Kostbaar

Waarom mensen in 1884 in hun goede jas in de rij stonden voor een bliksemafleider. Waarom de machtigste man van Europa het kostbaarste bezit van Holland niet kon kopen, met onbeperkt budget. En waarom het uur dat AI u dit jaar bespaarde, weleens het meest kostbare uur van uw organisatie kan blijken.

Het is December 1884. Op de top van het hoogste bouwwerk ter wereld, honderdzeventig meter boven Washington, schroeven mannen in de bijtende kou een klein piramidevormig blok metaal vast op een enorme zuil. Het weegt nog geen drie kilo en is de bliksemafleider van het Washington Monument, gemaakt van aluminium.

Waarom aluminium? Omdat het kostbaar is. En het Washington monument moet grandeur uitstralen. Het metaal is in 1884 ongeveer even duur als zilver. Voordat het puntje naar Washington gaat, ligt de punt daarom een paar dagen in de etalage bij Tiffany's in New York. Mensen komen ervoor in de rij staan. Voor een bliksemafleider. Vrijwillig, en in hun goede jasje.

Het gekke aan het feit dat het aluminum zo duur moest zijn was overigens dat dit eigenlijk nergens op sloeg: Aluminium is het meest voorkomende metaal in de aardkorst. Het zit in klei, het zit in zo ongeveer elke berg, je loopt eroverheen. Alleen: het zit daar muurvast aan zuurstof geklonken, en niemand had een betaalbare manier om het los te krijgen. De hele wereld stond dus op een onmetelijke voorraad zilverkleurig metaal maar kon er weinig mee. Naar de logica daarvan kun je lang zoeken.

Dat wisten scheikundedocenten ook, en één van hen was Frank Jewett, hoogleraar in het stadje Oberlin, Ohio. Frank had in Duitsland gestudeerd bij de mannen die het metaal voor het eerst hadden geïsoleerd, en hij hield zijn studenten graag het volgende voor: wie een goedkope manier vindt om aluminium te maken, bewijst de mensheid een dienst en wordt er (leuke bijkomstigheid) stinkend rijk bij.

Eén van die studenten, een domineeszoon uit zijn eigen scheikundeklas, buigt zich naar verluidt naar zijn buurman toe en zegt dat hij dat metaal gaat pakken.

Na zijn afstuderen richt hij het schuurtje achter het ouderlijk huis in Oberlin (zo’n 50 kilometer ten zuidwesten van Cleveland) aan East College Street in als werkplaats en gaat koppig aan de slag: maand na maand, mislukking na mislukking. Wat de buren er van denken op dat moment is niet overgeleverd. Maar het moet een gek gezicht zijn geweest daar in t midden van de VS.

Dan gebeurd het op 23 Februari 1886. In de houten schuur staat Charles Martin Hall, tweeëntwintig inmiddels, over een smeltkroes gebogen. Zijn oude docent denkt af en toe mee en leent hem spullen, zijn zus Julia houdt de aantekeningen bij en controleert de proeven, en de rij batterijen die hij gebruikt heeft hij deels zelf in elkaar geknutseld. Hij jaagt er stroom mee door een gesmolten badje mineralen, giet het af, laat het stollen, en slaat de klomp open met een hamer. Tussen de brokken liggen een paar zilvergrijze korrels. Aluminium. Het is gelukt. Hij raapt ze op en rent ermee het huis in.

Die korrels bewaart hij de rest van zijn leven. Het bedrijf dat uit dit schuurtje groeit, heet vandaag Alcoa, en het bestaat nog steeds: beursgenoteerd, tienduizenden werknemers, nog altijd een van de grootste aluminiumproducenten ter wereld. In de bedrijfsoverlevering hebben die eerste korrels een bijnaam gekregen: ‘de Kroonjuwelen’.

En datzelfde voorjaar, aan de andere kant van de oceaan, staat een Fransman over precies hetzelfde soort smeltkroes gebogen. Paul Héroult, óók tweeëntwintig, die zonder ooit van Hall te hebben gehoord exact dezelfde route vindt. De twee zijn geboren in hetzelfde jaar en ze zullen sterven in hetzelfde jaar (1914), alsof het geen toeval is.

Binnen twintig jaar daalt, nee dondert de de prijs van aluminium met ruwweg een factor tweehonderd omlaag. Het metaal waar mensen bij Tiffany's in hun goede jas voor in de rij stonden, wordt het metaal waar je een halve plofkip in verpakt.

