De engel links
In Galleria degli Uffizi in Florence hangt een schilderij dat je pas interessant gaat vinden als je stopt met “kunst kijken” en begint met “gewoon kijken”. Als het je leuk vindt althans.
Het is groot, vroom en lekker degelijk kahtoliek: De doop van Christus, uit het atelier van Andrea del Verrocchio. Een meesterwerk in de meest letterlijke betekenis: werk van een meester, gemaakt met een atelier om hem heen.
Die Andrea del Verrocchio was niet zomaar een schilder met een kwastje uit een donker hoekje van de vroegmoderne geschiedenis, maar een Florentijnse allesmaker van formaat: beeldhouwer, goudsmid, tekenaar, atelierbaasje. Hij werkt in het Florence van de grote opdrachtgevers, met de Florentijnse familie de Medici als vaste klant voor beelden en prestigeprojecten. De Medici waren het soort opdrachtgevers dat “creatieve vrijheid” zegt en “wel graag in onze huisstijl” bedoelt, alleen heette huisstijl toen gewoon goud en macht. Plus een beetje katholiek graag.
Je ogen glijden er overheen zoals managers over beleidsteksten skimmen met zinnen als “het mbo is cruciaal”. Alles klopt. Alles is af. En dan, ergens links, valt je iets op wat je niet kunt ont-zien zodra je het gezien hebt. Een engel. Net wat lichter van toon. Net wat vrijer. De plooien hebben lucht. Het gezichtje heeft aandacht. Alsof iemand niet alleen verf aanbrengt, maar ook probeert te begrijpen wat hij ziet.
Om te zien dat dit een ander hand is dan die van Verrochio hoeft geen kunsthistoricus te zijn. En voila, dat is het ook. Het is het werk van een leerling van de maker.
Hoe dat zit stel ik nog even uit. Want de reflex is om meteen in het romantische verhaal te stappen: “de begeleider die zag wat er mogelijk was”. Dat klopt óók, maar het mist het spannendste detail. Het echte wonder hier is niet dat iemand begeleidde. Het wonder is dat iemand léérde, op het doek zelf, in het volle zicht van opdrachtgever, kerk en reputatie. Een leerling die niet eerst eindeloos in een oefenboekje mocht krabbelen met een stomp stukje houtskool, maar een hoek van het echte werk kreeg. Een kwetsbare hoek, waar je fouten niet kunt wegpoetsen met een KPI.
Dit stuk gaat over stagekwaliteit in het mbo. Over waarom begeleiding in de eerste weken de bottleneck is. Over waarom subsidies vaak te laat komen. Met voorbeelden uit zorg en Defensie, cijfers van EenVandaag en SBB, en een blik op Duitsland en Zwitserland.
TL;DR (voor mensen met 4 minuten en 0 geduld)
De bottleneck is niet “erkenning” of “budget”. De bottleneck is begeleidingscapaciteit in week 1–6.
Veel regelingen compenseren achteraf. Ze kopen geen maandagochtend-ruimte voor begeleiders.
Daardoor krijg je tekorten én slechte ervaringen: stage als leerplek op papier, goedkope arbeidskracht in de praktijk.
De stageparadox in één zin
De opbrengst is collectief, later en redelijk voorspelbaar. De investering is lokaal, direct en onzeker.
Of simpeler: iedereen wil dat het doek afkomt, maar niemand betaalt graag de eerste streken links onderin.
Het geld is er. De ruimte niet.
Het debat start vaak met zo’n verbaasde zucht die je ook hoort als iemand ontdekt dat “gratis parkeren” toch vooral “betaald met tijd” betekent: er is toch veel geld? Subsidies. Fondsen. Regelingen. Pacten. Potjes met namen die klinken alsof ze zichzelf ’s nachts in een la vermenigvuldigen. Dus waarom voelt het op de werkvloer dan toch alsof je op maandagochtend een droog sponsje moet kauwen en daar “capaciteit” uit moet persen?
