Essays
Wat ik in het veld zie.
Ik schrijf over stages. Klinkt smaller dan het is. Eigenlijk schrijf ik over wat er gebeurt op werkvloeren als iemand komt kijken die het werk nog niet kent. Hoe wordt iemand goed in iets? Wat geef je door zonder het op te schrijven? Wat leert een mens van zijn eerste echte werk?
Antwoorden zitten niet altijd in boeken. Wel bij een loodgieter in Almere die zwijgend een bocht voordoet. Ik probeer ze toch op te schrijven.
MacGyver
Stagiairs zijn geen NASA-projecten. Ze zijn MacGyvers. Ze bouwen hun beeld van jouw bedrijf met kauwgom en paperclips: een halve zin op de gang, een cryptisch Slack-bericht, een blik bij het koffieapparaat. Lévi-Strauss snapte dat al in 1962, en architect Hertzberger bouwde ernaar. Over bricoleurs, kantoormythes en waarom de pinda's bij de vrijmibo oud mogen zijn.

Pharmakon
In het oude Egypte biedt de god Theuth het schrift aan koning Thamus aan. Een geneesmiddel voor het geheugen, zegt hij. Dit is vergif, zegt Thamus. Het Griekse woord pharmakon betekent allebei tegelijk. Vierentwintig eeuwen later zit ik aan een tafel bij Inholland en hoor zes studenten praten over Perplexity en Claude alsof het koffiesmaakjes zijn. AI geneest en vergiftigt in dezelfde handeling. De vraag is niet of we het binnenlaten. Dat hebben we al gedaan.

Hauntology
Vorige week las ik Capitalist Realism van Mark Fisher. Tachtig pagina's, twee treinritten. Zijn punt: systemen reproduceren zichzelf via wat ze niet uitspreken. Een stagiair stapt een bedrijf binnen en past zich aan. Niet omdat iemand het vraagt, maar omdat de norm er al ligt als mentaal meubilair. Niemand zegt het. Iedereen leert het.

Phronesis
Mohammed is zeventien. Hij staat voor de tweede week in de werkplaats van een installatiebedrijf in Almere. Zijn begeleider Gerald zegt niets, kijkt, en doet de bocht voor. Drie weken later maakt Mohammed dezelfde bocht. Zijn handen weten het, hij weet niet wat hij anders doet. Aristoteles had er een woord voor: phronesis. Praktische wijsheid. AI heeft het niet. Gerald wel.

Wat een stagiair leert
Vakkennis overdragen lukt niet met een stageboek. Filosoof Michael Polanyi wist al waarom: wij weten meer dan we kunnen zeggen. Over tacit knowledge, war stories en de drie plekken waar kennisoverdracht in elke stage stopt.

Toekomst
Bedrijven nemen stagiairs "want handig". En verwachten tegelijk instroom, behoud en een toekomstige collega die de printer al kent. Dat is alsof je een broodrooster koopt en klaagt dat je geen soep hebt. Met Joseph Voros' Futures Cone.

Voordelen stage
We vragen steeds meer van leerbedrijven. Maar als je de cijfers erbij pakt, wordt het interessant. Stages zijn voor bedrijven een van de slimste HR-investeringen. Alleen incasseert de overheid 69 procent van de baten en het bedrijf maar 9 procent.

Gratis opleiden
We vragen al jaren om meer leerwerkplekken, maar de rekensom voor leerbedrijven klopt niet. Jaarlijks gaat er bijna 64 miljard euro naar onderwijs, terwijl minder dan één procent direct bij leerbedrijven terechtkomt. In deze blog fileer ik die scheve ruil.

De engel links
In het atelier van Andrea del Verrocchio schilderde een leerling een engel voor De doop van Christus. Niet als oefening maar als écht werk voor de échte opdrachtgever. Verrocchio nam risico. Die leerling werd een van de grootste genieën uit de geschiedenis.

Feedback
In stagebegeleiding klinkt feedback volwassen, maar het is vaak te laat. Feedback kijkt terug, feedforward bouwt vooruit. Dit stuk laat zien waarom stagebegeleiding eigenlijk altijd feedforward is, en hoe je met het 4G-model van oordeel naar ontwerp gaat.