En dat is gek, als je erover nadenkt. Het aluminium zelf is niet veranderd. Wat veranderde was iets anders: er kwam een route. Stroom erin, aluminium eruit. En zodra die route bestond, bleek de kostbaarheid nooit in het metaal te hebben gezeten. Ze zat in het ontbreken van de route.

Dat roept een vraag op: Wat is vooral kostbaar omdat de omzetting nog niet is gevonden? En welke dingen blijven kostbaar, omdat er geen omzetting bestáát?

Houd die vraag vast.

We gaan eerst even naar Zaandam.

Een uur gewonnen

In Zaandam werkt een praktijkopleider bij een installatiebedrijf. Ik ken hem persoonlijk maar zal m hier niet noemen. Het is een nuchtere man, zoals veel intstallatietechnici en begeleid pakweg zes stagiairs per jaar. Sinds een jaartje schrijft hij zijn eindbeoordelingen met ChatGPT. Het scheelt hem een uur per stagiair, en de beoordelingen zijn beter dan ooit. Completer en ook handig: geen spelfouten.

Er is maar één ding dat hij niet meer doet: stilzitten. Dat kwartier waarin hij vroeger zijn eigen woorden zocht met een lauwe bak filterkoffie en dacht: wat vind ik nou eigenlijk van deze student. En waarom? Dat bespaarde uur staat keurig in zijn urenverantwoording, dus HR en directie is blij; stagebegeleiding is immers een tijdrovende bezigheid. Het kwartier waarin zijn oordeel zich vormde, staat nergens.

Ik heb over deze man eerder geschreven, in een whitepaper over AI in de stagepraktijk. Nee, niet omdat hij dingen fout doet: Hij doet wat elke verstandige professional met een volle agenda volgens mij doet. Hij laat me niet los omdat bij hem iets samenkomt wat samenhangt met dat puntje boven Washington.

Om dat uit te leggen moet ik eerst nog één omzetting vertellen. De grootste van allemaal. En die eindigt in Limburg.

Lucht in brood

Om te snappen wat er in 1909 gebeurt, moet je eerst weten hoe de wereld er vlak daarvoor uitziet. Zoals je misschien wel leerde bij biologie heeft elke plant stikstof nodig, en de lucht bestaat er voor bijna tachtig procent uit, maar in een vorm die geen plant kan gebruiken. Bruikbare stikstof is daarom eeuwenlang enorm schaars, en de wereld doet er best rare dingen voor. Er varen hele vloten om Kaap Hoorn naar de woestijn van Chili, voor salpeter. Er worden eilanden voor de kust van Peru laag voor laag afgegraven om de aangekoekte vogelpoep van tienduizend jaar. In 1864 stuurt Spanje er een oorlogsvloot op af en bezet de eilanden. Peru en Chili vechten twee jaar terug. Om vogelpoep. Met admiraals. Ergens in Madrid is hierover vergaderd, met notulen, en aan het eind van die vergadering zei iedereen ja. Niemand vindt het raar.

De Verenigde Staten pakken het intussen nog grondiger aan. Die nemen in 1856 de Guano Islands Act aan: iedere Amerikaan mag onbewoonde eilanden met vogelpoep annexeren namens de Verenigde Staten. Het staat er echt zo. Ik heb hem drie keer gelezen. Over een shitwet gesproken. Er is over gedebatteerd in het Congres, er is over gestemd, en de president (Pierce) heeft er zijn handtekening onder gezet. Er worden er ruim honderd geclaimd, en een paar zijn vandaag nog altijd Amerikaans grondgebied. Baker Island bijvoorbeeld, twee vierkante kilometer vogelpoep midden in de Stille Oceaan, onbewoond, wel een vlag.

Een serieus deel van de wereldhandel draait op dat moment, kort samengevat, op de vraag waar zeevogels de afgelopen tienduizend jaar hebben gepoept.

En dan, op een zomerdag in 1909 in Karlsruhe, staat er in een laboratorium een tafelopstelling van staal en glas te sissen als een gevaarlijk scheikunde practicum. Eromheen mannen die zijn gekomen om te kijken naar iets waarvan hun hele vakgebied zegt dat het absoluut NIET kan. De druk loopt op, en dan begint er, druppel voor druppel, vloeibare ammoniak in een koelvat te lopen. Fritz Haber bindt stikstof. Uit de lucht.

