanten. De klant wil een bruikbaar antwoord en heeft niet zoveel boodschap aan het feit dat de student nog dingen moet leren, de student moet ontdekken hoe hij verantwoordelijkheid neemt wanneer zijn kennis tekortschiet.

.2….

Als begeleider kun je vooraf met hem bespreken wanneer hij overlegt en hoe hij dat doet. Tijdens het gesprek kijk je of hij verder kan en help je zodra de situatie daarom vraagt. Je hebt iets te bewaken voor de klant én iets te laten oefenen voor de student.

1….

‘Ik kom terug,’ mompelt hij tegen de klant en loopt naar zijn begeleider. Deze keer vraagt hij hulp, net op tijd. Samen zoeken ze uit wat nodig is, waarna hij zelf het gesprek afrondt. De klant vertrekt met een bruikbaar antwoord. Het gebouw staat ook nog. Missie geslaagd, ook zonder actieheld die in een net te strakke tanktop ‘Get to the Chopper‘ schreeuwt met een Oostenrijks accent . Na afloop bespreek je hoe dat ging. Wat maakte dat hij eerst bleef zoeken? Waaraan merkte hij dat het tijd was om hulp te vragen? Zo kan hij de volgende keer eerder herkennen wat de situatie vraagt.

Er staat hier geen letterlijke draak in de showroom. Hoop ik, althans. Een zwaard was ook niet nodig, of een magische kabouter die de weg wijst. De student heeft wél iets moeten doen wat hij spannend vond. Hij ontdekt dat je betrouwbaar kunt zijn terwijl je nog iets moet leren. Die ervaring kan hem helpen bij een volgende klant, ook wanneer het probleem anders is. Naarmate hij meer aankan, kan hij meer zelf doen. Daar krijgt de verandering uit het heldenverhaal een vorm die je op de werkvloer kunt zien.

Dat vraagt om taken die passen bij de stagiair , ruimte om te oefenen en een begeleider op wie hij kan terugvallen. Een rommelige stage wordt niet vanzelf leerzaam doordat we haar ‘een mooi avontuur’ noemen. Een begeleider die drie weken onvindbaar is in het woud van vergetelheid (dat heet bij jou gewoon vergaderzaal ‘Elbe’), heeft daarmee nog geen mysterieuze wijsheid opgebouwd. Kijk dus ook naar de omgeving waarin je hem laat werken. Kan hij jou bereiken? Zijn de verwachtingen die je hebt duidelijk? Heeft de stagiair genoeg kunnen oefenen met wat hij nu zelfstandig moet doen?

Bij het afscheid kun je teruggaan naar dat eerste gesprek. Wat vond hij toen moeilijk? Wat doet hij inmiddels zelf?Wat heeft de stagiair geleerd dat ook buiten dit bedrijf bruikbaar blijft? Daarmee help je de student zijn eigen ontwikkeling herkennen. Op die manier neemt ‘ie meer mee dan een beoordeling: hij kan uitleggen wat hij heeft geleerd en weet beter hoe hij een onbekende taak kan aanpakken.

Ook de terugkeer uit een heldenverhaal krijgt zo betekenis doordat iemand iets meebrengt dat anderen helpt. Onze student heeft misschien een korte uitleg gemaakt voor een vraag die hij zelf vaak had. Of een rapport gemaakt, of in zijn observaties iets gezien waar het bedrijf wat aan heeft . Het bedrijf houdt iets over aan zijn komst en hij ziet dat zijn bijdrage blijft bestaan nadat zijn account is opgeheven en hij met een bosje tankstationbloemen de deur weer uit is.

Op zijn laatste dag opnieuw langs de receptie. De plek is vertrouwd geworden. Een mooi avondzonnetje schijnt naar binnen terwijl hij de draaideur naar buiten neemt..

Er zullen nieuwe werelden volgen waarin hij weer dingen niet weet, maar deze ervaring gaat mee. Als begeleider heb je hem geholpen te ontdekken wat hij kan, waar hij nog hulp bij nodig heeft, hoe hij verder kan leren, dat ‘niet weten’ niet het equivalent is om in slowmotion een ontploffend gebouw uit moeten te springen.

Op zijn eerste dag vraagt de stagiair waar hij moet zijn.

Op zijn laatste dag weet hij beter waar hij naartoe wil.

Dat is de reis in een notendop.

En jij bent als mentor onmisbaar onderdeel van dat helden verhaal.

The end.

Wil je beter begrijpen waar jouw stagiair vastloopt en wat jij op zo'n moment kunt doen? In Het Kleine Stageboek voor Begeleiders werk ik die manier van kijken uit, aan de hand van herkenbare situaties op de werkvloer. Bekijk het boek: https://www.maartenbrand.com/hetkleinestageboekvoorbegeleiders

Bronnen:

Joseph Campbell Foundation, Joseph Campbell and the Hero's Journey:

https://www.jcf.org/learn/joseph-campbell-heros-journey

Christopher Vogler, biografie bij uitgever Michael Wiese Productions:

https://mwp.com/product-author/christopher-vogler/

Christopher Vogler, The Writer's Journey / A Practical Guide:

https://www.mccc.edu/~voorhees/dma135/Vogler_Practical_Guide.pdf

Voor de duidelijkheid: De stagecasus is een door mij verzonnen voorbeeld. De vergelijking met de heldenreis is mijn interpretatie.


Volgende
Volgende

Het blauwe mapje