Gastarbeiders

8-bit illustratie van ‘Checkpoint Stagiair’: een stagiair met laptop bij een grenspost met slagboom en wachthokje, als metafoor voor boundary crossing tussen school en werk.”

Kort samengevat:

Een stage is boundary crossing: een grensovergang tussen school en werk. Als je de ongeschreven regels niet expliciet maakt, krijg je geen ‘gebrek aan initiatief’, maar een verdwaalde nieuwkomer


Een stage is een grensovergang

Ik lees A Seventh Man van John Berger en ik heb niet het gevoel dat hij me iets uitlegt. Hij duwt me een bril in handen. Zo’n bril die je alleen opzet als je een nieuwe keuken hebt en ontdekt dat stopcontacten kennelijk zijn neergezet door iemand die een hekel heeft aan waterkokers.

Het boek komt uit 1975. Midden jaren zeventig dus. West-Europa draait op gastarbeid en tegelijk doet het alsof die arbeid tijdelijk, bijkomstig en vooral onzichtbaar is. Berger schrijft het samen met fotograaf Jean Mohr, precies in die fase dat het systeem nog bezig is zichzelf “normaal” te vinden. Hij kijkt er niet achteraf naar, met morele helderheid en hashtags. Hij kijkt er middenin. Terwijl alles nog in bedrijf is. Dat maakt het boek zo ongemakkelijk bruikbaar.

stagiair als migrant door maarten brand boek john berger afbeelding boek a seventh man

En ja: in een vorige blog had ik het al over Berger en Susan Sontag (vorige). Over kijken. Over wie spreekt en wie bekeken wordt. Over beelden die niet uitleggen maar positioneren. Berger en Sontag delen die irritante kwaliteit: ze maken je wantrouwig richting makkelijke verhalen en comfortabele frames. Ze leren je niet wat je moet denken, maar waar je staat als je kijkt.

Dus als ik nu Berger lees, schuift er iets bruikbaars naar voren in mijn blikveld: stagiairs.

Een stage is ook een grensovergang

Niet omdat een stagiair een arbeidsmigrant is. Die heeft geen paspoort of een talkshowtafel waar een blanke man van middelbare leeftijd plechtig ‘maatschappelijke duiding’ komt geven over stagiairs, terwijl de stagiair zelf buiten beeld blijf, zoals het hoort bij goede televisie. Dat dus niet. Maar wel omdat de structuur van de ervaring rijmt. De melodie is hetzelfde. Alleen speelt iemand ’m nu op blokfluit.

Een stagiair steekt óók een grens over. Alleen niet van land naar land, maar van systeem naar systeem. Op school krijg je een opdracht, een rubric en een docent die zegt wat “goed” is. Op werk krijg je een appje, een planningbord en iemand die zegt: “maak ’m even netjes”, zonder te vertellen wat dat “netjes” hier eigenlijk betekent. En dan ontdek je dat “even” in het bedrijfsleven meestal betekent: nu, maar zonder paniek.

En hier komt het fijne: “boundary crossing” is niet mijn vondst in relatie tot werkplekleren. Het is in onderzoek al een bekende wetenschappelijke term. Dus ik mag hem met droge ogen gebruiken zonder dat iemand “managementboek” hoeft te roepen.

In de leertheoriehoek rondom leren-op-de-werkplek wordt boundary crossing gebruikt als lens voor leren tussen praktijken.

Boundary crossing betekent in definitie: leren doordat je moet bewegen tussen twee praktijken met andere taal, regels en ritme.

Het punt is simpel: mensen leren niet alleen ín een praktijk, maar juist wanneer ze moeten schakelen tussen praktijken die niet netjes op elkaar passen. Grenzen zijn dan geen obstakel. Grenzen zijn de plek waar het leerwerk gebeurt.

Dat betekent iets oncomfortabels voor hoe we naar stages kijken.

De stagiair als grensganger

Een stage is dan niet “een leerplek”. Het is een grensgebied. En grensgebieden zijn nooit rustig. Ze hebben tolpoorten. Ze hebben dialecten met gekke accenten. Ze hebben douaniers. En die douaniers weten zelf ook niet altijd welke regels vandaag gelden, maar ze vinden wél dat jij ze kent.

In die zin is de stagiair een binnenlandse migrant. Hij komt aan in een wereld die al draait. Waar de regels nergens staan maar waar iedereen doet alsof je het “gewoon moet aanvoelen”. Dat is ongeveer hetzelfde als iemand in de Hornbach neerzetten zonder pijlen op de vloer en dan verbaasd zijn dat hij bij de tuintegels eindigt terwijl hij een kast kwam halen.

En dan zie je meteen waarom de onboarding zo vaak faalt. Onboarding behandelen we als rondleiding-met-warme-hap. “Hier is de wc, hier is de koffie, hier is de printer die alleen werkt als je er eerst vriendelijk tegen fluistert, of drie keer slaat” Prima hoor. Maar dat is decor.

De echte grensovergang zit in ongeschreven regels. Wanneer mag je vragen stellen? Aan wie? Hoe vaak? Op welke toon? Wanneer ben je “proactief” en wanneer ben je “een beetje veel”? In organisaties is dat verschil vaak zo subtiel dat het lijkt op het verschil tussen een bedrijfsborrel en een séance: iedereen doet alsof het gezellig is, maar niemand benoemt wat er echt gebeurt terwijl Kees met wierook staat te zwaaien in de serverruimte.