Carl Bosch bouwt het apparaat in de jaren erna op tot fabrieksformaat, en daarna is het hek van de dam. Kunstmest wordt goedkoop, de oogsten exploderen, de wereldbevolking gaat van nog geen twee miljard naar ach en ( ik moet dit steeds opnieuw checken omdat ik het niet kan geloven) ongeveer de helft van de stikstof in je eigen lichaam is ooit door zo'n fabriek gegaan. De helft. De vogelpoep-economie? Binnen één generatie voorbij.

Haber zelf werd overigens het levende bewijs dat een omzetting twee kanten op werkt. April 1915, Ieper. Langs de Duitse linies liggen bijna zesduizend stalen cilinders ingegraven. Er zit chloor in, ruim honderdvijftig ton. Chloor is zwaarder dan lucht, en dat is precies waarom het is uitgekozen: het zakt omlaag. De loopgraven in, de schuilplaatsen in. Als bewind een beetje meewerkt althans.

En daar staat hij, persoonlijk, dagenlang langs het front: Dezelfde man die zes jaar eerder in Karlsruhe naast een sissende tafelopstelling stond te kijken hoe er druppel voor druppel ammoniak in een koelvat liep, staat nu bij een loopgraaf naar de windrichting te kijken, wachtend op het moment dat hij duizenden mannen aan de overkant een zeer onprettige dood in kan jagen.

Toen de wind goed stond, gingen de kranen open. De rest is geschiedens: De eerste gifgasaanval van de Eerste Wereldoorlog.

De Grieken hadden een woord voor iets dat remedie en gif tegelijk is: pharmakon. Dat was deze ontdekking: Haber kreeg voor het een de Nobelprijs en voor het ander een bevordering tot kapitein. Het kan verkeren.

En Nederland? Nederland zit op dat moment op een berg kolen, in Limburg, en heeft staatsmijnen om ze op te graven. In 1930 bouwen die Staatsmijnen in Geleen hun eigen stikstoffabriek: kolen erin, kunstmest eruit. Limburg zet vanaf dat moment dus steenkool om in brood. En dan komt het mooiste deel van dat verhaal. De mijnen gaan in de jaren zestig en zeventig dicht maar uit de kunstmestfabriek groeit DSM, en wie nu over het terrein bij Geleen rijdt, rijdt langs de erfenis van een bedrijf dat zijn grondstof overleefde omdat het zijn route belangrijker vond. Onthoud dat even.

Twee keer op rij dus bleek "dit kan nooit uit een fabriek komen" een verloren weddenschap. Aluminium, stikstof. Als iemand in 1880 had geroepen dat brood ooit uit de lucht zou komen, was hij vriendelijk naar huis gebracht door mensen met een bezorgde blik vast iets uitstraalde als ‘Jan moet echt minder gaan drinken’ . Je moet dus voorzichtig zijn met de zin die nu op het puntje van mijn pen ligt. Ik ga hem straks toch opschrijven, maar ik wilde eerst laten zien dat ik weet hoe vaak hij het eerder aflegde tegen de vooruitgang

Stroom in denken

Want er is een derde omzetting gaande, en die ken je. Overal ter wereld bouwen landen en Techbro’s hallen zonder ramen waar niemand werkt behalve de koeling, met de stroomrekening van een middelgroot land en een waterconsumptie waar het lokale golfslagbad misselijk van wordt. Het Internationaal Energieagentschap rekende voor dat datacenters in 2024 zo'n 415 terawattuur verbruikten. Alleen die datacenters. Dat is ruim drie keer het stroomverbruik van heel Nederland, alles meegeteld, van de trein tot je airfryer met dubbele lade. En het verdubbelt richting 2030

Dat zijn cijfers waar je even bij moet gaan zitten. Doe het licht maar uit, scheelt weer.

Wat er in die hallen gebeurt, kun je ingewikkeld beschrijven, maar de kortste versie is volgens mij gegeven door iemand die ik dit recent op Linkedin zag schrijven (naam vergeten helaas): we zetten stroom om in intelligentie. Elektriciteit erin, redeneringen eruit. Samenvattingen, analyses, beoordelingen, eerste versies. Het soort werk waarvan we tot voor kort dachten dat het alleen uit mensen kon komen, zoals aluminium ooit alleen uit de sieradenkast kwam en stikstof alleen uit een scheepslading Peruaanse vogelpoep.

