Bananasplit.π
Het probleem is niet de stage. Het probleem is hoe we hem verkopen.
Vanmorgen zat ik aan het ontbijt bij een sectorbijeenkomst. Mensen uit de techniek, mensen uit het onderwijs, koffie, broodjes, de gebruikelijke energie van een zaal waarin ik mezelf al twintig jaar herken.Met break-outsessie. Flip-over. Stiften in vier kleuren. En ik weet niet meer precies wat de aanleiding was maar iemand zei het, een ander knikte, een derde schreef het op: βWe moeten al in het primair onderwijs beginnen. Techniekvoorlichting op de basisschool. Eerder zaaien. Vroeger zichtbaar zijn. Meer rolmodellen voor de klas.β
Ik hoor dit al twintig jaar.
Er is een tekort, dat is niet verzonnen. Er zijn te weinig vakmensen. En er zijn te weinig praktijkopleiders. Wie wel praktijkopleider is, krijgt vaak geen tijd, geen training, geen erkenning. Bedrijven hebben minder ruimte dan ze tien jaar geleden hadden. Scholen hebben minder begeleidingsuren. Studenten staan onder druk. Dat alles is echt. Dit stuk pleit er niet voor om dat te ontkennen en βje moet niet zo zeurenβ uit te stralen op de passief agressieve manier zoals alleen je puberdochter dat kan. Dit stuk vraagt zich af waarom we al twintig jaar hetzelfde verhaal vertellen, terwijl dat verhaal niet helpt.
En al twintig jaar is dat een lastige route: Intussen zijn die kinderen van toen volwassen, en het tekort is niet kleiner geworden. Sterker nog: het tekort is groter. Het tekort blijft. Het tekort is onverwoestbaar. Tekort, tekort, tekort. Het is alsof we al twintig jaar op dezelfde plek zuchtend staan te roepen dat de berg te hoog is, in plaats van een andere route te zoeken.
Via Martin Verschoor las ik een artikel van Leo Steijn van BikeFixr. Zijn branche, de fietsenbranche, heeft ook een tekort. Te weinig monteurs, lange wachttijden, vergrijzing, complexere e-bikes. Het standaardverhaal. En zoals elke sector met een tekort, roept zijn branche al jaren hetzelfde: meer instroom, meer opleiding, meer aandacht voor het vak.
Maar Steijn zegt dat niet. Die zegt iets anders. Hij zegt: onze monteurs verspillen hun tijd. Aan onduidelijke intakes. Aan verkeerd bestelde onderdelen. Aan klanten die binnenlopen met een vraag die ze ook online hadden kunnen stellen. Aan collega's die moeten bijspringen omdat informatie ontbreekt. De monteur repareert te weinig fietsen, niet omdat hij te weinig kan, maar omdat zijn dag wordt opgegeten door dingen die geen vakmanschap vereisen.
Zijn oplossing is een slimme intake. Een chatbot die vooraf uitvraagt wat er aan de hand is. Foto's, type fiets, klacht, geschiedenis. Zodat de monteur een fiets binnenkrijgt die al half gediagnosticeerd is.
Dat is een sectoraal verhaal over fietsen. Maar het is ook iets anders.
Want kijk wat Steijn eigenlijk doet. Hij is gestopt met het verhaal van het tekort als de onveranderlijke berg. Hij vertelt zijn branche niet meer alleen dat er te weinig monteurs zijn. Hij vertelt zijn branche ook dat de monteurs die er zijn, slecht worden bediend door de organisatie eromheen. Datzelfde probleem, een ander verhaal ernaast. En een ander verhaal mobiliseert ander gedrag.
Stages werken precies zo.