Omdat het probleem zelden de hoogte van het budget is. Het probleem is de vorm. En de timing. En het feit dat beleid graag geld verdeelt alsof tijd elastiek is.
De grootste kosten zitten namelijk vooraan in het proces. Niet bij het laatste evaluatiegesprek met koffie en een checklist, maar in die eerste weken waarin alles nog wiebelt. Inwerken. Veiligheidsmarges. Productieverlies. Corrigeren. En vooral: nóg een vraag waarvan je denkt “echt waar, weet je dit niet?”, terwijl je tegelijkertijd weet: nee, natuurlijk weet iemand dit niet, daarom heet het ook leren. Dat is precies de fase waarin iemand nog vooral ontdekt hoe je hier normaal doet, hoe je hier met elkaar praat, waar de spullen liggen, welke knop je nooit indrukt, en waar je vooral niet je vingers tussen steekt.
En precies dát dure, kwetsbare stuk proberen we in Nederland vaak te organiseren als bijproduct van goede bedoelingen van iedereen ‘die zijn best doet’. Terwijl het in de praktijk gewoon een roosterprobleem is, met van die bingotermen als: tijd, aandacht, veiligheid, uitleg, correctie, herhaling, en nog een keer herhaling.Wat nog een keer? Herhaling.
Precies in die fase komt het geld vaak niet, of te laat.
Waarom “maximaal” niet “zeker” is
Neem de subsidieregeling Praktijkleren via Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het maximale bedrag is helder. De zekerheid vooraf vaak niet. “Maximaal” is niet “zeker”. En zekerheid is precies wat je nodig hebt als je morgen begeleiding in je rooster moet duwen.
Waarom transactiekosten plekken opvreten
Aanvragen is werk. Bewijzen is werk. Controleren is werk. Grote organisaties bouwen er een aparte subsidiedesk voor. Het mkb doet het tussen twee telefoontjes en een lekkende koppeling door. “Gratis geld” wordt dan “kostenpost met gedoe”.
Het resultaat is voorspelbaar: je beloont vooral het volume (een plek), terwijl de bottleneck vooral capaciteit is (begeleiding, zeker aan het begin). Kortom: Veel ja’s op papier. Weinig ruimte op maandag.
De kwaliteit scheurt waar de begeleiding ontbreekt
Op 2 februari komt EenVandaag met cijfers die precies dat stille, ongemakkelijke deel van de stageparadox zichtbaar maken. Niet het deel waar we graag over praten op podia, maar het deel dat je voelt als je om 08:12 al drie keer “kun je even?” hebt gezegd, je eigen werk nog niet eens hebt aangeraakt en voelt dat je om 8.30 eigenlijk al te hoog in je emotie zit. Een kwart van de mbo-stagiairs (24%) zegt: ik word niet serieus genomen. Dat is drie keer zo vaak als bij universitair stagiairs (8%). Ongeveer de helft voelt zich vooral ingezet als goedkope kracht, in plaats van als student die komt leren.
Het onderzoek gaat om 1.554 stagiairs of jongeren die nu stage lopen of in de afgelopen vijf jaar stage liepen op mbo-, hbo- of wo-niveau. Dit is geen losse anekdote, geen “ja maar mijn neefje had een topstage”, geen incident dat je kunt parkeren onder ‘communicatieruis’. Dit is wat je krijgt wanneer begeleiding geen ontworpen capaciteit is, maar het restproduct van een gistvat vol goede bedoelingen. Het ruikt even gezellig, maar als je het deksel optilt blijkt er vooral druk op te staan. Geen klein bier dus (pun intended)
Wat dit betekent
Als jouw systeem vooral “plek-volume” produceert, maar geen startpiek-ruimte, dan wordt stage vanzelf een raar toneelstukje: iedereen doet alsof het leren is, en de stagiair voelt dat het vooral productie is. Dan is leren performatief, niet educatief.
Zorg en Defensie: twee sectoren, één bottleneck
Je kunt dit onderwerp makkelijk wegwuiven met zo’n lekkere dooddoener: “tja, tuurlijk, je hebt altijd bedrijven die vooral winst willen.” Klaar. Afgevinkt. Handen gewassen. Morele superioriteit weer op peil.