En de prijs doet wat de prijs bij een gelukte omzetting altijd doet. Een nette samenvatting kostte twee jaar geleden een halfuur van iemands aandacht. Nu kost hij een tiende cent aan stroom, en hij is nog vriendelijk geformuleerd ook.

Dus daar staan we, met de vraag van het monument in de hand. Is ‘oordelen’ gewoon het volgende aluminium? Is vakmanschap kostbaar-in-afwachting, tot ook die route gevonden is?

Ik dacht van wel, eerlijk gezegd. Tot ik bedacht dat het antwoord al ruim driehonderd jaar in Zaandam ligt.

Zaandam, 1697

Eerst even over de plek zelf, daar is ook iets passends in dit verhaal.

De Zaanstreek is zo'n beetje het oudste omzettingslandschap ter wereld. Vanaf de zeventiende eeuw staan er langs de Zaan honderden molens die wind omzetten in alles waar vraag naar is. Wind in planken. Wind in olie, in meel, in verf, en op een gegeven moment zelfs in mosterd. Er was kennelijk vraag naar. Buitenlandse bezoekers begrijpen niet wat ze zien: een moeras dat zichzelf met de weersverwachting rijk maalt. Als er ergens een gen bestaat voor de eerste soort omzetting, dan zit het hier in de kleibodem.

En dan, augustus 1697, stapt er in datzelfde Zaandam een timmermansknecht van een schip die zich Pieter Michielszoon noemt. Hij is incognito, wat matig lukt, want hij is ruim twee meter lang en hij is zeg maar de tsaar van Rusland. Peter de Grote komt scheepsbouw leren. En let op hoe hij dat doet. Hij laat geen boeken naar Moskou verschepen, hij ontbiedt geen scheepsbouwers met rollen papier aan het hof, wat allebei ruim binnen zijn mogelijkheden lag. Hij koopt gereedschap, huurt een houten huisje dat in zijn eigen paleis als bezemkast zou zijn afgekeurd, en gaat op een werf staan werken, naast mannen die het kunnen. De machtigste man van het halve continent kon alles laten komen, maar voor het ene dat hij zocht moest hij zelf de bijl vasthouden.

Best vreemd, als je erover nadenkt. Scheepsbouwkennis was in 1697 het kostbaarste wat Holland bezat, en er stond een koper voor de deur met onbeperkt budget. Toch was er geen route. Niet omdat de Zaankanters hun geheimen bewaakten; er bestonden gewoon geen woorden voor het meeste van wat ze wisten. De kennis zat in handen, in ogen, in twintig jaar werf. Ze liet zich niet verschepen, niet dicteren en dus ook niet kopen. Er bestaan blijkbaar omzettingen die weigeren om te zetten. Niet omdat we ze nog niet doorgronden, maar omdat er niets ís om te doorgronden buiten de weg zelf. De route is de fabriek.

Terug naar nu

Driehonderddertig jaar later zit in diezelfde stad onze praktijkopleider, en in zijn werkplaats raken de twee omzettingen elkaar aan.

De eerste is die van de hallen zonder ramen. Stroom wordt tekst. Zijn beoordeling, die vroeger een kwartier aandacht kostte, rolt nu uit de derde grote omzetting van de industriële geschiedenis, en ze rolt er beter geformuleerd uit dan hem ooit zelf lukte. Die omzetting is gelukt, en ik ga niet doen alsof dat niet zo is. Of het echt intelligentie is mogen we zeker over discussiëren, maar we doen wel alsof tot nu toe.

Maar zijn oordeel, het ding dat in die tekst hoort te zitten, komt uit een andere fabriek. Uit twintig jaar kijken. Uit stagiairs zien aarzelen bij de derde ketel. Uit het zoeken naar woorden, week na week, waarbij het zoeken zelf het werk was. Zijn oordeel is gemaakt zoals Peter zijn scheepsbouw leerde: op de plek zelf, naast mensen die het al konden. De werkplaats, het doen is de fabriek.

Ik vroeg hem de laatste keer dat ik m sprak wat hij van de recente verslagen van zijn stagiairs vond. Hij aarzelde even. De verslagen lopen een beetje door elkaar. Ik kan niet meer zien wie wie is. Vroeger was dat anders, zegt ie na een paar minuten nadenken.

