DE MOTIVATIESCAN

Ontdek welke lens motivatie tegenhoudt.

8-bit pixelart van een telescoop op statief met vijf kleurrijke lenzen ernaast, als metafoor voor de vijf PIVAS-lenzen waarmee Maarten Brand, stage-expert, motivatie en stage-ervaringen scherp in beeld brengt.

UITLEG

Je kunt veel roepen over motivatie. Maar het écht meten… dat is lastig.
Daarom deze scan. Geen zweverige theorie, geen rapport van dertig pagina’s.
Gewoon een snelle check die laat zien waar motivatie lekt en waardoor het komt.

Er zijn vijf knoppen waar elke stagebegeleider aan kan draaien: Principe, Inzicht, Vaardigheid, Actie en Structuur.
Of in het kort: PIVAS. Een soort TV-TAS, maar dan voor motivatie.

Zie het als vijf lenzen die samen het hele plaatje scherp maken.
Is er één lens beschadigd, beslagen of vaag afgesteld?
Dan ziet de stagiair minder goed wat er van hem wordt verwacht:

Killing voor motivatie.

Deze scan laat je precies zien waar je het brillendoekje moet pakken,
en waar je misschien zelfs een lens moet repareren.

Invullen kost een paar minuten.
De winst is groot: duidelijkheid, richting, en een stagiair die niet halverwege de week afhaakt.

Motivatie scan

Deze scan kun je als begeleider of als student invullen. Lees “de student” als “ik” als je hem zelf invult.
Legenda: 1 = komt helemaal niet overeen met de ervaring; 5 = komt volledig overeen.
0 van 15 vragen ingevuld
P: Principe
Dit gaat over de basisprincipes van hoe jullie werken: waarom dingen hier zo gaan: Denk bijvoorbeeld aan waarom jullie elkaar met ‘u’ aanspreken (of juist niet) of waarom jullie altijd met minimaal twee mensen de werkvloer opgaan. Kent de student deze principes?
De student kan uitleggen vanuit welke principes jullie dit werk aanpakken.
De student ziet dat deze principes ook echt worden gevolgd in het dagelijks werk.
De student kan deze principes zelf toepassen bij keuzes of het oplossen van problemen.
I: Inzicht
Dit gaat over of de student snapt waarom taken belangrijk zijn en hoe alles met elkaar samenhangt. Zie jij dat de student het ‘waarom’ achter het werk begrijpt?
De student begrijpt waarom de uit te voeren taken belangrijk zijn.
De student ziet verbanden tussen verschillende werkzaamheden.
De student kan uitleggen wat het doel van een taak is.
V: Vaardigheid
Dit gaat over wat de student al kan, wat nog geoefend moet worden en hoeveel vooruitgang zichtbaar is. Merk jij dat de student steeds vaardiger wordt en dat ook ziet?
De student heeft voldoende basisvaardigheid (kennis) voor de huidige taken.
De student kan taken grotendeels zelfstandig uitvoeren.
De student laat zichtbare vooruitgang zien in de belangrijke handelingen.
A: Actie
Dit gaat over of de student dingen echt durft te doen: niet te makkelijk, niet te moeilijk, maar precies uitdagend genoeg. Zie jij dat de student het werk goed kan oppakken?
De student kan taken zelfstandig uitvoeren op het niveau dat nodig is.
De moeilijkheid van taken past bij de student: niet te makkelijk, niet te moeilijk.
De student ervaart voldoende vertrouwen om iets te doen zonder terughoudendheid.
S: Structuur
Dit gaat over duidelijke afspraken, voorspelbaarheid en weten waar informatie te vinden is. Ervaart de student genoeg houvast en structuur?
De student weet duidelijk wat de grenzen, taken en verantwoordelijkheden zijn.
De student weet wanneer wat gebeurt en hoe het werk meestal verloopt.
De student weet waar procedures, werkwijzen en belangrijke informatie te vinden zijn.