Alleen: precies op dat moment komen de zorg en Defensie binnenlopen. met zo’n kalme ‘i love the smell of shortages in the morning’ blik van mensen die dagelijks met echte schaarste werken. Ze pakken je excuus van je bureau, kijken er één seconde naar alsof het een verkeerd ingevuld formulier is, trekken een wenkbrauw op en leggen het vervolgens heel rustig in de prullenbak. Want daar gaat je winstframe: in de zorg draait het om roosters en patiënten, bij Defensie om kerntaken en inzetbaarheid. En toch lopen ze tegen hetzelfde aan. Niet te weinig idealen, maar te weinig begeleidingsuren op maandag.
Zorg: begeleiding concurreert met zorg
In de zorg staat een begeleider letterlijk tussen twee roosters. Niet figuurlijk, niet “in de beleving”, maar gewoon: óf je draait directe zorg, óf je begeleidt. En als iemand dan zegt “ja maar begeleiding is toch ook gewoon onderdeel van het werk?”, dan kun je vriendelijk knikken en ondertussen denken: leuk, maar mijn dienst is geen PowerPoint. Daarom bestaat het Stagefonds Zorg: omdat ze daar tenminste hardop durven zeggen dat begeleiding geen hobby is, maar arbeid. Met uren. Met kosten. Met consequenties.
Alleen: de orde van grootte blijft spannend. SEO Economisch Onderzoek laat in onderzoek naar ziekenhuizen zien dat de netto opleidingskosten voor mbo-bbl en hbo-duaal rond de 17.000 euro per student per jaar liggen, na aftrek van productiviteit. Dat is niet “een gevoel”, dat is de optelsom van alles wat je in week 1–6 ziet gebeuren: begeleidingsuren, productieverlies, bijsturen, leertijd, en die kleine hersteltijd die niemand begroot maar iedereen voelt.
Een fonds kan de pijn dempen. Dat is heel waardevol. Maar het koopt niet automatisch structurele rooster-ruimte precies daar waar het misgaat: in week één, twee en drie. Precies waar de leercurve het steilst is, waar fouten het duurst zijn, en waar “even snel” meestal eindigt in “nee, laat maar, ik doe het wel zelf”.
Defensie: begeleiding concurreert met kerntaken
Defensie is nog zo’n reality check voor iedereen die dit graag als marktprobleem framet. Nergens is een winstprikkel, wel is er keiharde operationele noodzaak. Toch meldde Ministerie van Defensie in december 2025 dat van 7.000 stageaanvragen er dat jaar 1.000 geplaatst konden worden. Met expliciete verwijzing naar het tekort aan stage- en praktijkbegeleiders.
Kort samengevat: Kandidaten genoeg. Wil genoeg. Begeleiders te weinig.
De les is sector-agnostisch: begeleiding concurreert met kerntaken. Kerntaken winnen altijd bij schaarste. En als je die schaarste niet compenseert op het juiste moment, krijg je rationeel gedrag dat er op papier uitziet als “onwil” en in de praktijk voelt als “ik ben een goedkope kracht”.
Over de grens: wat Duitsland en Zwitserland hardop durven zeggen
Nederland praat graag over “belang” en “maatschappelijke waarde”. Duitsland en Zwitserland praten opvallend vaak over iets saais en eigenlijk veel nuttigers: timing en kosten.
🇩🇪Duitsland: kosten meten, systeem borgen
In Duitsland gebeurt duaal opleiden op schaal. Bundesinstitut für Berufsbildung (BIBB) meet de kosten openlijk. De boodschap is niet dat het gratis is. De boodschap is dat het normaal is dat het geld kost, zeker in het begin. Daardoor blijft het ingebed. Het verdwijnt niet bij de eerste druktegolf.