En dat kan prima kloppen. Want de machine levert hem nu het eindproduct van de eerste omzetting, vermomd als het eindproduct van de tweede. Van buiten is het verschil niet te zien. En precies daar wringt het, want zijn hele vak wordt afgemeten aan documenten, en documenten zijn nu net het ene dat de nieuwe omzetting perfect kan produceren.

Er is een man geweest die dit onderscheid eerder zag dan wie ook, en het is geen toeval wie hij was. Michael Polanyi was fysisch chemicus, en een goede. In het Berlijn van de jaren twintig werkt hij (toeval of niet) tussen de bouwers van die eerdergenoemde omzettingen; Haber zit als instituutsdirecteur letterlijk een gang verderop. In 1933 vlucht Polanyi (vanwege de Nazi’s) naar Manchester, waar een leerstoel chemie voor hem klaarstaat. En dan, op het hoogtepunt van zijn aanzien, loopt hij bij het bestuur binnen met een verzoek of hij zijn leerstoel mag inruilen. De scheikunde uit, iets anders in. Universiteitsbesturen zijn op veel voorbereid, hierop niet. Manchester maakt speciaal voor hem een plek vrij buiten zijn eigen vak, omdat de vraag die hem niet loslaat geen scheikundige vraag is.

En proef nu even de ironie, want die is te mooi om onbenoemd te laten. Dit verhaal begon met scheikundigen. Hall brak het erts open, Haber de lucht zelf. Polanyi hoort bij dat gilde: zelfde vak, zelfde generatie, in Berlijn zelfs hetzelfde gebouw. En uitgerekend uit die school van omzetters komt de man die opstaat en zegt dat er kennis bestaat die zich niet laat omzetten. Buitenstaanders roepen wel vaker dat de wetenschap haar grenzen heeft; die kun je wegwuiven. Dit was een van de meesters zelf.

De vraag die hem dreef: waarom kan een meester niet precies opschrijven wat hij weet? Polanyi heeft zijn halve leven doorgebracht tussen omzetters, en juist hij concludeert dat er kennis bestaat die zich niet laat omzetten. Niet in woorden, niet in een handboek, niet in een procedure of proces. We weten meer dan we kunnen zeggen, schrijft hij, en dat meerdere verhuist maar langs één weg: door naast iemand te staan die het al kan, bij werk dat ertoe doet. De chemicus wijst hier de grens van de chemie aan. Dit is dus geen anekdote van je dronken oom op de zoveelste familieverjaardag. Dat is iemand die beide fabrieken van binnen heeft gezien en wist welke van de twee eigenlijk geen fabriek is.

Twee soorten kostbaar

En daarmee ligt het antwoord op de vraag van het monument er al:

Er zijn twee soorten kostbaarheid. De ene wacht op haar omzetting. Aluminium was zo kostbaar, en salpeter, en de nette samenvatting. Hun waarde zit in het ontbreken van een route, en zodra de route er was, verdampte ze. Daar is niets tragisch aan. Het is hoe vooruitgang eruitziet, en Geleen bewijst dat je er zelfs je grondstof bij mag verliezen zolang je de route maar vasthoudt.

De andere soort ís haar het oordeel van de opleider. Dat bestaat niet los van de jaren waarin het gemaakt werd, zoals Peters scheepsbouw niet los bestond van de werf. Het is als met kaas: een wiel van veertien maanden is geen wiel van vier maanden waar je tien maanden bij hebt opgeteld, en wie de rijpingskelder sloopt omdat de kaas ook uit een fabriek kan komen, heeft geen goedkopere kaas. Hij heeft iets anders. Zuivelfantasie ofzo.

Let wel: het verschil zit niet in echtheid. De stikstof uit de fabriek is atoom voor atoom dezelfde als die uit de vogelpoep. Er bestaat geen instrument dat ze uit elkaar kan houden, en je lichaam bouwt er zonder morren hetzelfde lichaam van. Je bent, technisch gesproken, gewoon een mens die voor de helft via Geleen is gelopen. We zijn allemaal een beetje Limburger dus. Laat dat even inwerken.

Zo werkt de eerste soort: de route doet er niet toe, het product is het product. Bij de tweede soort is de route het product. Een beoordeling uit de machine en een beoordeling uit twintig jaar kijken zien er hetzelfde uit. Ze zijn het echter niet.