Gastarbeiders
Een stagiair steekt geen landgrens over, maar een systeemgrens. School en werk spreken verschillende talen, hebben andere ritmes en andere ongeschreven regels. Met John Berger kijk ik naar stages als grensgebieden.

Blinde vlek
Susan Sontag en John Berger zouden een stagiair niet vragen naar een leerdoel. Die zouden kijken. En nog eens kijken. Wij knallen meteen een spreadsheet open, want kijken zonder meten voelt verdacht. We vergeten intussen wat zich niet laat turven.

Stages in 2026
De stage is niet langer dat gezellige tussenblokje. In 2026 is het een systeem dat kraakt als een spoorweg boven een gasbel. Begeleiders zijn het nieuwe goud, stages worden skills-pijplijnen en hybride is geen ideologie maar overleving.

Nouvelle Vague
Elke stage is een kleine film noir. Op papier schrijf je een keurig script, met leerdoelen en formats. Daarna cast je een stagiair en een begeleider die "er wel even bij doen". De echte film speelt zich af onder tl-licht.

Old men
Er is niks mis met Generatie Z. Die loopt alleen als eerste tegen onze institutionele Windows-95-muur op. Wij noemen dat dan "jong en veeleisend", wat ongeveer is alsof je de kanarie in de kolenmijn "overgevoelig" noemt.

Riolering
Een bedrijf lijkt minder op een bruisend festival en meer op het rioolstelsel eronder: onzichtbaar, maar bepalend voor alles daarboven. Stages maken dat feilloos zichtbaar. Niet de grote gebaren, maar de kleine routines.

Tocht
Stages laten zien waar het tocht in je organisatie en dat is goed nieuws. Tocht betekent lucht, beweging en eerlijkheid. Boven draait men aan beleid, beneden aan gevoelens. Waar het tocht, leeft het.

Aandacht
Stagiairs blijven niet vanwege taken of werkprocessen, maar omdat ze zich gezien voelen. Het model van Bateson en Dilts laat zien dat motivatie bovenin de piramide zit: bij identiteit, zingeving en aandacht. Begeleiding zonder glimlach is, uiteindelijk, gewoon Excel.

Meetdrift
We stoppen mensen graag in schema's: zes hokjes, vier kleuren, één cirkel. RIASEC, DISC, Kolb; alsof leren een IKEA-handleiding is. Hun bedenkers wilden nuance, wij maakten er PowerPoints van. Want meten voelt veiliger dan begrijpen.

Maatwerk
Stages worden talentmagneten als je A-SMART leerdoelen koppelt aan wekelijkse check-ins en zichtbaar bewijs. Een handleiding met korte stappen, voorbeelden en een kant-en-klare template.

Duikfles
Stages heten kansen, maar niet iedereen start met dezelfde duikfles. Sommigen krijgen begeleiding, zuurstof en vertrouwen. Anderen staan in hun onderbroek aan de rand, happend naar adem. Niet alles van waarde laat zich tellen.

Waarde van stages
HR jaagt nog steeds op talent alsof het loterijtickets zijn. Maar de echte jackpot ligt gewoon in huis: stagiairs. Ze kosten minder, blijven langer en verkopen je merk beter dan elke wervingscampagne.

Drie lijnen
Het Three Lines Model laat zien hoe je als HR-professional meer grip krijgt op je stageorganisatie. Van de werkvloer tot beleid en reflectie: drie lijnen die duidelijk maken wie doet, wie kijkt en wie leert.

Detective
Een goede praktijkopleider is eigenlijk gewoon een Hans Aarsman met een koffievlek. Eerst kijken, dan pas kletsen. Maar elke analyse rammelt: je ziet links, je mist rechts, en ondertussen maak je er zelf een soap van.

Rechte lijn
Een platte band hoor je meteen flapperen. C.S. Lewis noemde dat de rechte lijn. Een filosofische fietstocht langs Kant, De Beauvoir en Aristoteles. Stages zijn geen bijzaak, maar de morele proefrit van begeleider én organisatie.

Afstand
Een stage is geen Zoom-link maar een ervaring. Toch denken veel bedrijven bij stages op afstand eerst aan de vraag waar. Fout. Begin met wie, wat, wanneer, waarom en hoe.