We verkopen al een kwart eeuw hetzelfde verhaal aan bedrijven: Stages zijn moeilijk. Stagiairs kosten tijd. Begeleiding is een investering die vaak niet wordt terugverdiend. Gedoe! De jeugd is veranderd. Het onderwijs sluit niet aan. Er is een tekort. Er is een tekort aan stages. Er is een tekort aan stagiairs. Er is een tekort aan begeleiders. Er is een tekort aan tijd voor begeleiding. Er is een tekort aan instroom. Tijd tekort, mensen tekort, Alles tekort.
Er is, kortom, vooral een tekort aan ander vocabulaire.
Het effect? Precies: Tekort.
Autoverkoper
Stel je voor dat een autoverkoper zo zijn auto's verkocht. Je komt de showroom binnen. De verkoper schuift een stoel bij. Hij begint vriendelijk. Onze auto's zijn complex in gebruik. Het kost je maanden om ermee om te leren gaan. De kwaliteit varieert van exemplaar tot exemplaar. Je bent zelf verantwoordelijk voor de inwerkperiode. Een aanzienlijk deel van onze klanten haakt halverwege af, daar moet je rekening mee houden. En eigenlijk hebben we er te weinig. Wil je koffie? Anders begin ik vast de offerte.
Je zou opstaan. Niet meteen, want je kunt niet geloven wat je net hoorde. Eerst blijf je nog een seconde zitten, met die glimlach die mensen opzetten als ze hopen dat het een grap is. Je wacht op de knipoog. De knipoog komt niet. De verkoper knippert ΓΌberhaupt opvallend weinig, kijkt je verwachtingsvol aan en schuift de offerte iets dichter naar je toe. Je kijkt naar de offerte. Je kijkt naar de verkoper. Je kijkt naar de plant naast je, alsof die je kan helpen. De plant kijkt terug. De plant weet het ook niet.
Je denkt: wat is hier in hemelsnaam aan de hand. Je kijkt over je schouder naar het plafond, op zoek naar een lens. Want dit kan niet echt zijn. Dit is de Truman Show. Dit is jouw aflevering, je hebt het altijd al vermoed. Of het is Bananasplit en Frans Bauer komt zo grijnzend door de zijdeur. Of het is Gerard Joling in een vlooienjas, met een gouden microfoon en een ploeg lachende cameramannen achter zich aan, en zo meteen schreeuwt iedereen joh, je bent erin getuind. Je kijkt nog een keer. Je ziet alleen een rookmelder in het grijswitte systeemplafond. En de verkoper. Die nog steeds glimlacht.
Je denkt: heeft niemand deze man ooit verteld hoe verkopen werkt. Je denkt: misschien is dit zijn eerste dag. Je denkt: misschien moet ik de bedrijfsleider waarschuwen, voor zijn eigen bestwil. Je denkt aan zijn vrouw, zijn kinderen, zijn hypotheek.
Dan sta je op. Te snel, want je stoot je knie tegen het bureau en je beker lauwe koffie valt om. De koffie loopt over de offerte. Je verontschuldigt je. Je grijpt naar servetjes, je dept, je excuseert nog een keer. De verkoper helpt niet mee. Hij blijft zitten. Hij blijft je aankijken met die glimlach van Anthony Perkins op het moment dat Marion Crane besluit dat een douche misschien toch geen goed idee was.
Halverwege je semi-snelwandelende sprint naar de deur hoor je hem roepen of je nog een folder wilt over de inwerkperiode. Je loopt door. Je trekt de deur achter je dicht. Je staat op de parkeerplaats. Je haalt diep adem.
Dan rijd je naar de concurrent. Daar staat een verkoper die je koffie aanbiedt en zegt dat dit een fijne auto is. Je koopt hem binnen het halfuur.
Bij stages is dit precies hoe we het product in de etalage hebben gezet.
En dan zijn we verbaasd dat de showroom leeg blijft.
Vanmorgen, op die flip-over, viel het woord weer. Primair onderwijs.
Dat is geen marketing. Dat is uitstel. Dat is twintig jaar de andere kant op kijken. Want als je begint bij kinderen van acht, dan ben je over twaalf jaar pas klaar om te zien of het werkt. En dan ben je weer twaalf jaar verder met hetzelfde refrein. Tekort. Tekort. Tekort.