Er is trouwens ooit een elektrische route naar stikstof geweest eb die klinkt als een mop: een noorderlichtonderzoeker en een zakenman bouwen samen een fabriek aan de voet van een waterval. Maar het is precies wat er in Noorwegen gebeurde, vanaf 1903. Kristian Birkeland bestudeerde het poollicht en ging vervolgens zelf bliksem maken: vlambogen van ruim drieduizend graden die de stikstof zo uit de lucht schroeien. Er werd een compleet bedrijf voor opgericht, Norsk Hydro, en een paar jaar lang is dit de toekomst.

Dan komt Haber en die doet hetzelfde voor een fractie van de energie. Niemand die die vlambogen mist. De kunstmest kwam voortaan gewoon uit een andere fabriek, en de wereld kon vrolijk dooreten.

Zo gaat dat bij de eerste soort omzetting: routes komen en gaan, want het product blijft. Daar gaat het om. Bij de tweede soort omzetting is dat anders. Als oordeelsvorming op de werkvloer het aflegt tegen de output van een machine, komt het oordeel niet uit een andere fabriek.

Tot zover zou dit een geruststellend essay zijn. Het echte vakmanschap blijft kostbaar, de machine pakt alleen het namaakbare, iedereen weer aan het werk. Dansend richting de ondergaande zon met aftiteling.

Maar er is één ding dat die geruststelling in de weg staat, en het is de reden dat ik dit stuk schreef.

De tweede fabriek draait namelijk op een grondstof. Oordeel rijpt niet in het luchtledige; het rijpt in werk. In het gewone, herhaalbare, weinig spannende of glorieuze werk waar een beginner naast een gevorderde staat en denkt ‘hoe ga ik dit in godsnaam doen’. De eerste versie, het uitzoekwerk, de wekelijkse verslagen, de duizend kleine klussen waarvan niemand ooit heeft opgeschreven dat ze een leerfunctie hadden, omdat ze die gratis vervulden.

En dat is nu precies de grondstof die de eerste omzetting opslokt en dreigt over te nemen: Routinewerk voedde vroeger het oordeelsvermogen van mensen; eerst de rotklusjes, de simpele dingen. Het voedt nu een machine.

Het puntje

Het aluminium puntje staat er nog steeds, bovenop het Washingtonmonument. Het is dof geworden van honderdveertig jaar weer, en er is geen juwelier meer die het in de etalage zou willen. Als metaal is het een paar tientjes waard.

Het houten huisje in Zaandam staat er trouwens ook nog. Er is tegenwoordig een stenen omhulsel omheen gebouwd om het overeind te houden. Het trekt busladingen toeristen.

Dus als ik ongevraagd advies mag geven: De eerstvolgende keer dat er bij jou een voorstel komt waarmee een uur wordt bespaard op het begeleiden met stagiairs, en die keer komt dit jaar vast, stel dan naast de gewone vraag een tweede.

  1. Wat het oplevert. Die staat al in de businesscase, en het antwoord is waarschijnlijk gewoon: ja.

  2. Wat ontwikkelde zich tot nu toe in dat uur, en waar gaat dat voortaan rijpen?

Heb je op die tweede vraag een antwoord? Gefeliciteerd. Zo hoort vooruitgang eruit te zien. En gezonde bedrijfsvoering.

Er verlangt ook niemand terug naar het afgraven van vogelpoep.

Heb je er geen antwoord op? Dan weet je nu wat er in dat uur zat.

Er zat een fabriek in. En anders dan bij de vlambogen van Norsk Hydro is er geen zuinigere om het over te nemen. Die bestaat hier namelijk niet, want twintig jaar praktijkervaring heeft geen efficiëntere versie. Het is de enige route. En het vervelende van dit soort verlies is dat je het pas opmerkt als je het nodig hebt

Zo zijn we van vogelpoep, via kunstmest en gifgas, bij een uur in Zaandam beland.

Het is een kortere weg dan je denkt.

Bronnen geraadpleegd bij dit stuk:

American Chemical Society. (1997). Hall process: Production and commercialization of aluminum. National Historic Chemical Landmark. https://www.acs.org/education/whatischemistry/landmarks/aluminumprocess.html (Hall in het schuurtje op 23 februari 1886, de rol van Jewett als mentor, Julia Hall, de gelijktijdigheid met Héroult, en de opkomst van Alcoa.)