Haakjes
Herinneren is zoeken in een rommelige kelder: zonder haakje blijf je tussen dozen en spinnenwebben dwalen. Retrieval cues geven dat ene lichtknopje waarmee stagiairs hun ervaring terugvinden. Dus geen lege vragen, maar concrete haakjes.

Kleine signalen
We denken vaak dat ontwikkeling draait om grote plannen en dikke mappen vol competenties. Maar het echte verschil zit in de kleine dingen. Een blik. Een compliment. Een vraag op het juiste moment. Met een beetje aandacht laad je de accu's op.

Kaas
Stel je een kaasfabriek voor waar alles perfect efficiënt verloopt: identieke kazen rollen van de band, maar ze smaken nergens naar. Zo gaat het ook op de werkvloer. Het Future of Jobs Report 2025 laat zien dat juist soft skills de toekomst bepalen.

Jazz
Veel begeleiders behandelen een stage alsof het een ladder is: eerst kijken, dan doen. Maar leren werkt anders. Het is een spinnenweb: elk gesprek, elke vraag laat iets trillen.

Zebrapad
Wittgenstein op een zebrapad: je ziet hem pas als je stopt met rennen. Net als die kleine dingen op je werk die je al lang niet meer ziet. We hebben het te druk met KPI's en kernwaarden. Wie loopt hier nou eigenlijk stage?

Meemaken
Je wilt dat stagiairs een toffe ervaring hebben in jouw bedrijf. Wat als we het woord "meemaken" eens bekijken? Dan zie je: mee én maken. Niet ondergaan, maar meedoen en iets maken. De stagiair is geen figurant maar mede-architect.