Het spook onder je bed
Het stagetekort is een spook onder je bed. Vroeger, toen je vijf of zes was, lag het daar. Je hoorde het snuiven. Je hoorde het schuiven. Soms knarste er iets, kraakte die plank en dan wist je het zeker: het spook had tanden. Hele enge. Je trok het dekbed tot aan je neus. Je deed je ogen dicht en dan weer open, want misschien was het weg. Het was niet weg. Je rook het. Je voelde de tocht van zijn adem op je enkel. Je riep je moeder.
Je moeder kwam binnen, zuchtte, deed het licht aan, en bukte. Ze keek onder het bed. Er is niets, schat. Ze tilde het dekbed op. Kijk maar. Ze pakte zelfs de zaklamp van de gang en scheen erlangs. Geen spook. Alleen die ene sok die we al weken kwijt waren.
Je knikte. Je glimlachte dapper en knikte terwijl je een traan inslikte.
Je liet je moeder de deur uit.
Maar zodra het licht uit was, was het spook terug. Groter dan eerst. En echt boos. Het had jarenlang aan dit spook-zijn gewerkt. Het had de juiste ademhaling geoefend. Het had geleerd hoe je onder een dekbed door kon kruipen zonder dat het kraakt. Het had een persoonlijkheid opgebouwd, een vakgebied, een carrière. En dan kwam je moeder binnen met een zaklamp van de Hema, riep de sok van vorige week als bewijs uit, en deed alsof het hele spook een verzinsel was. Het spook ging op de rand van je bed zitten en haalde diep adem. Het overwoog een klacht in te dienen. Bij wie wist het niet, want spoken hebben geen vakbond. Het besloot dat dan maar zelf op te lossen. Vannacht werd persoonlijk.
Twintig jaar later, in Nederland, doen we precies hetzelfde. We weten dat het tekort er is. We hebben het gevoeld. We hebben de rapporten gelezen. We hebben de grafieken gezien. Het tekort heeft tanden. Het heeft een adem. Het schuift 's nachts onder ons bed.
En elke keer als iemand het licht aandoet en zegt: βkijk eens naar de bedrijven die hun stages goed organiseren, kijk eens naar de begeleiders die hun werk uitstekend doen, kijk eens naar de instroom die we al hebben en niet vasthoudenβ, dan knikken we beleefd. We glimlachen dapper. We laten degene die het licht aandeed de deur uit. En zodra het licht weer uit is, is het tekort terug. Groter dan eerst. En boos. Want het had gewacht. Het had de spreker uitgelachen. En het had nog steeds geen vakbond.
Het spook moet blijven. Want zonder het spook is er niets om bang voor te zijn. En zonder iets om bang voor te zijn, is er geen reden om elke ochtend opnieuw met een stift in de hand voor een flip-over te staan en op te schrijven dat we op de basisschool moeten beginnen.
Het is niet kapot.
Het product stage is niet kapot. Bedrijven die stages goed organiseren, krijgen vakmensen die blijven. Begeleiders die hun werk goed doen, ontwikkelen zichzelf en hun bedrijf. Scholen die met goede leerbedrijven werken, leveren afgestudeerden die niet hoeven te wennen. De cijfers zijn er. Het werk is er. De ervaring is er.
Wat kapot is, is het verhaal. We hebben twintig jaar het verhaal van het probleem verteld, mezelf inclusief. En om dat verhaal heen is een hele praktijk gegroeid. Onderzoek dat het tekort meet. Adviestrajecten die het tekort verklaren. Beleidsprogramma's die het tekort bestrijden. Allemaal nuttig werk. Allemaal nodig werk. En ondertussen blijft het tekort.
Misschien is het niet toevallig dat het tekort blijft. Een sector die zichzelf verkoopt met het verhaal van het probleem, krijgt klanten die vooral het probleem zien.