Binczewski, G. J. (1995). The point of a monument: A history of the aluminum cap of the Washington Monument. JOM, 47(11), 20–25. https://doi.org/10.1007/BF03221302 ( het aluminium apex-stuk van december 1884 en de tentoonstelling vooraf. Het artikel zelf zit achter een betaalmuur; de Tiffany-etalage wordt ook beschreven in de vrij toegankelijke ACS-pagina hierboven.)

Compendium voor de Leefomgeving. (2025). Aanbod en verbruik van elektriciteit, 1990–2024. CBS/PBL/RIVM/WUR. https://www.clo.nl/indicatoren/nl002029-aanbod-en-verbruik-van-elektriciteit-1990-2024

Encyclopedie van de informele educatie. Smith, M. K. (2003). Michael Polanyi and tacit knowledge. Infed.org. https://infed.org/dir/welcome/michael-polanyi-and-tacit-knowledge/ Polanyi als hoogleraar fysische chemie in Manchester 1933–1948, en de overstap naar de speciaal voor hem gecreëerde leerstoel sociale wetenschappen 1948–1958.)

Guano Islands Act, 48 U.S.C. ch. 8, §§ 1411–1419 (1856). https://uscode.house.gov/view.xhtml?path=%2Fprelim%40title48%2Fchapter8&edition=prelim de wettekst zelf, "whenever any citizen of the United States discovers a deposit of guano...". Ondertekend door president Pierce op 18 augustus 1856.)

Homburg, E. (2005). Groeien door kunstmest: DSM Agro 1929–2004. Uitgeverij Verloren. (het Stikstofbindingsbedrijf van de Staatsmijnen in Geleen, gestart 1929–1930, als eerste chemische activiteit van wat DSM werd. Standaardwerk, geschreven door een techniekhistoricus van de Universiteit Maastricht.)

Hydro. (2020). 1903: Explosive winter days. Norsk Hydro. https://www.hydro.com/us/global/about-hydro/company-history/1900---1917/1903-explosive-winter-days/

Internationaal Energieagentschap. (2025). Energy and AI. IEA. https://www.iea.org/reports/energy-and-ai ( 415 TWh datacenterverbruik in 2024, ruime verdubbeling naar circa 945 TWh in 2030. Licentie CC BY 4.0.)

Nobel Prize Outreach. (z.d.). The Nobel Prize in Chemistry 1918: Fritz Haber. NobelPrize.org. https://www.nobelprize.org/prizes/chemistry/1918/haber/facts/ (Dekt: de prijs voor de ammoniaksynthese, toegekend 1918 en een jaar later uitgereikt, met Habers affiliatie aan het Kaiser-Wilhelm-Institut in Berlijn. Dat laatste dekt ook de nabijheid tot Polanyi, die aan de Kaiser-Wilhelm-Instituten werkte

Ritchie, H. (2017, 7 november). How many people does synthetic fertilizer feed? Our World in Data.https://ourworldindata.org/how-many-people-does-synthetic-fertilizer-feed (gaat over circa de helft van de wereldbevolking gevoed door synthetische stikstof, op basis van Erisman et al. 2008 en Smil.

Science History Institute. (2013). Dirty business. https://www.sciencehistory.org/stories/magazine/dirty-business/(Dekt: de guano- en salpetereconomie, de Guano Islands Act, Habers demonstratie van 1909 met Le Rossignol, de opschaling door Bosch bij BASF vanaf 1913.)

Science News, Garcia de Jesús, E. (2024, 25 oktober). The U.S. empire was built on bird dung.https://www.sciencenews.org/article/us-empire-built-bird-dung (gaat over de claims op Jarvis en Baker Island vanaf 1855–1856, de ruim honderd geclaimde eilanden, en de Act als eerste Amerikaanse overzeese gebiedsverwerving.)

Zaans Museum. (z.d.). Czaar Peterhuisje. https://zaansmuseum.nl/zien-doen/czaar-peterhuisje/ (Dekt: Peter de Grote acht dagen bij smid Gerrit Kist in 1697, gekomen om het vak scheepstimmerman te leren, daarna vertrokken naar de VOC-werven in Amsterdam. Het museum meldt elders ook de ruim 730 molens rond 1725 en de Zaanstreek als oudste industriegebied van Europa: https://zaansmuseum.nl/terug-in-de-tijd-naar-het-zaandam-van-tsaar-peter-de-grote/)

Brand, M. (2026). Versterken of vervangen: AI in de stagepraktijk (whitepaper). Bureau Brand. https://www.maartenbrand.com/whitepaper-ai

Volgende
Volgende

De kaart