De stagiair krijgt op dag één vaak wel een badge. Mooi. Een paspoort met laminaat. Het opent deuren. Maar het opent niet de deur naar de sociale infrastructuur. Niet de informele hiërarchie. Niet de grapjes waar je pas bij hoort als je precies op tijd lacht. En zeker niet de geschiedenis van “zo doen wij dat hier” die ergens tussen koffiemachine en planningbord hangt als een geur die je pas ruikt als je er drie weken bent.

Dan krijg je het klassieke misverstand.

Het bedrijf denkt: “die stagiair toont geen initiatief.”
De stagiair denkt: “ik ben dom.
In werkelijkheid zijn ze allebei verdwaald in hetzelfde doolhof.

Alleen: het bedrijf heeft al jaren een plattegrond in zijn hoofd. De stagiair niet. Dus wat doe je zonder kaart? Je gaat gokken. En gokken voelt voor organisaties als irritant en traag. Terwijl het rationeel is in een omgeving die zich gedraagt als een escape room met te weinig hints.

Boundary crossing maakt dat nog scherper. Want als leren bestaat uit grensovergangen, dan is jouw begeleiderswerk niet “lesgeven”. Het is bruggen bouwen. Je bent geen docent met een PowerPoint. Je bent een grenswachter met een plattegrond.

Niet om alles voor te kauwen. Wel om de grenzen zichtbaar te maken.

De wachtkamer van goede bedoelingen

Dus als ik Berger lees en daarna naar stagebegeleiding kijk, dan denk ik niet: we moeten iedereen overspoelen met empathieworkshops en circle time met een gong. Ik denk: we onderschatten structureel wat aankomen kost. En we doen alsof het vanzelf gaat zolang iemand maar gemotiveerd is.

Terwijl motivatie in een nieuw systeem vaak een bijeffect is van iets veel prozaïscher: duidelijkheid: Een mens die je wegwijs maakt zonder dat je jezelf belachelijk hoeft te voelen. Kleine vaste momenten waarop je kunt checken of je nog op het juiste spoor zit. Anders wordt het al snel een soort AZC-wachtkamer: je wilt meedoen, je kunt meedoen, maar je mag vooral wachten tot het systeem klaar is met zichzelf.

De vertrekvraag voor de begeleider

Dan wordt de vertrekvraag voor de begeleider, met boundary crossing als bril, heel simpel:

Welke grens laat ik deze stagiair vandaag oversteken zonder brug?

Of nog praktischer:

Welke regels volgen wij hier zonder dat we ze ooit hebben uitgesproken?

Als je die vraag serieus neemt, verandert onboarding vanzelf. Dan is het geen HR-ritueel. Dan is het ontwerpen. Je maakt het systeem leesbaar voor iemand die net aankomt. Je bouwt een stad waarin nieuwkomers ook zonder insider-kaart hun weg kunnen vinden.

Dan komt leren vanzelf opdagen. Niet als magisch ding met getinkel en glitters uitgestrooid door de onderwijsfee. Maar als iets heel alledaags. Je durft vragen te stellen zonder het gevoel dat je per ongeluk op de rode knop hebt gedrukt waar “INTERN ALARM: STAGIAIR” op staat.

En dan ben ik weer terug bij Berger. Hij geeft een bril en zegt: kijk nou eens wie het systeem laat draaien, en wie ondertussen steeds “even moet wennen”.

Dat is ook het stagiairverhaal. De stagiair wil meedoen. Maar hij staat vaak nog in de wachtkamer van ongeschreven regels. En dan zeggen wij: “hij toont weinig initiatief.” Ja. Natuurlijk. Probeer jij maar eens initiatief te tonen in alsof je net in Japan bent geland en de verkeersborden niet snapt.

Berger zou zeggen: integratie begint niet bij motivatie, maar bij toegang. Tot taal, tot ritme, tot ongeschreven regels. Als je wil dat iemand meedraait, moet je hem niet alleen binnenlaten, maar ook inwijden. Dat is geen knuffelbeleid. Dat is gewoon fatsoenlijk ontwerp.

URLs
https://www.versobooks.com/products/2167-a-seventh-man
https://www.theguardian.com/books/2010/dec/18/seventh-man-john-berger-review
https://www.depts.ttu.edu/education/our-people/Faculty/additional_pages/duemer/epsy_6305_class_materials/Becker-Howard-S-2002.pdf
https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0001879106001205
https://www.mdpi.com/2076-0752/12/2/50

Veelgestelde vragen

  1. Wat betekent boundary crossing bij stages?
    Leren doordat een stagiair steeds schakelt tussen schoollogica en werklogica.

  2. Waarom lijkt een stagiair soms ‘passief’?
    Omdat ongeschreven regels onzichtbaar blijven. Zonder kaart ga je gokken.

  3. Wat is de beste startvraag voor een stagebegeleider?
    “Welke grens laat ik deze stagiair vandaag oversteken zonder brug?”

Slim begeleiden? Mijn kleine boekje voor stagebegeleiders helpt wellicht.

Volgende
Volgende

Blinde vlek