🇨🇭Zwitserland: timing ontwerpen zodat productiviteit naar voren komt
Zwitserland is interessant om één reden: ontwerp. Daar wordt het leertraject vaak zo ingericht dat de leerling al tijdens de opleiding in oplopende mate productief wordt. Taken groeien in complexiteit. Loon groeit mee. Begeleiding verschuift van “naast je staan” naar “op afstand bijsturen”.
In de cost-benefit survey van SFUVET rapporteert men voor 2022/23 een gemiddelde netto-opbrengst van iets boven CHF 4.500 per leerplaatsjaar, en dat een meerderheid van leerplaatsen per saldo positief uitkomt voor het leerbedrijf.
Dat is geen magie. Dat is timing. De opbrengst schuift naar voren in de tijd. Daardoor leunt het systeem minder op “hopelijk blijft hij na afloop” en meer op “hij wordt onderweg al echt bruikbaar”.
Terug naar Nederland: help de eerste horden
Hier zit de praktische beleidsles. De leercurve is overal steil in het begin. De eerste weken en maanden zijn het duurst. Later wordt begeleiding lichter en opbrengst zichtbaarder.
Alleen: precies die start is in Nederland vaak de bottleneck.
Wat werkt wél (in gewone mensentaal):
Koop de startpiek-ruimte in.
Betaal de begeleidingstijd van een vroeg, niet alleen achteraf een beetje met moeilijke subsidietrajecten.Ontwerp de instroom.
Maak “week 1–6” een proces, niet een improvisatie met een hoog ‘geen idee maar moet wel lukken toch’ gehalte.Beloon kwaliteit, niet alleen kwantiteit. Een plek zonder begeleiding is een stoel zonder poten. Vijf plekken zonder kwaliteit? Liever 1 goede.
De engel van de leerling
Je loopt de Uffizi binnen. Die engel links in De doop van Christus. Je ziet het meteen: dit is anders. Frisser. Levendiger. Dit is geen routine. Dit is iemand die nog zoekt.
En dat klopt. Die engel is gemaakt door een leerling. In het atelier van Verrocchio. Niet als oefening. Niet als demo. Als écht werk. Op het echte doek dat naar de échte opdrachtgever gaat.
Verrocchio is de meester. Hij moet dit schilderij opleveren. De stijl bewaken. De Medici's tevreden houden. Zijn reputatie staat op het spel. En toch zegt hij: "Daar, links, dat stukje is van jou."
Wat levert hem dat op?
Risico. Punt. Extra correcties als het misgaat. Gedoe. Deadline-stress. Geen applaus op maandagochtend omdat hij "ontwikkelruimte gaf". Gewoon: een deadline en een naam die schoon moet blijven omdat de Medici’s niet van gedoetjes houden.
Toch doet hij het. Niet omdat hij zo'n goed mens is. Maar omdat een atelier alleen toekomst heeft als leerlingen het echte werk in handen krijgen. Niet "meekijken" of "een taakje". Maar: een hoek van het echte doek.
Wat was er gebeurd als Verrocchio die kans niet gaf? We zullen het niet weten.
Wat we wél weten: die engel bestaat. Hij hangt in de Uffizi.
En die leerling? Leonardo da Vinci.
En wat we ook weten: ergens, vandaag, zit er een stagiair aan een bureau die niet het échte werk mag doen. Die PowerPoints mag klussen. Koffie mag halen. "Meekijken" mag, heel veel meekijken. Maar niet meemaken.
Niet omdat de begeleider slecht is. Maar omdat het rooster niet meewerkt. Omdat de deadline piept. Omdat "risico" in een jaarplan geen zin is die lekker valt.
En dus gebeurt er niks. Geen engel. Geen doorbraak. Geen: "Wacht, dit kan ik zelf."
We missen met tekorten in de zorg en installatiebranche geen Da Vinci's, misschien eentje ok. Wel missen missen we duizenden normale werknemers die nooit het échte werk in handen kregen en de kans kregen om van "meekijken" naar "meemaken" te gaan.
Dat is het echte verlies. Niet één genie met een te grote baard dat we mislopen. Maar duizend gewone mensen die nooit ontdekken wat ze kunnen.