Verder lezen
Wekelijks in je inbox.
De essays die ik schrijf verschijnen wekelijks op Werf Slim. Daarnaast vind je gerelateerd werk in de methode en de boeken.
De Sleutel
In de derde week krijgt een stagiair een sleutel. Twee maanden later doet ze het werk van een betaalde kracht voor een stagevergoeding, en niemand kan zeggen wanneer het precies misging. Het Stagepact wil toxische stages voorkomen. Maar wat een pact telt, is niet wat een stage laat afglijden.
Waarom
Het is dinsdagmiddag, even na vier uur. Een stagiair staat bij de werkbank met een verkeerd aangesloten leiding in zijn hand. Zijn leermeester vraagt: waarom heb je dat zo gedaan? En je ziet de jongen krimpen. We hebben met z'n allen geleerd te beginnen met waarom. Bij iemand die drie weken binnen is werkt dat averechts. Over de verkeerde vraag op het verkeerde moment, en wat je beter kunt vragen.
Bananasplit.🍌
We hebben geen stagetekort. We hebben een marketingprobleem. Dat is de stelling. Twintig jaar lang vertellen we bedrijven dat stages moeilijk zijn, dat ze tijd kosten, dat er te weinig zijn. En dan zijn we verbaasd dat de showroom leeg blijft. Een essay over framing, over wat een fietsenmaker doet wanneer hij stopt met klagen, en over wat er gebeurt als je een spook onder je bed te lang gelooft.
Ijzeren kooi
Op een donderdagochtend in een verzorgingshuis in Almere ziet praktijkopleider Carmen haar stagiair Yara iets doen wat in geen enkel protocol staat. Iets goeds. Iets waar het kwalificatiedossier geen vakje voor heeft. Een essay over Max Weber, de ijzeren kooi van de bureaucratie, en de structurele blinde vlek van het Nederlandse BPV-systeem. Over formulieren die het diploma bepalen, en over wat een goede praktijkopleider weet zonder dat ze het kan opschrijven.
Geen vakje
Een mbo-stagiair haalt zijn beoordeling: 7,4. Drie maanden later stopt hij met de opleiding. Zijn praktijkopleider zegt: ik wist het al. Waarom stond het niet in het dossier? Een essay over stagebegeleiding, de illusie van meten in het beroepsonderwijs, en de informatie die geen vakje vindt.
Aandacht
Hij heeft net begrepen wat hij aan het doen was. Het kostte hem twintig minuten. Dan zegt iemand: heb je even? De stagiair kijkt op. Zegt ja. Denkt: wat was ik ook alweer aan het doen. Cognitive endurance, oftewel mentale duurcapaciteit, blijkt trainbaar volgens recent onderzoek. Maar we hebben een wereld gebouwd waarin aandacht constant belaagd wordt. Wat ziet een begeleider als zijn stagiair halverwege de ochtend alweer is afgehaakt?
MacGyver
Daar staat hij. Stagiair. Met blocnote, laptop, en het idee dat hij iets gaat leren. Volgens Lévi-Strauss leren mensen niet via handboeken, maar als MacGyver. Met kauwgom en losse stukjes. Stagiairs pikken zo ook jullie kantoormythes op. Inclusief die ene over de "legendarische" vrijmibo. Tot hij op een vrijdag bij de borrel staat. Lauw biertje. Pinda's uit januari. En het besef: zo episch is het hier eigenlijk niet. Erg? Precies de bedoeling.
Pharmakon
AI helpt studenten beter schrijven, denken en formuleren. Prachtig natuurlijk. Tot je merkt dat precies dezelfde tool ook het rommelige leerproces wegpoetst waarin dat denken normaal ontstaat. Plato waarschuwde al voor zo’n pharmakon: geneesmiddel en vergif in één handeling. In deze blog kijk ik naar AI, stages en de ongemakkelijke vraag die niemand graag stelt: wat verdwijnt er terwijl alles beter wordt?
Hauntology
Systemen reproduceren zichzelf via wat ze niet uitspreken. De norm die niemand uitlegt. De verwachting die er gewoon is. Een stagiair stapt een bedrijf binnen, kijkt rond, past zich aan. Niet omdat iemand hem dat vraagt. Aanpassen lijkt de enige zichtbare optie. Aristoteles noemde die overdracht van onuitgesproken kennis phronesis. Polanyi noemde het tacit knowledge. Je ruikt aan een bedrijf of initiatief gewaardeerd wordt. Of fouten bespreekbaar zijn. Of jij er als mens toe doet. Niemand zegt het. Iedereen leert het.
Phronesis
Gerald heeft geen pedagogische aantekening. Hij heeft een bedrijf van twaalf man en de gewoonte om 's ochtends als eerste binnen te zijn. Op woensdagochtend laat hij zien hoe zijn handen een bocht nemen. Zonder uitleg. Drie weken later maakt Mohammed dezelfde bocht. Zijn handen weten het. Hij weet niet wat hij anders doet.
De filosofie heeft daar een woord voor. Het onderwijs nog niet.
Buiten je boekje
17:01
Bedrijven willen dat stagiairs het vak leren. Dus schrijven we het vak op, maken er competenties van, en hangen er een vijfpuntsschaal onder. Dan zijn we verbaasd dat de stagiair het vak niet beheerst. Dat is een beetje zoals een menukaart lezen en daarna zeggen dat je hebt gegeten. Dit stuk gaat over de kennis die alleen overgaat als je ernaast staat. En over waarom het formulier daar niets van weet.