Wat zou er gebeuren als we het verhaal omdraaiden?
Als we tegen bedrijven niet zeiden: er is een tekort, help mee. Maar: er is een kans, en de meeste bedrijven zien hem niet. Als we niet zeiden: begeleiding kost u bakken tijd. Maar: een goede praktijkopleider is uw beste recruiter en eentje met keiharde euroβs waarde voor uw geld.
Als we niet bij groep 6 begonnen, maar bij de leerbedrijven die er nu al zijn en er niet uithalen wat er in zit.
Vanmorgen aan die flip-over is daar geen seconde over gesproken.
Het ging weer over het primair onderwijs.
Veelgestelde vragen
Is er echt een stagetekort in Nederland?
Ja. Op 1 april 2026 hadden 4.695 mbo-studenten geen stage of leerbaan gevonden, op een totaal van 467.329 ingeschreven studenten. Het overgrote deel van de tekorten zit bij bol-opleidingen (87 procent), met de grootste tekorten bij Sociaal werker, Helpende Zorg en Welzijn, Software developer, Assistant Business Services en Onderwijsassistent. Het tekort is reΓ«el en wordt twee keer per jaar gemeten door SBB. Maar de cijfers zelf vertellen ook iets anders: de meeste studenten vinden wΓ©l een plek. Het echte vraagstuk zit minder in het aantal stages en meer in de kwaliteit, organisatie en begeleiding eromheen.
Bron: SBB Stagebarometer Voorjaar 2026.
Werkt techniekvoorlichting op de basisschool tegen het stagetekort?
Daarvoor bestaat geen overtuigend bewijs. Het idee dat techniekvoorlichting in het primair onderwijs het mbo-stagetekort oplost, leeft al twee decennia, maar onderzoek naar het effect ervan op stagetekorten is er nauwelijks. Wel laat onderzoek naar LoopbaanoriΓ«ntatie en -begeleiding (LOB) in vmbo en mbo zien dat een betere studiekeuze leidt tot minder voortijdig schoolverlaten. Het stagetekort zelf ontstaat echter niet bij de instroom van studenten, maar bij het aantal en de kwaliteit van leerbedrijven en de begeleiding daar. Eerder voorlichten is geen oplossing voor een probleem aan de andere kant van het traject.
Bron: ROA, onderzoek naar LOB-effecten; SBB Stagebarometer Voorjaar 2026.
Wat zijn de werkelijke oorzaken van het stagetekort?
SBB noemt meerdere oorzaken: leerbedrijven die door personeelstekorten en hoge werkdruk onvoldoende tijd hebben om studenten te begeleiden (vooral in de zorg), verdringing waarbij bedrijven kiezen voor studenten van een hoger niveau of leerjaar, veranderingen in het werk door digitalisering en automatisering, en het opstarten van nieuwe opleidingen waarvoor nog onvoldoende leerbedrijven erkend zijn. Met andere woorden: het stagetekort is voor een belangrijk deel een capaciteits- en organisatieprobleem aan de kant van bedrijven, niet alleen een tekort aan instroom of belangstelling.
Bron: SBB Stagebarometer Voorjaar 2026.
Hoe ervaren studenten zelf de kwaliteit van stages?
Uit de JOB-monitor, het grootste landelijke tevredenheidsonderzoek onder mbo-studenten (192.977 deelnemers in 2026), blijkt een interessant beeld. De tevredenheid over de begeleiding door het leerbedrijf is bij zowel bol- als bbl-studenten hoog (rond 72 procent positief). Maar bijna één op de drie studenten is negatief over de begeleiding vanuit school tijdens de stage, en één op de vier is negatief over de voorbereiding van school op de stage. Studenten zijn dus relatief positief over de werkplek zelf, en negatief over de schakel tussen school en bedrijf. Dat ondersteunt het beeld dat het product stage niet het probleem is. De organisatie eromheen wel.
