Waarom
Begin niet met waarom
Het is dinsdagmiddag, even na vier uur. Delano staat bij de werkbank met een verkeerd aangesloten retourleiding in zijn hand. De leiding zit verkeerd om. Het soort fout dat je in week drie maakt. Zijn leermeester komt erbij, kijkt een paar seconden, en stelt de vraag die iedereen stelt.
"Waarom heb je dat zo gedaan?"
En je ziet het gebeuren. Delano krimpt een halve centimeter.. zijn blik schiet naar de vloer en zijn schouders trekken naar binnen. De leiding verdwijnt half achter zijn rug, alsof hij 'm zo kan laten verdwijnen. Hij mompelt iets wat op "weet ik niet" lijkt. Of hij zegt helemaal niks, wat op dat moment hetzelfde is.
De leermeester bedoelt het goed. Hij wil dat de jongen snapt wat hij doet. Belangrijk! Het is alleen de verkeerde vraag, op het verkeerde moment.
Ergens in het afgelopen decennium hebben we met z'n allen geleerd dat je moet beginnen met waarom. Simon Sinek hield er een van de best bekeken TED-talks ooit over (‘Start with Why’). Begin met je waarom, zei hij, dan volgt de rest vanzelf. Bedrijven hingen het op posters in de gang, naast de kernwaarden en de plattegrond met nooduitgangen. Scholen bouwden het in hun reflectieverslagen. En ergens onderweg werd "waarom" de vraag waarmee we elkaar geacht worden wakker te schudden.
Je kunt het Sinek niet kwalijk nemen. Hij heeft gelijk dat het waarom ertoe doet. We zijn het alleen gaan behandelen als het hoogste wat er is. Het draait om je drijfveren, om je ‘purpose’. Een monteur die ketels ophangt en verder weinig vraagt voelt al snel als te weinig. We willen dat hij een waarom heeft, het liefst meteen.
Op de werkvloer betekent "waarom" alleen iets anders. "Waarom heb je die klant niet teruggebeld." "Waarom staat dit er nog niet in." De vraag heeft een toon. Iedereen die ergens langer dan een jaar werkt hoort die toon meteen. De vraag is een klacht in vermomming, een verwijt in schaapskleren.
Een stagiair zoals Delano hoort die toon nog scherper. Terecht. Hij is drie weken binnen. Delano heeft de woorden nog niet om uit te leggen waarom hij iets deed, want hij heeft zelf eigenlijk nog geen idee. Hij deed het omdat hij dacht dat het zo hoort.
Dat is het hele antwoord.
"Waarom" veronderstelt dat er al een ‘ik’ is dat zichzelf kan verklaren. Bij een beginner is dat ik nog in aanbouw.
De organisatiepsycholoog Tasha Eurich onderzocht jarenlang wat zelfinzicht laat groeien. Haar bevinding: Mensen die zichzelf "waarom" vragen blijven hangen. Ze graven, en ze verzinnen verklaringen die in toenemende mate nergens op slaan. Mensen die zichzelf "wat" vragen komen verder. Ze zoeken een volgende stap.
Dus stel de vraag anders. Dan komt hij ergens.
"Wat zag je toen je die leiding aansloot." Nu hoeft hij zich nergens voor te verantwoorden. Hij hoeft alleen te kijken. "Hoe zou je het de volgende keer aanpakken." Nu is hij weer monteur. Hij staat aan de werkbank en die kent hij.
En dan gebeurt er soms iets. Delano begint te praten. Over de leiding, over wat hij ziet en waar hij twijfelt. Daar, in dat hardop denken over een stukje koper, gebeurt precies wat de school met haar reflectieverslag wil.
Het ziet er alleen niet zo uit.
Michael Polanyi schreef al decennia geleden dat we meer weten dan we kunnen zeggen. Een vakman voelt hoe een soldeerverbinding hoort te zijn voordat hij in woorden kan vatten waarom. Het weten zit eerst in de handen. De taal komt erachteraan. Richard Sennett noemt dat ‘het ambacht.’ Je begrijpt het werk door het te doen.
Een beginner werkt dus van buiten naar binnen. Eerst de handeling. Het waarom komt later, als het al komt. Een vakprofessional heeft die kennis van zichzelf. Die denkt ‘van binnenuit’. Delano heeft die kennis niet. Dus wie de volgorde omdraait vraagt het onmogelijke. Je vraagt iemand naar de betekenis van iets wat hij nog moet leren maken.
En toch is het te makkelijk om te zeggen dat de leermeester het hier fout doet. Hij is zelf ook gevraagd. De school stuurt de jongen op pad met een opdracht waarin staat dat hij moet reflecteren op zijn drijfveren. Inleveren voor vrijdag. Het bedrijf wil monteurs die meedenken. Iedereen wil hetzelfde goede resultaat: Een jongen die snapt wat hij aan het doen is. Alleen vraagt iedereen het te vroeg, op een manier waar hij van dichtklapt.
Twintig jaar geleden stond de leermeester zelf bij een werkbank en kreeg hij dezelfde vraag. Hij weet alleen niet meer dat hij toen ook dichtklapte.
Want ergens komt het waarom wel. Op een dag staat dezelfde jongen voor een klant en kiest hij een oplossing die niemand hem heeft voorgeschreven. Vraag hem dan waarom, en hij heeft een antwoord. Wanneer dat moment komt weet niemand. Het staat in geen enkel beoordelingsformulier.
Terug naar de werkbank. Dinsdag, even na vier uue.
Stel dat de leermeester niet vraagt waarom. Stel dat hij zegt: "Laat eens zien wat je gedaan hebt." Delano pakt de leiding en draait hem terug. Hij wijst aan waar het misging, met zijn handen, want daar zit het. De leermeester knikt en kan Delano helpen.
Als hij klaar is, terwijl hij de boel weer in elkaar zet, zegt hij misschien uit zichzelf waarom hij dacht dat het zo moest.
Daar was het Sinek om te doen.
Alleen niet aan het begin.
Hoeveel van onze begeleiders kennen dat verschil?
Wanneer dan wel waarom?
Nog even een nabrander over dat ‘Waarom’.
Die vraag verdwijnt niet uit de werkplaats. Het verhuist alleen.
Er bestaat een oud trucje: vijf keer waarom. Een ketel geeft storing. Waarom? Te lage waterdruk. Waarom? Het systeem lekt ergens. Waarom? En zo door, tot je bij de oorzaak bent. Dat waarom is goud waard. Het gaat over de installatie, en daar mag je zo diep in graven als je wilt met de stagiair die naast je staat.
Daar zit het ezelsbruggetje. Richt het waarom op het werk. Vraag waarom de ketel doet wat hij doet, en de jongen denkt met je mee.
Vraag waarom de jongen doet wat hij doet, en hij krimpt weer.
En Delano zelf? Als hij een paar maanden verder is en weet dat je ‘waarom’ uit nieuwsgierigheid vraagt, kan "waarom denk je dat dit werkte" opeens een mooi gesprek openen.
Hetzelfde woord. Heel ander moment.