Als je ergens in de toekomst nog eens terugloopt door de Uffizi, naar die engel links, dan zie je het. Niet "waarschijnlijk iemand met talent". Maar: leerproces in het echt. Iemand die het échte werk kon doen onder professionele begeleiding en daardoor ontdekte wat hij kon.
Dat is ook onze vraag. Niet óf stages belangrijk zijn. Dat vinden we allang.
De vraag is: hoe ontwerpen we het systeem zo dat meer Verrocchio's die hoekjes blijven uitdelen, ook wanneer het rooster piept en kraakt?
Conclusie
Zolang we de kosten lokaal, direct en onzeker blijven organiseren, en de opbrengsten collectief, later en redelijk zeker, blijft ook voorzichtigheid een rationele optie. Zo blijft uitstel begrijpelijk en krijg je dus niet alleen tekorten, maar ook precies de kwaliteitsscheur die EénVandaag meet: de stagiair voelt zich niet serieus genomen, wel ingezet.
Als jij Verrocchio was, met drie storingen, een ontploffende outlook agenda en nul extra begeleidingsuren maar wel een veeleisende opdrachtgever, zou jij het eigenlijk anders doen?
Begrippen
BPV: beroepspraktijkvorming, het leren in de praktijk binnen mbo-opleidingen.
BBL: beroepsbegeleidende leerweg, werken en leren met een arbeidsovereenkomst.
Startpiek: de eerste weken waarin begeleiding en correctie het hoogst zijn.
Begeleidingscapaciteit: beschikbare uren van vakmensen om te instrueren, te corrigeren en veilig te laten werken.
Transactiekosten: tijd en gedoe rond aanvraag, administratie, verantwoording en controle.
FAQ
Waarom is stagebegeleiding vooral in het begin zo duur?
Omdat inwerken en corrigeren veel tijd kost, productiviteit drukt, en fouten duur zijn. De leercurve is het steilst in week 1–6.Wat zegt EénVandaag precies over mbo-stages?
Dat 24% zich niet serieus genomen voelt en dat ongeveer de helft zich gebruikt voelt als goedkope kracht, op basis van 1.554 jongeren die nu of in de afgelopen vijf jaar stage liepen.Waarom lossen subsidies dit niet vanzelf op?
Omdat veel regelingen achteraf compenseren en onzekerheid bevatten. Ze kopen geen rooster-ruimte op maandagochtend.Wat leren we van Zwitserland?
Dat je productiviteit naar voren kunt halen door taken en loon mee te laten groeien met bekwaamheid, waardoor de businesscase minder leunt op retentie na afloop.Waarom heeft Defensie dit probleem ook?
Omdat het geen marktprobleem is. Het is een capaciteitsprobleem. Begeleiding concurreert met kerntaken. Kerntaken winnen bij schaarste.Wat is één concrete beleidsmaatregel die direct helpt?
Financier of organiseer begeleidingstijd expliciet in de startfase (week 1–6). Niet als bonus achteraf, maar als capaciteit vooraf.
https://www.uffizi.it/en/artworks/verrocchio-leonardo-baptism-of-christhttps://eenvandaag.avrotros.nl/opiniepanel/uitslagen/kwart-mbo-stagiairs-voelt-zich-niet-serieus-genomen-drie-keer-zoveel-als-bij-universitair-stagiairs-162650https://www.s-bb.nl/media/igrlssr4/stagebarometer_najaar_2025.pdfhttps://www.defensie.nl/actueel/nieuws/2025/12/02/stagebegeleider-sleutel-tot-snelle-schaalbaarheid-krijgsmachthttps://www.seo.nl/wp-content/uploads/2020/04/2019-70_Kosten_en_opbrengsten_van_stageplaatsen_in-ziekenhuizen.pdfhttps://www.rvo.nl/subsidies-financiering/praktijklerenhttps://www.ehb.swiss/sites/default/files/2025-11/SFUVET_Cost-Benefit_2025.pdf