Bron: JOB-monitor 2024 en 2026 (jobmbo.nl).
Hoe kunnen bedrijven hun stages aantrekkelijker maken?
Door het verhaal te veranderen. Stages worden vaak verkocht als last: kosten tijd, kosten geld, leveren pas op termijn iets op. Maar onderzoek laat zien dat een aanzienlijk deel van de stagiairs na hun stage bij hetzelfde leerbedrijf blijft werken. Een goede praktijkopleider is daarmee een van de effectiefste recruiters die een bedrijf heeft. Bedrijven die hun stages goed organiseren, met een vaste begeleider, duidelijke leerdoelen, structurele feedback en een goede onboarding, krijgen vakmensen die langer blijven en een interne praktijkopleider die zichzelf ook ontwikkelt. Het product stage is niet kapot. Het wordt vooral verkeerd verkocht.
Bronnen: SEO/ROA, De overgang van het mbo naar de arbeidsmarkt (2020); JOB-monitor 2024 en 2026.
Wat is een praktijkopleider en waarom is die belangrijk?
Een praktijkopleider is de medewerker binnen een leerbedrijf die een stagiair of bbl-student begeleidt op de werkvloer. Hij of zij vertaalt het vak naar leerervaringen, geeft feedback, en zorgt dat de student niet alleen taken uitvoert maar ook echt leert. In het Stagepact mbo 2023-2027 zijn afspraken gemaakt om de stagebegeleiding te verbeteren. Toch heeft de praktijkopleider in de Nederlandse wetgeving geen formele positie, geen verplichte training en vaak geen erkende tijd voor het werk. ECBO-onderzoek naar de positie van docenten en opleiders in het beroepsonderwijs bevestigt dat de kwaliteit van deze rol een van de belangrijkste factoren is in of een opleiding slaagt. Zonder goede praktijkopleider geen goede stage.
Bronnen: Stagepact mbo 2023-2027; ECBO, Onstenk, Van den Berg & Westerhuis (2022), Van beroep naar onderwijs en terug: 25 jaar Wet educatie en beroepsonderwijs; Brand, M., Het Kleine Stageboek voor Begeleiders (Haystack, 2026).
Wie is Maarten Brand en waarom schrijft hij over stages?
Maarten Brand is stagespecialist, auteur en spreker, en heeft in vijfentwintig jaar veldwerk meer dan duizend leerbedrijven bezocht. Hij is auteur van onder andere Het Grote Stageboek voor Werkgevers (genomineerd voor Managementboek van het Jaar) en Het Kleine Stageboek voor Begeleiders (Haystack, 2026), schrijft de wekelijkse nieuwsbrief Werf Slim, en publiceert opiniestukken in onder meer Trouw en de Volkskrant. Zijn centrale stelling is dat stages de meest onderbenutte kans op de Nederlandse arbeidsmarkt zijn, niet omdat er te weinig zijn, maar omdat ze structureel verkeerd worden begrepen en verkocht. Daarnaast is hij BPV-projectleider bij Stichting VTi (Vakschool Technische Installaties) in Amsterdam.
Meer: maartenbrand.com en werfslim.nl.
Bronnen
- SBB, Stagebarometer Voorjaar 2026. s-bb.nl
- JOB MBO, JOB-monitor 2024 en 2026. jobmbo.nl
- SEO Economisch Onderzoek, De overgang van het mbo naar de arbeidsmarkt (2020), in opdracht van OCW.
- ROA Maastricht, De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2028 (2023).
- Onstenk, J., Van den Berg, J., & Westerhuis, A. (2022), Van beroep naar onderwijs en terug: 25 jaar WEB. ECBO.
- Rijksoverheid, Werkagenda mbo 2023-2027 en Stagepact mbo.
- Brand, M., Het Kleine Stageboek voor Begeleiders (Haystack, 2026).
- OCW in cijfers, tevredenheid mbo-studenten en arbeidsmarktpositie (CBS/ROA).