TOEKOMST🔮
Bedrijven nemen stagiairs “want handig”. En verwachten tegelijk instroom, behoud en een toekomstige collega die de printer al kent. Dat is alsof je een broodrooster koopt en klaagt dat je geen soep hebt. Dit hoofdstuk fileert de stageparadox: Type 2 ambitie (toekomst bouwen) met Type 1 uitvoering (dinsdagmiddag as usual). Inclusief Joseph Voros’ Futures Cone, want de toekomst is onbekend.
Voordelen stage
We vragen steeds meer van leerbedrijven. Meer plekken, meer begeleiding, verplichte stagevergoeding. Alsof het vanzelf spreekt. Maar als je de cijfers erbij pakt, wordt het interessant. Stages zijn voor bedrijven één van de slimste HR-investeringen die er zijn: goedkoper dan werving, snellere onboarding, hogere retentie. Alleen incasseert de overheid 69 procent van de baten en het bedrijf maar 9 procent. De deal is geweldig. Alleen niet voor wie betaalt.
Gratis opleiden
We vragen al jaren om meer leerwerkplekken, maar de rekensom voor leerbedrijven klopt niet. Jaarlijks gaat er bijna 64 miljard euro naar onderwijs, terwijl minder dan één procent daarvan direct bij leerbedrijven terechtkomt. Tegelijkertijd investeren zij duizenden euro’s per student in begeleiding, loon en productiviteitsverlies, terwijl overheid en studenten de grootste financiële baten van mbo en BBL incasseren. In deze blog fileer ik die scheve ruil.
De engel links
In het atelier van Andrea del Verrocchio schilderde een leerling een engel voor De doop van Christus. Niet als oefening maar als écht werk voor de échte opdrachtgever. Verrocchio nam risico: extra correcties, deadline-stress, reputatieschade. Toch deed hij het. Een atelier heeft alleen toekomst als leerlingen échte opdrachten uitvoeren. Die leerling? Werd een van de grootste genieën uit de geschiedenis. Vandaag missen we duizenden werknemers die nooit ontdekken wat ze kunnen.
Feedback
In stagebegeleiding klinkt feedback volwassen, maar het is vaak te laat: de mail is al verstuurd, de doos al gelabeld, het overleg al ontspoord. Achter je staat een muur. Feedback kijkt terug, feedforward bouwt vooruit. Dit stuk laat zien waarom stagebegeleiding eigenlijk altijd feedforward is, en hoe je met het 4G-model (Gedrag, Gevoel, Gevolg, Gewenst) van oordeel naar ontwerp gaat.
Gastarbeiders
Een stagiair steekt geen landgrens over, maar een systeemgrens. School en werk spreken verschillende talen, hebben andere ritmes en andere ongeschreven regels. Wie dat negeert, zet iemand in een wachtkamer vol goede bedoelingen. Met John Berger en het idee van boundary crossing als bril kijk ik naar stages als grensgebieden: plekken waar leren niet begint met motivatie, maar met toegang, duidelijkheid en iemand die de weg wijst.
Blinde vlek
Susan Sontag en John Berger zouden een stagiair niet vragen naar een leerdoel. Die zouden kijken. En nog eens kijken. Wij daarentegen knallen meteen een spreadsheet open, want kijken zonder meten voelt verdacht. We tellen uren, competenties en reflectieverslagen, en vergeten intussen wat zich niet laat turven: aandacht, timing, het moment waarop iemand iets nét niet begrijpt. Dat noemen we professionalisering. Berger zou zwijgen. Sontag waarschijnlijk ook. Oogrollend. Een essay.
Stages in 2026
De stage is niet langer dat gezellige tussenblokje tussen ‘moet van school’ en ‘voor straks als je echt een baan hebt’ met een verplicht verslag. Nee, in 2026 is het een systeem dat kraakt als een spoorweg boven een gasbel. Ik zie 3 trends: Begeleiders zijn het nieuwe goud, stages worden skills-pijplijnen en hybride is geen ideologie maar overleving. En OCW? Die is niet boos, wel klaar met vragen. Riemen vast, het servies begint al te rammelen.
Nouvelle Vague
Elke stage is een kleine film noir. Op papier schrijf je een keurig script, met leerdoelen en formats. Daarna cast je een stagiair en een begeleider die “er wel even bij doen”. De echte film speelt zich af onder tl-licht: half afgemaakte klussen, uitgestelde feedback, koffie die te lang staat. Pas in het hoofd van de stagiair valt het verdict: dit bedrijf is een aanrader. Of een waarschuwing.
Blog (Engels)
Naast mijn schrijfwerk voor Werf Slim , Censes, OnderhoudNL en anderen schrijf ik ook over de kunst van de stage op Substack; in het Engels. Hieronder kun je de meest recente stukken vinden. Met dit blog wil ik mijzelf en jou geen hapklare brokken geven in de vorm van checklists, tips et cetera.
Mijn doel is om te inspireren, te verrassen en creatief te zijn.
Copywriter Eugene Schwartz zei ooit:
“What you are doing when you are being creative, is trying to connect two separate ideas that logically would not go together up to that moment”.
Door die verbindingen wil ik je aan het denken zetten over stages.
Podcast 👇
